Veldhuis denkt dat ze in Peking nóg harder kan

Marleen Veldhuis sloot de EK af met haar derde titel en een wereldrecord. Ze treedt langzaam maar zeker in de voetsporen van Nederlands succesvolste zwemster, Inge de Bruijn.

De onttroonde wereldrecordhoudster Inge de Bruijn (links) feliciteert Marleen Veldhuis met haar Europese titel en wereldrecord op de 50 meter vrije slag. Foto WFA 24-03-2008 ZWEMMEN: EUROPESE KAMPIOENSCHAPPEN:EINDHOVEN Marleen Veldhuis krijgt een welgemeende knuffel van Inge de Bruin. Marleen heeft haar wereldrecord op de 50 meter vrije slag vverbetert Foto: Soenar Chamid SCS;Chamid, Soenar

Marleen Veldhuis sloot gisteravond gedenkwaardige Europese kampioenschappen af, precies zoals ze een week geleden was begonnen: met een gouden medaille en een wereldrecord.

De 28-jarige zwemster scherpte gisteravond op de 50 meter vrije slag het wereldrecord (24,13) aan dat Inge de Bruijn zevenenhalf jaar geleden had gezwommen bij de Olympische Spelen van Sydney (2000). Veldhuis schreef met 24,09 geschiedenis in het bad waar ze dagelijks traint. Ze liet zich met recht kronen tot de koningin van de EK en niet, zoals verwacht, de half-Nederlandse Française Laure Manaudou, die ‘slechts’ tweemaal goud won.

„Dit is super, ik ben nu gewoon de allersnelste”, glunderde Veldhuis na haar race. „Ik had dit eerlijk gezegd niet verwacht.” Ze werd bij de huldiging gefeliciteerd door Inge de Bruijn zelf. Veldhuis: „Ze zei: ‘Als iemand het moest verbeteren, was jij het’.”

Veldhuis heeft zich in anderhalf jaar onder coach Jacco Verhaeren ontwikkeld van een Europese topper tot een kandidaat voor drie gouden medailles bij de Spelen. Behalve de wereldrecords op de 4x100 meter vrije slag en de 50 meter vrije slag won ze ook het koningsnummer, de 100 meter vrije slag, al was haar grote rivale, de Duitse Britta Steffen, afwezig.

En passant zwom Veldhuis op de laatste dag als slotzwemster op de 4x100 meter wisselslag het Nederlandse kwartet vanuit een kansloze zevende positie naar het brons. Het was symbolisch voor de vorm waarin ze steekt in haar voorbereiding op ‘Peking’.

Tot de EK had Veldhuis nog nooit een ‘echt’ nummer gewonnen, dat wil zeggen, op de langebaan. Volgens de puristen zijn wedstrijden in baden van olympische afmetingen de enige die aan het einde van een carrière meetellen. „Ik besef terdege dat ik nu favoriet ben voor de Spelen. Maar ik ga niet langzamer zwemmen. Ik weet dat ik dit kan, en hopelijk kan ik over een paar maanden nog wat harder.”

Ondanks de afwezigheid van Van den Hoogenband kan Nederland terugkijken op een succesvol toernooi. De Nederlanders zwommen twee wereldrecords, zestien nationale records en haalde tien medailles: vier goud, drie zilver en drie brons. In 1999 (Istanbul) haalde de ploeg voor het laatst meer medailles (dertien), dankzij Van den Hoogenband en De Bruijn, samen goed voor zesmaal goud.

Met het oog op ‘Peking’ waren vooral de vrijeslagnummers opbeurend voor bondscoach Verhaeren. Ondanks de successen van Veldhuis waakt hij voor euforie rond zijn pupil. „Dit geeft geen garanties voor goud op de Spelen. Volgende week kan iemand anders weer favoriet zijn. Internationaal gaat het hard, maar tot nu toe heb ik niks zorgwekkends gezien, iets dat Marleen Veldhuis en Inge Dekker niet zouden kunnen. Ze waren maar half voorbereid voor de EK, dus er zit nog voldoende rek in.”

Maar de conclusie is ook dat de Nederlandse kansen op succes in Peking op dit moment in handen zijn van drie deelnemers: Veldhuis, Dekker en Van den Hoogenband, die door griep slechts twee keer op het startblok stond. Voor de estafettenummers beschikt de ploeg over meer toppers, vooral met zwemsters als Ranomi Kromowidjojo en Femke Heemskerk.

Dat slechts drie Nederlanders zich kunnen meten met de wereldtop wil niet zeggen dat het topzwemmen niet vooruitgaat. Integendeel, tal van persoonlijke records sneuvelden. „We zijn in de breedte enorm gegroeid”, vindt Verhaeren, die met een „hoogwaardige” groep naar Peking gaat.

Bij de vrouwen verraste Chantal Groot met goud op de 50 meter vlinderslag. En ze zwom een olympische limiet op de dubbele afstand. Hinkelien Schreuder zwom na een zware periode haar beste toernooi. Ze verbrak het nationale record op de 50 meter rugslag en zwom in Veldhuis’ kielzog naar zilver op de 50 meter vrije slag.

Tegenvallers waren er ook, zoals voor Inge Dekker, die weliswaar vier medailles haalde, maar de titel op haar favoriete nummer, de 100 meter vlinderslag, moest afstaan aan een veertienjarig puber uit Zweden, Sarah Sjöström. Dekker, die tweede werd, weet dat aan haar zware programma. Ze werd wel knap derde op de 100 meter vrije slag en verbeterde zich daarop spectaculair. Ook Dekker haalde goud (4x100 me vrije slag) en nog eens zilver (50 meter vlinderslag).

Bij de mannen viel Robin van Aggele op. De uit Hilversum afkomstige zwemmer, die zijn eigen trainingsprogramma’s schrijft, haalde met een nationaal record op de 100 meter vlinderslag (52,20) de olympische limiet. Daar stond tegenover dat hij de limiet voor de 100 meter schoolslag niet heeft gehaald. Thijs van Valkengoed slaagde daarin verrassend genoeg wel.

Verhaeren was al met al tevreden. „We hebben mooie reclame gemaakt voor het zwemmen. In tegenstelling tot de trage gang van zaken na de Spelen in Sydney, voel ik dat we nu qua ontwikkeling in een versnelling zitten”, zegt Verhaeren, die verantwoordelijk was voor het opzetten van de nationale zweminstituten in Amsterdam en Eindhoven.

De succestrainer, wiens contract als technisch directeur bij de zwembond afloopt, denkt ook na de Spelen in Eindhoven te blijven.

‘Bodybuilder’: pagina 16