Rietvelds zigzag-stoel in drie dikke zwarte strepen

Affiche van Jan Bons voor het IDFA in 1999, toen NRC Handelsblad nog sponsor was van het festival. Bons, Jan

Tentoonstelling 90 Affiches van Jan Bons t/m 12 mei Kunsthal, Rotterdam. Inl: www.kunsthal.nl & 010-4400301.

‘5 mei VRIJHEID’ jubelt het affiche in dikke driedimensionale felgekleurde letters die aan het Superman-logo doen denken. Het uitroepteken lees je er vanzelf bij. De bevrijding was een belangrijke dag, en een belangrijk thema voor grafisch ontwerper Jan Bons, die tijdens de Tweede Wereldoorlog drukwerk voor het verzet maakte. Ook in zijn vak voelde hij een drang naar vrijheid. Het plezier in het experimenteren met kleur, vorm en materiaal spat ervan af.

Nu is Jan Bons negentig. Ter ere daarvan heeft Lex Reitsma, vakgenoot en kennelijk vriend en bewonderaar, het op zich genomen om een film en een boekje over hem te maken en negentig van zijn affiches te laten zien op een tentoonstelling in de Kunsthal.

Bons’ ouders stuurden hem naar de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten om tekenleraar te worden, maar hij voelde zich daar niet thuis. Hij stapte over naar de Nieuwe Kunstschool, de Nederlandse variant van het Bauhaus, waar hij kennis maakte met Otto Treumann. Samen met Treumann, Willem Sandberg en Dick Elffers behoorde hij tot de invloedrijke naoorlogse generatie grafische kunstenaars die het vak van een heel nieuwe inhoudelijke lading heeft voorzien.

Bons maakte veel affiches, onder andere voor theatergezelschap De Appel en – ook recent nog – voor het Internationale Documentaire Filmfestival Amsterdam (IDFA). Daarnaast ontwierp hij ook mozaïeken, sculpturen en muurschilderingen – die in de hal van het Amstel Station, bijvoorbeeld, en een voor de ruim zeventig meter lange gevel van een paviljoen van Rietveld voor de tentoonstelling Así es Holanda in Mexico City in 1952.

Jan Bons heeft ook diverse postzegels ontworpen. Toen hij in 1984 een uitnodiging kreeg van de Dienst Esthetische Vormgeving van de PTT om een postzegel te ontwerpen ter gelegenheid van veertig jaar bevrijding was hij zo ingenomen met het verzoek dat hij binnen een kwartier acht schetsen had gemaakt. In de marge van zijn brief terug schreef hij bedeesd met potlood: „En voelt u zich niet geëmbarrasseerd als ik te hard van stapel loop.” Juist deze schetsen geven op een terloopse, intieme manier inzicht in het proces van denken en tekenen dat de kern van het ontwerpersvak vormt.

Door de decennia heen heeft het werk van Jan Bons niets aan kracht en expressiviteit ingeboet. Je ziet er aan af van wanneer het dateert, zonder dat het gedateerd aan doet. Nu eens kiest hij de fluorescerende dayglo-kleuren van de jaren zestig, dan weer houtskool, of fragmenten van grofkorrelige zwart-wit foto’s die zo zijn opgeblazen dat ze ook veel weg hebben van houtskool.

Bons gebruikt veel primaire kleuren, maar fietst daar dan dwars doorheen met een mengkleur als groen. Hij scheurt zijn letters uit gekleurd papier, of schildert ze, of gebruikt grote grove sjablonen, of plaatst juist koele klinische lettertypes op een dikke laag blauw krijt. ‘Beeldende’ typografie noemt Reitsma dat. Het is allemaal lekker fysiek en levenslustig – ook een uiting van zijn drang naar vrijheid. Ondertussen is hij wel een pietlut, zoals alle grafische vormgevers. „Ik kan uren en dagen zitten mieren over één millimeter’’, zegt hij met een lachje dat zelfkennis verraadt.

Dat is wat zijn werk spannend en direct en herkenbaar maakt: hij werkt op het snijvlak van gemillimeterde precisie en het grote gebaar. Een van de mooiste voorbeelden is het affiche dat hij maakte op uitnodiging van Willem Sandberg, toen directeur van het Stedelijk Museum, voor een tentoonstelling over Rietveld. Otto Treumann maakte er ook een, Wim Crouwel ook. Samen vormen de drie affiches het best denkbare overzicht van de stromingen die er toen in de Nederlandse grafische vormgeving naast elkaar bestonden. Er is geen groter contrast denkbaar dan tussen de ijle, rechte lijnen in een grijze geometrische compositie van Crouwel en dat van Bons. Met krachtige streken zwarte verf schildert hij de drie lijnen van Rietvelds beroemde zigzagstoel dwars over de typografie heen. Ha!

Helaas zijn er nogal wat lacunes in de presentatie zelf. Zo is de aanleiding de negentigste verjaardag van Bons – maar dat wordt nergens vermeld. Bovendien heeft Reitsma drie bekende vakgenoten – Anthon Beeke, Gielijn Escher en Max Kisman – bereid gevonden een affiche voor deze feestelijke gelegenheid te maken, en maakte hij er zelf een. Maar ook dit feit wordt voor de bezoeker verzwegen. Dat is een des te groter gemis omdat juist dit werk ons iets vertelt over de betekenis die Bons’ oeuvre en werkwijze nu nog hebben. En het is natuurlijk doodzonde dat de definitieve montage van Reitsma’s film over Bons en het bijbehorende boekje pas half april klaar zijn als de tentoonstelling bijna voorbij is.

Wat ik zelf vooral mis is een persoonlijk woord van Lex Reitsma over deze kennelijk zo door hem bewonderde voorganger. Wat trekt hem aan in dit werk, waarom wilde hij dit eerbetoon maken, in hoeverre is Bons zijn leermeester, mentor, lichtend voorbeeld? Die bewondering blijft nu als het ware anoniem, terwijl die de hele raison d’être van de tentoonstelling is.

    • Tracy Metz