Zo zou Clinton moeten reageren op Obama

Obama maakte vorige week racisme in Amerika bespreekbaar. Een perfecte aanleiding om ook de emancipatie van vrouwen op de agenda te zetten, vindt Frances Gouda.

Tekening Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

‘Ik ben de zoon van een zwarte vader uit Kenia en een blanke moeder uit Kansas’ zei Barack Obama dinsdag jl. aan het begin van zijn veelbesproken toespraak in Constitution Center in Philadelphia. Opnieuw benadrukte hij dat zijn opmerkelijke levensverhaal een uniek Amerikaans fenomeen is. Desondanks wordt Barack Obama tijdens de verkiezingscampagne er het ene moment van beschuldigd niet zwart genoeg te zijn, om op een ander moment weer als té zwart bestempeld te worden. De kritiek dat hij niet zwart genoeg is, houdt in dat hij zich kennelijk onvoldoende identificeert met de historische en terechte grieven van de achtergestelde Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap in de VS. De mensen die hem té zwart noemen, schilderen hem af als een lichtgewicht, die het alleen maar zo ver geschopt heeft dankzij het beleid van positieve discriminatie en het misbruik maken van de schuldgevoelens van blanke politici met politiek correcte sympathieën.

Tijdens zijn toespraak in Philadelphia over racisme en rassenverschillen in de hedendaagse Amerikaanse samenleving verbond presidentskandidaat Obama de saillante details van zijn eigen levensverhaal aan de geschiedenis van de slavernij als een historische erfenis die tot op de dag van vandaag een rol speelt in Amerika’s sociale en politieke realiteit. Omdat hij sprak in Philadelphia, de geboorteplaats van de onafhankelijke Verenigde Staten, begon hij bij het begin. Indirect verwees hij naar de allerberoemdste zin in de tweede alinea van de onafhankelijkheidsverklaring van 1776: „We hold these truths to be self-evident that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable rights, that among these are life, liberty and the pursuit of happiness.” Deze doelstelling vormde de idealistische basis van de Amerikaanse grondwet die in 1787 werd geschreven en eindelijk in 1791 door alle volksvertegenwoordigers op staats- en federaal niveau was goedgekeurd. De nieuwe grondwet verschafte echter geen vrijheid en gerechtigheid aan de miljoenen uitgebuite slaven uit Afrika. Pas in de jaren zestig van de negentiende eeuw kwam er verandering, na Abraham Lincolns emancipatieverklaringen, in 1862 en 1863, en vervolgens na de invoering van het 13de amendement van de grondwet in 1864, waarmee het houden van slaven onwettelijk werd verklaard. Tot die tijd bleven de uit Afrika geïmporteerde arbeiders als geknechte lastdieren het persoonlijke bezit van de blanke eigenaren van bijvoorbeeld katoen- en suikerplantages in de zuidelijke staten van de VS.

Het bijzondere van Obama’s speech was echter dat hij de bittere nalatenschap van de slavernij in Amerika ook kon relateren aan de rancunes van een grote groep blanke Amerikanen. Dit is broodnodig omdat in 2008 talloze blanke werknemers hun eigen precaire materiële positie nog al te vaak toeschrijven aan positieve discriminatie ten bate van zwarte Amerikanen en andere etnische minderheden. Vanuit een blanke optiek hebben Afrikaanse Amerikanen een oneerlijke voorsprong verkregen in de huidige concurrentie over banen, onderwijs, gezondheidszorg en algemene bestaanszekerheid. Dat dit te wijten is aan de economische globalisering en daarmee de verhuizing van een gedeelte van Amerika’s industriële productie naar landen met veel lagere loonkosten, wordt liever over het hoofd gezien.

De directe aanleiding voor Obama’s speech kwam voort uit zijn decennialange vriendschap met de nu gepensioneerde dominee Jeremiah Wright van de enorme Afrikaans-Amerikaanse Trinity Church in Chicago. Wright had in zijn wekelijkse ‘fire and brimstone-preken’ de Amerikaanse samenleving zo nu en dan gehekeld als racistisch, onrechtvaardig en zelfs onchristelijk in haar behandeling van Afrikaans-Amerikaanse burgers. Obama moest zich daarom distantiëren van Wright, ondanks het feit dat deze dominee zijn eigen huwelijk had ingezegend en zijn twee dochtertjes had gedoopt. Maar Obama gebruikte dit pijnlijke moment vooral om op een bedachtzame wijze het blanke racisme én de Afrikaans-Amerikaanse boosheid over aangedaan onrecht in het heden en verleden openlijk bespreekbaar te maken.

Zou dit voor zijn tegenstander Hillary Clinton niet een perfect moment zijn om deze week een soortgelijke doorwrochte speech te geven waarin ze de eveneens belangrijke Amerikaanse geschiedenis van seksisme en discriminatie op basis van gender ter sprake stelt? Clinton zou kunnen beginnen met een historische uiteenzetting van de constitutionele definitie van Amerikaanse vrouwen als minderwaardige burgers zonder kiesrecht gedurende de ‘lange’ negentiende eeuw, tot vrouwen in 1919 na afloop van de Eerste Wereldoorlog eindelijk het recht kregen hun politieke stem te laten horen (net als vrouwen in Nederland, Engeland, Duitsland en elders maar niet in Frankrijk, waar het stemrecht voor vrouwen pas in 1944 werd verleend).

Clinton zou vervolgens een verband kunnen leggen met de geschiedenis van de slavernij door te verwijzen naar het werk van een van de lievelingen van de rechts-liberale gevestigde orde, John Stuart Mill. In 1869 in De onderwerping van de vrouw schreef hij samen met zijn geliefde levenspartner Harriet Taylor een pleidooi voor de volstrekte gelijkheid tussen man en vrouw zonder ‘macht en privileges voor de ene partij en onmondigheid voor de andere’. In de nog steeds evoluerende Engelse democratie rondom het jaar 1870 was de ‘echte’ slavernij al bijna veertig jaar eerder verworpen als immoreel. Dit was ook het tijdperk waarin het mannelijk stemrecht onder de Engelse arbeidersklasse dankzij de Second Reform Act van 1867 net op radicale wijze was uitgebreid. In haar speech zou Clinton aan deze tweede hervorming van het Engelse stemrecht een aardige patriotisch-Amerikaanse draai kunnen geven: het universele kiesrecht voor mannen in de VS – zowel rijk als arm, zowel geschoold als ongeletterd – was al in 1787 gegarandeerd in de grondwet, waardoor de afgescheiden dertien koloniën in Noord-Amerika al van af het begin een staatsinrichting hadden geconcipieerd die veel ‘democratischer’ was dan die van het voormalige Britse moederland.

Maar volgens Mill en Taylor bestond er in 1869 zowel in Engeland, de VS als in andere vooruitstrevende democratische landen nog steeds een vorm van slavernij. Ze schreven dat het huwelijk ook een vorm van lijfeigenschap was: de meeste mannen verlangden naar een vrouw die een ‘vrijwillige slaaf’ wilde zijn en zij bereikten hun doel door de gedachten en gevoelens van vrouwen te ‘knechten’.

Uit deze negentiende-eeuwse periode stamde dan ook de eerste feministische golf geleid door de Engelse Josephine Butler en haar Ladies National Association, die zich inzetten voor gelijke vrouwenrechten door de dubbele moraal – zowel op het seksuele als het sociaal-politieke vlak – te benoemen en aan te vechten. Ook hier zou Clinton de nationalistische trots van kiezers kunnen aanwakkeren door te benadrukken dat Amerikaanse activisten zoals Susan B. Anthony and Lucy Stone al eerder het verband hadden gelegd tussen de bevrijding van Afrikaanse slaven met de net zo noodzakelijke vrouwenemancipatie .

De tweede feministische golf ontstond tijdens de burgerrechtenbeweging en de protesten tegen de Vietnamoorlog in de jaren zestig van de twintigste eeuw, toen hoogopgeleide, politiek geëngageerde vrouwen uit de babyboom- generatie werden geconfronteerd met de nog altijd diepgewortelde vooroordelen van hun mannelijke medestudenten en actievoerders. Dit was het tijdperk waarin Hillary’s éducation sentimentale (et politique) werd volbracht. Ze zou op een ontroerende wijze kunnen uitweiden over haar inspanningen om dezelfde professionele kansen te veroveren die mannelijke collega’s met dezelfde juridische opleiding probleemloos voorgeschoteld kregen. Ze zou ook iets moois kunnen zeggen over haar rol in de vergeefse strijd voor het Equal Rights Amendment en het begeerde recht van vrouwen op legale abortus, wat uiteindelijk in 1973 werd verkregen door middel van de Roe v. Wade beslissing van het Amerikaanse Hooggerechtshof in Washington D.C. Vervolgens zou ze haar levenslange activisme ten bate van de rechten van vrouwen en kinderen kunnen toelichten waardoor ze in het kader van haar campagne voor de nominatie van de Democratische partij als de meest logische presidentiële kandidaat uit de bus zou moeten komen.

Mannelijke stemmers in de Democratische Partij moeten er echter eerst van doordrongen worden dat hun onderhuidse verontwaardiging over het voorkeursbeleid voor vrouwen in sollicitatieprocedures voortkomt uit een geschiedenis van genderdiscriminatie die net zo bezwarend is en zelfs nog verder terug in de tijd gaat dan de geschiedenis van het Amerikaanse racisme. En dit is het ingewikkelde probleem in het geval Hillary Clinton zo’n speech zou geven.

De meest uitingen van ‘alledaags racisme’, zoals de Nederlandse antropologe Philomena Essed het treffend heeft gekarakteriseerd, komen voort uit sociale en culturele distantie of zelfs een totale onwetendheid van vele blanke Amerikanen over de ‘andere’ levens van Afrikaans-Amerikaanse of latino medeburgers. Een vergelijkbaar ‘alledaags seksisme’ komt juist voort uit het tegenovergestelde van afstand en onwetendheid. De meeste mannen brengen hun dagelijks leven door in het intieme gezelschap van moeders, echtgenotes en dochters. Ook worden ze elke dag omringd door vrouwelijke medewerkers van wie de meerderheid nog steeds een ondergeschikte positie bekleedt en minder geld verdient. Daarom beschouwen vele mannen hun eigen superieure positie nog altijd als een evident ‘natuurlijke’ structurering van de ‘normale’ verhoudingen tussen vrouwen en mannen. Het zou voor Hillary een enorme opgave zijn om mannelijke stemmers – en de media – er van te overtuigen dat bewuste of onbewuste seksistische praktijken net zo kwalijk zijn als openlijk of achterbaks racistisch gedrag. Daarom is het onwaarschijnlijk dat ze zich zal wagen aan een reactie op Obama’s toespraak.

Frances Gouda is hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.

De toespraak van Obama is te lezen via nrc.nl/race08, het weblog van correspondent Tom-Jan Meeus.