Taiwan kan beter zichzelf blijven

Ma Ying-jeou heeft de presidentsverkiezingen van Taiwan overtuigend gewonnen, en zijn Kuomintang-partij (KMT) had al een tweederde meerderheid in de wetgevende vergadering. De overwinning van Ma zorgde ervoor dat de Taiwanese Taiex-aandelenindex gisteren met 4 procent steeg, in de hoop op een inniger samenwerking met China. Maar 39 procent van de export van Taiwan gaat al naar China, en de economische staat van dienst van de verliezende Democratisch-Progressieve Partij (DPP) is lastig te overtreffen.

De DPP is van oudsher de partij van het Taiwanese nationalisme, terwijl de KMT, als opvolger van de Chinese regering van vóór de revolutie van 1949, de banden met China graag wil aanhalen, met behoud van Taiwans identiteit. Daarom zou de zege van de KMT tot nauwere banden met China kunnen leiden, inclusief een alomvattende samenwerkingsovereenkomst – een contrast met de kille relaties die werden onderhouden door de vertrekkende DPP-president Chen Shui-bian.

Maar de koele betrekkingen tussen Chen en China genoten aanzienlijke steun onder de bevolking. Zijn referendum over het lidmaatschap van de VN onder de naam Taiwan, waar de VS en de meeste andere landen tegen zijn, kreeg op 22 maart meer steun dan het alternatieve voorstel van de KMT.

Niettemin waren de economische gevolgen van het bewaren van politieke afstand tot China gering. De Taiwanese export naar dat land (inclusief Hongkong) steeg van 22 procent in 2000 naar 39 procent in 2007. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de verondersteld nauwere economische banden met China onder Ma daar veel verandering in zullen brengen.

De economische staat van dienst van Chen stemde ook op andere terreinen tot tevredenheid. De groei van Taiwan per hoofd van de bevolking, die tussen 2000 en 2007 zo’n 5 tot 6 procent bedroeg, was traag in vergelijking met de 9 procent van China en de dubbele groeicijfers van Taiwan zelf vóór 1996. Maar Taiwan is nu een relatief rijke economie, met een inkomen per hoofd van de bevolking dichtbij het EU-gemiddelde. Daarom is het vrijwel onvermijdelijk dat het land minder snel groeit dan het armere China. De inflatie is laag gebleven, evenals de overheidsuitgaven, terwijl het begrotingstekort bescheiden is geweest.

Daardoor blijven de economische vooruitzichten van Taiwan goed en lijkt zijn aandelenmarkt, die op dertien maal de historische winsten wordt verhandeld, ondergewaardeerd. Maar nauwere betrekkingen met China hoeven voor beleggers nog geen reden voor een feestje te zijn. Zij zouden zich moeten concentreren op het behoud van een van de karaktertrekken waardoor Taiwan zich van China onderscheidt: zijn ongebreidelde zakelijke dynamiek.

Martin Hutchinson

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com

    • Martin Hutchinson