Burgemeester Van Aartsen toert door ‘eigen’ Den Haag

Oud-minister Jozias van Aartsen (VVD) is vanaf morgen burgemeester van Den Haag. De PvdA wil hem per ‘tuktuk’ naar de gewone Hagenaar brengen

Brian van der Bol

Niet in de raadszaal maar in een besloten werkkamer op het provinciehuis. Daar stond de beëdiging van Jozias van Aartsen als nieuwe burgemeester van Den Haag op de agenda. De commissaris van de koningin in Zuid-Holland, Jan Franssen (VVD), weigert zijn partijgenoot te beëdigen in het Haagse stadhuis, omdat hij daar (nog) niet toe verplicht is.

Formeel staat Franssen in zijn recht. Eind vorig jaar nam de Tweede Kamer een motie aan van Jan Schinkelshoek (CDA). De motie draagt commissarissen op burgemeesters tijdens openbare raadsvergaderingen te beëdigen. Volgens Schinkelshoek geeft de beëdiging in de raadszaal burgemeesters meer een „gezicht”.

Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) toonde zich enthousiast, maar heeft de ambtsinstructie nog niet aangepast. Een aantal commissarissen liep op de wijziging vooruit en beëdigde recentelijk al wel burgemeesters in de raadszaal, zoals in Utrecht en Ede. Maar dat doet volgens de woordvoerder van Franssen niet ter zake. „Wij willen eerst de nieuwe spelregels afwachten”, zegt hij.

In de Haagse gemeenteraad is weinig begrip voor het standpunt van Franssen. „Kinderachtig”, „presidentiële trekjes” en „het vreugdevuur der ijdelheden”, zijn een paar reacties. De raad vindt dat de commissaris van de koningin zich onnodig formalistisch opstelt.

Het is volgens de woordvoerder geen misplaatste arrogantie van Franssen. „Het legt gewoon nogal wat beslag op de agenda. In Zuid-Holland hebben we 77 gemeenten.” Koen Baart, voorzitter van het presidium van de gemeenteraad, vindt dat een „kulargument”, laat hij vanuit een Franse skilift weten. „Als je het op de achterkant van een sigarendoos uitrekent kom je uit op een benoeming van eens per maand.”

Met Van Aartsen (60) haalt Den Haag na Wim Deetman, die op 1 januari na elf jaar burgemeesterschap is overgestapt naar de Raad van State, opnieuw een zeer ervaren publieke bestuurder binnen. Hij was minister van Landbouw en Buitenlandse Zaken tussen 1994 en 2002. In 2002 stapte hij over naar de Tweede Kamer, waar hij van 2003 tot 2006 fractievoorzitter van de VVD was. Hij stopt nu voortijdig met zijn werk als coördinator namens de EU van de aanleg van een gaspijplijn tussen Turkije en Oostenrijk, het Nabucco-project, om burgemeester te worden van zijn geboortestad, Den Haag. Zijn vader was er ook al negen jaar politiek actief, onder meer als raadslid en wethouder economische zaken.

In Den Haag is enthousiast gereageerd op de komst van Van Aartsen, vaak omschreven als ‘liberale’ en ‘linkse’ VVD’er. Volgens PvdA-fractievoorzitter Marieke Bollle past Van Aartsen „naadloos” in het profiel van de ‘internationale stad van recht en vrede’. Met zijn (internationale) netwerk kan hij veel voor de stad betekenen, zo is de verwachting.

Maar zal Van Aartsen ook de burgemeester zijn voor alle Hagenaars, zoals als vereiste in de profielschets van de gemeenteraad staat? VVD-coryfee Hans Wiegel, de huidige voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland, is er niet bang voor. Hij leerde Van Aartsen goed kennen toen die begin jaren zeventig zijn politiek assistent was. „In zijn tijd op Landbouw heeft hij bewezen met allerlei soorten mensen te kunnen omgaan.”

De periode tot de zomer zal de nieuwe burgemeester gebruiken om de stad beter te leren kennen. De PvdA heeft voorgesteld Van Aartsen, zelf woonachtig in het statige Statenkwartier, te laten rondleiden door raadsleden. Naar een bijstandsmoeder op drie hoog, met de ‘tuktuk’ naar de Schilderswijk en een ‘harinkje happen’ op Scheveningen. Wiegel denkt dat het Van Aartsen wel ligt. „In een stad als Den Haag met al die ambassades en instellingen kun je veel deftige mensen ontvangen, maar wat de gewone mensen te zeggen hebben vindt hij misschien wel veel interessanter.”