De jazz is er bij mij niet uit te krijgen

Versleten knieën en een gehoorapparaat zijn toch geen reden te stoppen met jazz?

Muzikanten van in de zeventig en tachtig gaan door tot het echt niet meer kan.

Rita Reys: „Ik geloof niet in oud zolang mijn gezondheid nog goed is.” Foto Lex van Rossum NORTHSEA JAZZ 2003- RITA REYS FOTO LEX VAN ROSSEN Rossen, Lex van

„Oud?” Rita Reys spreekt het uit alsof het een smerig woord betreft. „Ik geloof niet in oud zolang mijn gezondheid nog goed is. 83 is niet altijd ziekelijk en bejaard. Zolang mijn stem nog goed klinkt, en dan bedoel ik echt goed, zonder breken of piepen, blijf ik lekker aan het werk.”

Rita Reys, sinds 1940 professioneel actief als jazz-zangeres, is zich er maar al te goed van bewust dat haar buitengewone leeftijd tal van nieuwsgierigen trekt tijdens haar tournee. Hoe de mensen komen kijken ‘hoe dat oude mens het nog doet’. Ze kent de vooroordelen en de twijfels over haar huidige zangkunst. Kan ze het nog wel, houdt haar stem het nog? Maar er is niemand kritischer dan de zangeres zelf.

En het moet gezegd, voorlopig smoort ze iedere criticaster de mond. Van slijtage is weinig te merken. Haar theatertournee, een double bill met saxofonist Piet Noordijk, trekt volle zalen. Reys staat op de festivals, speelt in jazzclubs en is te horen op exclusieve bedrijfsfeesten. In 2004 vierde ze haar tachtigste verjaardag, ze maakte de cd Beautiful Love, A tribute to Pim Jacobs en schreef haar autobiografie Rita Reys, Lady Jazz. In 2006 ontving ze de Edison Oeuvreprijs, vorig jaar verscheen haar live-cd Live at Carré. La Reys doet er zeker nog toe.

Dat weten ook haar begeleiders: Ruud Jacobs, de broer van haar overleden man Pim Jacobs, die haar al jaren bijstaat, en de jongere, conservatoriumgeschoolde profmusici in haar band, Peter Beets (piano), Martijn van Iterson (gitaar) en Joost Patocka (drums). Zij kennen Reys als kordaat optredende, eigengereide leading singer die hen aanpakt als het huiswerk naar haar idee is afgeraffeld. Zij stuurt, geeft aan en duldt geen egotripperij in de band. Haar gevoel voor timing is onveranderlijk sterk en ze beweegt zich elk concert weer anders door de maten.

„De mensen verwachten ouderwetse muziek”, zegt Reys. „En wat zijn ze dan verrast: de jazz is er bij mij niet uit te krijgen. Ja, ik ben bezeten van dit vak. En nu ik nog loop als een kievit en ik nergens een pilletje voor heb, sta ik te dansen en geef ik me helemaal.” Ze heeft nog nooit zoveel succes gehad als nu, constateert de zangeres. Dankbaar was ze voor de prijzen van erkenning in haar leven, maar van de ‘tot de nok toe uitverkochte’ theaterzalen die ze wekelijks trekt geniet ze intens. „Ik bén er nog”, roept Reys uit. „En het gaat heerlijk. Soms zitten er wat weken tussen, heb ik even niets. Dolblij ben ik dan wanneer ik weer mag. Moe na afloop ben ik niet. De adrenaline spuit door het lijf.”

Ook de Belgische mondharmonica-speler Toots Thielemans (85) is een taaie. In 2004 viel hem een bijzonder muzikaal eerbetoon ten deel: ‘The Magic of Toots: A Celebration of Toots Thielemans’ in de New Yorkse Carnegie Hall. Zijn jazz met een traan is geliefd in veel landen. Nog altijd reist hij van Brazilië naar Amerika tot Zweden. Vorig jaar ging het even mis, hij stortte in. Oververmoeid. „Ik deed te veel, tweehonderd concerten per jaar is op deze leeftijd misschien wat overdreven”, grinnikt hij aan de telefoon vanuit zijn huis in La Hulpe, nabij Brussel. „De dokter zegt dat ik rustiger aan moet doen.”

Toch voelt hij, net als Rita Reys overigens, niet meer de behoefte nog cd’s te maken. „Ik heb eigenlijk alles wel gedaan”, verklaart hij. „Opnemen is een belangrijke gebeurtenis. You put yourself naked in front of the micro-phone. Dan moet je wel wat te vertellen hebben. And I said it all. Daarbij: de jazz verkoopt tegenwoordig weinig. Als zelfs grootheden als Herbie Hancock en Wayne Shorter met magere verkoopaantallen zitten. Waarom zou ik dan nog? Laat mij maar lekker jammen met de jongens.”

Kijk naar de geschiedenis en je zou denken dat jazzmusici geen lang leven beschoren is. Live fast die young – de onreguliere werktijden, de werkdruk en de makkelijk te verkrijgen, ‘demonen bestrijdende’ pepmiddelen leveren een beeld op dat geen muzikant de 65 haalt. John Coltrane werd immers maar 41, Charlie Parker haalde maar net de 35 jaar, drugs en drank werden Billie Holiday op haar 44ste fataal en naast de jonggestorven Eric Dolphy (44), Charles Mingus (57), Clifford Brown (26), Jaco Pastorius (36). Miles Davis en Thelonious Monk werden net 65.

Des te verrassender het is hoe lang jazzmusici blijven doorspelen zolang ze in orde zijn. Drugs en alcohol zijn vaak afgezworen, religie geeft inmiddels richting aan en maar al te vaak onderwerpt de jazzsenior zich aan een streng gezondheidsregime. Saxofonist Sonny Rollins en freejazzer Ornette Coleman, beiden 77 jaar, zijn op een tournee die eeuwigdurend lijkt.

Het aantal zestigers onder de Nederlandse jazzmusici is behoorlijk. Een selectie: drummer John Engels (1935), drummer Pierre Courbois (1940), drummer Han Bennink (1942), blazer Willem Breuker (1944), drummer Eric Ineke (1947). Maar ook zeventigers als trompettist Ack van Rooyen (1930), saxofonist Piet Noordijk (1932), pianist Misha Mengelberg (1935), bassist Ruud Jacobs (1938) en zangeres Greetje Kauffeld (1939) reizen nog stad en land af voor hun concerten. En met Rita Reys zijn er ook genoeg opvallende tachtigers die nog steeds van betekenis zijn in Nederland en omstreken. Neem Toots Thielemans of de in Duitsland woonachtige pianist Rob Pronk (1928).

Opmerkelijk in het spel van jazzsenioren is de geestdrift, het vuur. De weg op hun instrument weten ze al jaren blind te vinden, maar het creatieve proces staat nooit stil. „Een van de mooiste nummers is Sophisticated Lady van Ellington”, zegt Thielemans. „Ik speel het al zestig jaar, maar mijn improvisatietaal is ontwikkeld met de jaren. Ik probeer hedendaagse elementen toe te voegen en het zo interessant te houden.”

De 76-jarige saxofonist Piet Noordijk heeft wel een verklaring voor de onverminderde drive. „Wij musici blijven jong door de muziek. Daar ben ik van overtuigd. Hoeveel mensen hebben geen beroep waarbij ze blij zijn dat ze over een paar jaar niet meer hoeven? Ik maak nu al plannen voor nieuwe tournees. Maar niet dag in dag uit. Want dan moet je middelen gaan nemen om op de been te blijven. Dat is het begin van het einde.”

Met Rita Reys werkt hij dit seizoen achttien theaterconcerten af. Het publiek, grotendeels vanaf veertig jaar, is vanaf de eerste klanken thuis. De hoofdmoot van het repertoire vormen jazzstandards, die door geen van beiden gemakzuchtig worden ingevuld. Het herkenbare, urgente geluid van Noordijk dwingt respect af, en Reys’ hese stem met dat lichtgeaffecteerde is door de soepele frasering nog steeds aangenaam om te horen.

Noordijk kan zich geen leven voorstellen zonder jazz. „Vanaf de luier hoor ik die muziek. Als er geen jazz zou bestaan zou ik niet kunnen leven.” Op versleten knieën en een gehoorapparaat na is er nauwelijks fysiek ongemak. „Ik heb een afspraakje met mezelf dat ik doorga tot mijn 95ste, net zoals als altsaxofonist Benny Carter. Met hem speelde ik eens op het North Sea Jazz. Toen was hij tachtig en we ontvingen allebei de Bird-Award. Twee jaar geleden zagen oude muziekvrienden hem nog spelen in een jazzclub in New York. Dat wil ik ook, besloot ik meteen.”

Maar het is niet een en al romantiek in de jazz. Voor sommigen is doorspelen namelijk een bittere noodzaak, want ondanks dat de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt, is het spaargeld voor de oude dag of de AOW lang niet toereikend. „Het is geen nieuws, de jazz is geen vetpot”, zegt Rita Reys.

Stoppen? Het schiet wel eens door het hoofd van Ack van Rooyen (77) uit Den Haag. „Maar het is nog steeds leuk met nieuwe muziek en nieuwe spelers.” Op de vraag hoe hij zijn jazz levend houdt lichten de ogen van de trompettist, die vorig de Singer Laren Jazz Award kreeg, op. „Door met de jeugd te werken in workshops. Dan kom je jezelf steeds tegen. Jonge spelers houden je scherp, ze komen met vragen waar je echt weer over na moet denken. Dat geeft energie.”

De talenten van nu – Joris Roelofs, Rik Mol, Ben van Gelder – zijn allemaal net twintig jaar. Betrapt hij zichzelf wel eens op de gedachte: daar is weer zo’n generatie? Van Rooyen: „Tja, de beste solo’s zijn natuurlijk allemaal al gespeeld. Maar er zitten toch telkens goede spelers tussen. Waar ik op let is de improvisatie. Dat interesseert me het meest. Je moet kunnen spelen wat je hoort in je hoofd. Dat is jazz en dan doet tijdperk of generatie er weinig toe.”

De oren zijn van een muzikant als de ogen zijn van een schilder, leerde hij al vroeg. „Improviseren is A en B, vraag en antwoord. Je zingt een riedel en er komt een antwoord. Heb je al je kanalen open, hoor je de ander.” Jonge spelers zijn vooral met zichzelf bezig, zegt Van Rooyen. „Terwijl ze spelen, horen ze niets van de ander. Te veel techniek hebben is gevaarlijk, je kunt erin vluchten. Uitsloverij wordt het dan. Als je ouder wordt komt er meer ruimte. Miles Davis speelde soms maar één noot. Niet omdat hij niets anders hoorde, maar hij koos voor die ene, hele luchtige.”

Ook Rita Reys ziet de verschillen met vroeger: „Tegenwoordig noemt iedereen zich maar jazzartiest. Dan zingen ze pop en dan doen ‘een uitstapje naar de jazz’. Nou, ik heb er nooit één gehoord die het goed deed. Ja, een ballade, dat kan iedereen. Maar in een up-tempo song is de timing zó belangrijk. Dan staan ze hun best te doen, maar het komt er niet uit. Vroeger zeiden wij dan: swing of ik schiet.”

Concerten: Piet Noordijk 27/4 Theater Diligentia, Den Haag (+ Rita Reys). 29/4 Het Seabottum Jazzfestival, Lelystad. 24/5 The Hague Jazz, Den Haag. 25/5 Meerjazz Festival, Hoofddorp. Rita Reys: 20/4 Het Witte Huis, Oegstgeest. 3/5 Celebrating Ruud Jacobs, Bimhuis, Amsterdam. 9/5 Schouwburg Middelburg. Ack van Rooyen met Soesja Citroen, 16/5 De Tor Enschede.