Tussen ascese en aardsheid

Theater

Knielen op een bed violen, naar de gelijknamige roman van Jan Siebelink, door Bos Theaterproducties.

Bewerking en regie: Madeleine Matzer. Tournee t/m 31/5. Inl.: www.bostheaterproducties.nl. ***

Het gewelfde dak lijkt op een majesteitelijk boven de bühne zwevende hemel: vormgeefster Sanne Danz bedacht voor regisseur Madeleine Matzer een passend decor. Want Knielen op een bed violen, naar de roman van Jan Siebelink, gaat over hemel en hel. Over geloof, kortom. De tuinder Hans Sievez bekeert zich tot het orthodoxe christendom en hoopt de hel te ontlopen. Dat hij het intussen thuis tot een hel maakt, dat dringt maar moeilijk tot hem door.

Matzer ensceneert de door haarzelf bewerkte roman met behoedzame eerbied. Voor de hoofdpersoon weet ze direct sympathie te wekken omdat we ook de schooljongen Hans leren kennen. Een gevoelige knul lijkt hij, verliefd op bloemen en planten, op zijn moeder, die hem al snel ontvalt, en op het meisje Margje.

Niet dat dit eerste deel bij Matzer zo geweldig is. Zinnen uit het boek zijn knullig in stukken gehakt en over de spelers verdeeld. Maar Cees Geel in de rol van Hans maakt wel contact met het publiek; met een verontschuldigend lachje neemt hij ons voor hem in.

En in de volgende delen, over de oudere Hans Sievez, gaat het weinig theatrale verteltheater vaker in echt toneelspel over, met dialogen en al. We raken nu ook bij de andere figuren betrokken, bij Margje vooral. Zij, inmiddels met Hans getrouwd, ziet lijdzaam toe hoe hij in de ban van obscene predikers raakt. Margje, fijntjes gespeeld door Wendell Jaspers, vecht op háár manier voor het behoud van de echtelijke liefde.

In een van pallets en kistjes gemaakt decor laat Matzer die liefde soms hevig opleven. Dan zindert het toneel van de pure lust – die Hans meteen probeert te onderdrukken. Zijn liefde voor Margje komt lijnrecht tegenover zijn liefde voor God te staan en ook wie weinig van God begrijpt, kan zich bij Hans’ strijd tussen aardsheid en ascese toch wel iets voorstellen.

Natuurlijk kan zo’n twee uur durende voorstelling niet aan Siebelinks epos tippen. Honderden gedachten en gebeurtenissen vonden in de bewerking geen plaats en de jaren verstrijken wel erg snel: aan vluchtigheid kan zij niet ontkomen. Op z’n plaats is dan weer de lúchtigheid: de overgangen van de ene rol naar de andere (alleen Geel heeft maar één rol) bezitten een charme die het zware thema zeer verteerbaar maakt.

En tegenover de tekortkomingen (veel verkeerde klemtonen!) van de deels jonge acteurs staan de sterke beelden. Van de drie zwartgejaste predikers bijvoorbeeld, die Hans omsingelen onder een voor de gelegenheid met dreigend licht beschenen hemel. Onderwijl zingt men psalmen, mooi meerstemmig gemaakt door componist Gerton Zeilstra.

„Jij hebt het vaak moeilijk met Pappa gehad, hè?”, vraagt zoon Ruben na de dood van Hans Sievez aan zijn moeder. Verbaasd kijkt Margje op: „Hoe kom je erbij, tussen ons is het altijd goed geweest.” Ook zij kan niet zonder illusies leven. Dat deelt ze dan weer met haar man – en met iedereen.

    • Anneriek de Jong