Halverwege de doodangst en het loze alarm

Ik probeerde Tjibbe Joustra aan de lijn te krijgen om te melden waar hij mij gedurende de Paasdagen in noodgevallen kon bereiken. Maar hij was er niet, of was onvindbaar, want als coördinator terrorismebestrijding schijnt hij om veiligheidsredenen zelfs op kantoor de hele dag van plaats te veranderen, tot wanhoop van de telefonistes.

Na lang aandringen was ik eindelijk doorgedrongen tot een secretaresse, die eerst argwanend mijn naam wilde weten.

Ik spelde ’m, en hoorde haar gelijktijdig iets intikken, dus ik stond nu waarschijnlijk voorgoed bij de NCTb geregistreerd.

„Bent u Kamerlid”, vroeg ze. En nadat ik had toegegeven dat ik eigenlijk niks was, vervolgde ze streng: „Het is alleen voor Kamerleden.”

„Maar ik heb wel eens geschreven dat Wilders een uit de Moederschoot gevallen stuk stom is”, verdedigde ik mezelf, „dus ik loop sowieso risico van de kant van de PVV. En als het om jihadistische moslims ging heb ik van mijn hart evenmin ooit een moordkuil gemaakt, wat me ook aan dat front kwetsbaar maakt”.

„Het is alleen voor Kamerleden”, herhaalde dat mens, en hing op.

„Dat komt er nou van als je nooit kan kiezen”, zei mijn vrouw verwijtend terwijl ze het noodkoffertje voor de onderduik met verschoning vulde. „Wees nou gewoon vóór Wilders en tégen de moslims, of andersom. Dan weten we waar we aan toe zijn.”

Aangekomen in de onderaardse bunker waarvan ik de precieze ligging uiteraard moet verzwijgen, voelden we allebei dat het leven ons steeds hartelijker zou toelachen. Buiten scheen het boven de Ikea-files steeds erger te hagelen en te sneeuwen, en dat is zoals Wilders zal toegeven nog maar één voordeel van ons soort opsluiting: dat de buitenwereld niet meer bestaat. Hij heeft bovendien nog permanent drie agenten om zich heen die z’n nieuwe borstrok controleren of er geen scheermesjes in zijn genaaid, die z’n voedsel voorproeven, en die de hele dag voor ’m rond-sms’en of er ergens nog een provider of een obscuur zendstationnetje is. Niks te klagen, die man.

Met radio, televisie en internet onder handbereik hoorden wij steeds vrolijker berichten. Dat Network Solutions het beeld van de fascistische Koran met de schattige tekst coming soon uit de lucht had gehaald. Dat eerst nog een kort geding moest worden afgewacht dat werd aangespannen door de Nederlandse Islamitische Federatie. Dat een heel andere mohammedaanse organisatie – de Nederlandse Moslim Omroep nota bene – overwoog om Wilders in hun zendtijd een plaatsje voor zijn kwetsende rolprent aan te bieden. Dat de moslims dus zelf ook niet meer wisten waar ze aan toe wilden zijn, en waarschijnlijk nog aarzelden tussen het inzetten van een zelfmoordbrigade en de boel bij mekaar houden, toen de Raad van Kerken in opperste verwarring ineens voorstelde om voortaan evenveel van Allah te houden als van onze eigen God, en vice versa natuurlijk

Amusante ontwikkelingen. Gelovigen van diverse pluimage bleken allemaal de kluts kwijt, en Wilders die in dit nationaal krankzinnigengesticht van de muzelmannen onderdak voor z’n debuut kreeg aangeboden, weigerde dat! Geen psychiater zou aan die man nog iets kunnen saneren.

Wat moest hij nu nog? Een Tsjechisch minipartijtje dat verwantschap voelde met zijn gedachtegoed, en dat nog een server over had, zou hem nog ter wille kunnen zijn, maar kon een Praagse lente nog een film redden die al honderdvoudig was geparodieerd voordat er één Arabier kwaad om kon worden? Volgens het laatste nieuws zei de productieleider gisteren in de wandelgangen van de Kamer: ‘Ik zeg er niets meer over, Ik ben wel ergens mee bezig, maar ik zeg niet waarmee.’

„Pak het koffertje maar weer in, moeder”, riep ik in de bunker. „Het was allemaal loos alarm.”

Lees eerdere columns op nrcnext.nl/blokker

    • Jan Blokker