Gevraagd: kleur in show en soap

‘Dichtbij Nederland’ is de werktitel van een nieuw multicultureel programma.

Presentatoren, kandidaten en talkshowgasten zijn overwegend blank op tv.

Surinamer Jörgen Raymann verkleed als Marokkaan. Foto NPS De Surinamer Jörgen Raymann verkleed als Marokkaan. Foto NPS Surinamers Marokkanen NPS

„Ziet u weleens een Antilliaan op televisie?”, luidde de vraag in een straatenquête over de multiculturele beleving in de media. „Ja hoor”, antwoordde de respondent, „in Opsporing Verzocht”.Het is een cynische anekdote die tv-producent Ton F. van Dijk aanhaalt. Het illustreert volgens hem hoe minimaal de verschillende bevolkingsgroepen nog altijd worden vertegenwoordigd op de Nederlandse televisie.

Van Dijk maakte met zijn bedrijf Palm Plus Producties een pilot voor een nieuw multicultureel programma, werktitel: Dichtbij Nederland. Het format noemt als voorbeelden voor onderwerpen fileproblemen in Aruba, een docusoap over een Turks hotel en rij-examens in Marokko. „Knulligheid en een ‘derdewereldgevoel’ worden vermeden”, schrijft Van Dijk. Bedoeling is dat de NPS het vanaf januari 2009 gaat uitzenden.

Dit ‘miljoenenproject’ is de nieuwste poging om minderheden te betrekken bij de media. De publieke omroepen slagen in het algemeen slechts mondjesmaat in hun opzet om multicultureel te programmeren, blijkt uit het vorige week verschenen onderzoeksessay Van marge naar mainstream van onderzoeksinstituut TNO. Allochtonen zijn ondervertegenwoordigd op redacties. Presentatoren, quizkandidaten en talkshowgasten zijn overwegend blank.

Sinds 1999 wordt publieke omroepen gevraagd om meer kleur aan te brengen in hun programma’s. Volgens het essay hanteren sommige omroepen wel heel ruime definities van multicultureel: „Een Surinaamse zangeres in het kerkkoor bij Nederland Zingt van de EO, of een enkel item in de uitzendingen van Netwerk, Rondom Tien of Kopspijkers maken al dat de hele reeks van uitzendingen als multicultureel wordt meegeteld”, zo schrijft onderzoekster Andra Leurdijk.

Goedbedoelde pogingen van de omroepen lopen vaak op niks uit. Zo bleek dat „allochtone huishoudens” niet gediend waren van onverwachte bezoekjes van de cameraploeg van het NCRV-programma Man Bijt Hond.

Gerard Timmer, directeur tv-programmering van de NPO, nuanceert dit beeld: „Met de drie publieke netten samen bereiken we 80 procent van de Surinamers, Marokkanen, Antillianen en Turken in Nederland. En de omroepen slagen er echt in om minderheden vertegenwoordigd te zien in presentatie en casting van drama- en soapseries.”

Veel programma’s stranden echter in goede bedoelingen van de makers, en, geeft hij toe, „slaan net de plank mis”. Timmer vergelijkt het met BNN: „Programma’s zijn niet automatisch een succes bij jongeren als je snel monteert, de camera scheef houdt en er vlotte muziek onder zet. BNN durft van die vooroordelen af te stappen.” Zo is het ook bij het aanspreken van minderheden: „Authenticiteit is heel belangrijk”, zegt Timmer. Bij BNN bestaat de redactie uit jonge mensen die snappen wat hun doelgroep wil zien. Het bedenken van een multicultureel format zit volgens Timmer niet altijd in het systeem. Frans Jennekens, projectmanager diversiteit van de NPS, weet hoe ingewikkeld dat is. „Alles moet kloppen”, je kunt niet ‘effe multiculti’ doen.”

Multicultureel programmeren bestaat uit twee onderdelen, zegt Timmer: een juiste afspiegeling van de samenleving tonen, maar ook zorgen dat minderheden kijken. Die zaken vallen volgens hem maar ten dele samen. In Hilversum wordt daarom ook gezocht naar ‘inclusiviteitsprogramma’s’, die de bevolking als geheel aanspreken. Complicatie daarbij is dat niemand een helder beeld heeft van het kijkgedrag van minderheden. Van Surinamers en Antillianen wordt langzamerhand meer bekend, maar de meeste Marokkaanse of Turkse gezinnen willen geen kijkcijferkastje in huis; dat vinden ze een aantasting van hun privacy.

Een andere kwestie is de etniciteit: de meeste talkshowgasten, redacteuren en presentatoren zijn wit, wat de herkenbaarheid en aantrekkingskracht van onderwerpen bij allochtonen niet ten goede komt. Minder dan 5 procent van de studenten aan de journalistiekopleidingen heeft een multiculturele achtergrond.

Die impasse wil Ton F. van Dijk bijvoorbeeld omzeilen: in samenwerking met de Wereldomroep worden voor Dichtbij Nederland redacties opgezet in Turkije, Marokko, Suriname en op de Antillen. En bij de NPS zit er schot in de zaak nu rapper Ali B. een talkshow gaat presenteren, er komt een „soort Life and Cooking-programma” vanaf de Beverwijkse bazaar en er wordt gewerkt aan nieuwe programma’s met Prem Radhakishun en Jörgen Raymann.

Frans Jennekens vindt dat de televisie steeds verder afdrijft van het ideaal om een ‘afspiegeling van de samenleving’ te zijn. „Het lijkt wel een droomwereld met mooie mensen en illusionisten, modellenwedstrijden en talentenjachten. Dat is een ander beeld dan dat ik zie als ik op straat loop in bijvoorbeeld Rotterdam-Zuid.” Liever zou hij neutrale programma’s zien over „mensen die het wat minder getroffen hebben, zwart of wit, die blij zijn met zichzelf”. Herkenbaar en met een dosis humor. „Dan komt de multiculturaliteit vanzelf.”

    • Olga van Ditzhuijzen