‘Rechtspositie patiënt is marginaal’

Jaren was ze het gezicht van de patiëntenbeweging. Nu wordt Iris van Bennekom topambtenaar op Volksgezondheid. Een terugblik op de veranderingen in de zorg.

Iris van Bennekom: „De cultuur bij de zorgaanbieders is vastgeroest.” Foto Evelyne Jacq Iris van Bennekom: „De cultuur bij de zorgaanbieders is vastgeroest.” Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Santpoort-Zuid, 21-03-2008. Foto: Evelyne Jacq Europa, Nederland,Santpoort-Zuid, 21-03-2008. Drs. I. van Bennekom-Stompedissel, is directeur van de Nederlandse Pati‘nten Consumenten Federatie (NPCF, www.npcf.nl)), wordt per 01-04-2008 directeur Langdurige Zorg en plaatsvervangend directeur-generaal bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Het was toch een beetje alsof ze naar de vijand overliep. De achterban van Iris van Bennekom, directeur van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF), keek vreemd op toen bekend werd dat zij per april de overstap zou maken naar de top van het ministerie van Volksgezondheid.

Toch hadden ze het wel kunnen zien aankomen. Van Bennekom (1962) is nu al acht jaar lang de belangrijkste voorvechtster van patiëntenbelangen in Nederland. Ze wist de aangesloten patiëntenorganisaties ervan te overtuigen dat ze de grote stelselwijziging van 2006 naar hun hand moesten zetten. Niet door als een ontevreden belangenbehartiger actie te voeren, maar door aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Zo’n rol hadden patiëntenorganisaties niet eerder gespeeld. Van Bennekom probeerde met die houding de patiëntenclubs om te vormen van klagende zorgontvangers tot kritische consumenten.

Die ervaring kunnen ze op het departement goed gebruiken. Minister Klink (CDA) en staatssecretaris Bussemaker (PvdA) willen de positie van patiënten ook versterken en zien Van Bennekom daarom als een aanwinst. In de gezondheidszorg is immers een zo vrij mogelijk spel van vraag en aanbod geïntroduceerd en kritisch kiezende consumenten horen daarbij.

Van Bennekom wordt directeur Langdurige Zorg en plaatsvervangend directeur-generaal. Ze zal intensief moeten samenwerken met de ook net benoemde Diana Monissen, voormalig topvrouw bij zorgverzekeraar Agis.

Klink en Bussemaker willen de komende jaren de gezondheidszorg met een fris team topambtenaren tegemoettreden. Zij moeten de marktwerking verder gestalte geven en op kosten besparen. Vooral in de langdurige zorg zijn forse ingrepen nodig, waar patiënten nog wel eens moeite mee kunnen krijgen. De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten waaruit die langdurige en particulier onverzekerbare zorg wordt betaald, barst uit zijn voegen en Bussemaker wil die verzekering „toekomstbestendig” maken. Aan Van Bennekom de taak met ingrepen te komen die op voldoende draagvlak kunnen rekenen.

Het nieuwe zorgstelsel, nu twee jaar oud, beoogt medische hulp efficiënter en klantvriendelijker te maken door concurrentie tussen verzekeraars en tussen zorginstellingen. Verzekeraars en ziekenhuizen zouden beter naar patiënten gaan luisteren. Wat is er van die theorie terechtgekomen?

Van Bennekom: „Er is een debat gekomen over de vraag of we waar voor ons geld krijgen. De nieuwe zorgwet heeft een ontwikkeling in gang gezet die de zorg en met name de kwaliteit ervan transparanter moet maken. Er is een groter bewustzijn dat de patiënt als klant bejegend dient te worden.”

Werkt dat? Heeft de nieuwe zorgwet de positie van patiënten verbeterd?

„Ja. Dan heb ik het over het openbaar worden van gegevens; welke zorg wordt geleverd en van welke kwaliteit is die? Er is een kostenbewustzijn. Dat was er niet geweest zonder zorgverzekeringswet. De aandacht voor patiëntenorganisaties is enorm toegenomen, ook al is het nog niet waar het zijn moet. We proberen nu een toekomstbestendig en solidair zorgstelsel op te bouwen. Dat wordt internationaal gewaardeerd. Het buitenland komt kijken naar onze kroonjuwelen: het wettelijk recht op zorg, iedereen verplicht verzekerd, meer aandacht voor transparantie en voor wensen van de cliënt.”

Is die transparantie geen wassen neus? Wie kan in de praktijk nu zelf op internet de beste chirurg vinden in de buurt, zoals beloofd werd?

„Onder artsen is de weerstand tegen die openheid nog groot. De meeste informatie kun je nog niet vinden, nee. Maar er wordt hard aan gewerkt. Voor tachtig veelvoorkomende aandoeningen wordt nu objectieve kwaliteitsinformatie ontwikkeld. Er zit vooruitgang in, maar het had er natuurlijk gisteren al moeten zijn.”

U heeft wel eens gezegd dat minister Klink wat ambitieuzer mag zijn.

„Ja, we hebben haast. Zorgaanbieders pakken alle ruimte die ze krijgen om de boel te vertragen, omdat ze geen belang bij veranderingen hebben. In mijn nieuwe baan zal ik dit niet los laten.”

Vindt u al met al de introductie van het nieuwe zorgstelsel geslaagd?

„We mogen niet ontevreden zijn, maar het moet sneller gaan. Meer inzicht in de prijs en kwaliteit van behandelingen, meer innovatie, meer invloed voor patiënten. Daar moeten de verzekeraars een actievere rol in spelen.”

Hoe brengen zij het er volgens u vanaf in het nieuwe stelsel?

„Sommige verzekeraars weten wat patiënten willen, anderen zijn er minder goed in. De ene zorgverzekeraar profileert zich meer als verzekeraar, de ander meer als zorginkoper. De ene heeft vooral een financiële drijfveer, wil de premie goed beheren en de schadelast beperken. De ander besteedt meer aandacht aan het inkopen van goede zorg en wil de kwaliteit van de zorg verbeteren. Tussen die twee zit spanning. Alle verzekeraars worstelen met dat spanningsveld. Misschien moeten we de zorgwet hierop aanpassen.”

Hoe dan?

„Kijk naar ziektepreventie. Verzekeraars die investeren in het voorkómen van ziekten, kunnen daarmee hun uitgaven op termijn beperken. Maar zij ondervinden nu duidelijk het freeriders-dilemma: een klant kan altijd overstappen, al investeren ze nog zo veel in hem. Concurrenten profiteren dan kosteloos mee van hún investering. Dat probleem moet je misschien in de wet ondervangen.”

Ben u er gerust op dat de verzekeraars de belangen van de patiënten goed dienen?

„Nou, je zal toch een tegenkracht moeten organiseren tegen de vastgeroeste belangen in de zorg. Idealiter organiseren patiënten die tegenkracht zelf, maar zij kunnen dat niet alleen. Praten met een zorgverlener vergt een heel eigen taal. In de Nederlandse verhoudingen is het dan een logische keus om verzekeraars die rol van tegenwicht te geven.”

Wat zit het meest vastgeroest?

„De cultuur bij de zorgaanbieders, de macht van de doktoren. Zorgaanbieders nemen besluiten in hun eigen belang en dat is lang niet altijd in het belang van de patiënten. Maar patiënten zien dat vaak niet of onvoldoende onder ogen, en steunen zo de gevestigde macht.”

Bijvoorbeeld?

„Het verzet van de huisartsen tegen de zorgverzekeringswet was vooral om hun eigen inkomen veilig te stellen. Niet om de zorg voor patiënten te waarborgen. Toch neigen patiënten er steeds naar om artsen te steunen. Wij willen de vraagkant versterken, de macht van de patiënten, met behulp van de verzekeraar.”

Wat is uw grootste ambitie?

„Bijdragen aan het tempo van innovaties. Ik wil ook dat mensen het waarom van beslissingen begrijpen. Solidariteit en toegankelijkheid moeten in de zorg behouden blijven, dat zit er altijd achter.”

U pleitte voor een Zorgconsumentenwet. Komt die er nog?

„Ja, ik verwacht nog deze kabinetsperiode. Aanspraken van burgers moeten helderder worden geregeld, want de rechtspositie van de klant in de zorg is nog marginaal. Een Zorgconsumentenwet kan die verbeteren. Iedereen beweert dat de patiënt op nummer één moet staan. Alleen is zijn positie nu niet gewaarborgd. Het gaat om mensen die hulp nodig hebben. De rest is daar een afgeleide van. Waarom zijn de posities van verzekeraar en zorgaanbieder wettelijk goed geregeld, maar die van de patiënten nou juist niet?”

    • Antoinette Reerink