Brahms en Liszt met zigeunermusici

Klassiek Boedapest Festival Orkest o.l.v. Iván Fischer. Gehoord: 25/3, Concertgebouw, Amsterdam. Volgende concerten: 26, 27/3.

Je zou hem de humanist onder de dirigenten kunnen noemen. De Hongaarse dirigent Iván Fischer vindt dat muziek een belevenis moet zijn die de mens ráákt. Die overtuiging draagt hij uit met zijn Boedapest Festival Orkest, dat deze week in het Concertgebouw drie keer optreedt in het Donau Festival met muziek uit Hongarije en de Habsburgse monarchie.

Gisteren stonden Brahms en de zigeunermuziek op het programma, vandaag de Zevende van Bruckner en Dvoráks Celloconcert met Pieter Wispelwey als solist, en morgen klinkt er kamermuziek van ondermeer Mozart en Von Dohnány in de Kleine Zaal.

Liszt omschreef zichzelf als ‘een klassieke zigeuner’ en Brahms was verliefd op de zigeunermuziek. Allebei lieten ze zich door de muzikale vrijheid van de zigeuners inspireren, en dat bracht Fischer op het idee bij de uitvoering van hun Hongaarse rapsodieën en dansen échte zigeuners te betrekken.

József Lendvay sr. op viool en Oszkár Ökrös op cimbalom openden met een opzwepende improvisatie, die korte metten maakte met het academisme in de muziek. Daarna luisterden Lendvay sr. en Ökrös de Derde Hongaarse rapsodie van Liszt op met authentieke gypsy-klanken. Fischer keerde met zijn geanimeerde vertolking van Brahms’ Eerste symfonie terug naar de westerse muziekwereld.

In de Elfde Hongaarse dans van Brahms vormde Lendvay jr. een smeuïg duo met zijn vader. Eerder zette hij met duizelingwekkende en bijna achteloze muzikale originaliteit de hemel in vuur en vlam met De Sarasate’s Zigeunerweisen.

    • Wenneke Savenije