Overlast van tienduizend gillende varkens

Met een provinciaal burgerinitiatief proberen bewoners enorme stallen voor tienduizenden varkens te weren in Overijssel. „Zolang er nog niks staat, is het niet te laat.”

Jan Veldhuis monstert het uitzicht vanuit zijn huiskamer. Nu nog weids, straks wellicht gedomineerd door megastallen. Foto Eric Brinkhorst Vroomshoop Tonnendijk Jan Veldhuis. Lokatie varkensflats. foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

Vroomshoop, 25 maart. - Vanuit zijn woonkamer heeft Jan Veldhuis een weids uitzicht. Nog wel. Want als alle plannen doorgaan, dan zullen in de verte grote, industrieel opgezette varkensstallen verrijzen die ruimte bieden aan tienduizenden varkens.

Veldhuis woont op een plek die is aangewezen als een landbouwontwikkelingsgebied (afgekort: log). Fortwijk heet het. Zijn schrikbeeld: het smalle landweggetje dat het aantal busjes dat personeelsleden haalt en brengt en het vrachtverkeer voor de aan- en afvoer van voer en mest niet aankan, de stank, de overlast van gillende varkens, de uitstoot van fijnstof en ammoniak en ontsierende „blokkendozen” in het kale, vlakke landschap tussen Vroomshoop en Vriezenveen. „Als je hier drie turven op elkaar zet, dan zie je die van grote afstand al staan.”

Veldhuis heeft met de stichting ‘Vroomshoop en Omgeving een Mesthoop? (Vrom?)’ het voortouw genomen voor een provinciaal burgerinitiatief, bedoeld om zaken op de politieke agenda te krijgen. 4.500 handtekeningen heeft de stichting verzameld, terwijl er 1.500 nodig zijn. „Het zit velen erg hoog”, zegt Douwe Bouma van de stichting. In Gelderland, waar ook verzet is tegen megastallen, zijn plannen het Overijsselse voorbeeld te volgen.

De stichting Vrom? overhandigt de handtekeningen morgen aan de commissaris van de koningin van Overijssel, Geert Jansen. De ondertekenaars willen dat Provinciale Staten het besluit voor de aanwijzing van de landbouwontwikkelingsgebieden zo wijzigen dat het veel moeilijker wordt megastallen te bouwen. „Ook leden van Provinciale Staten zeggen verrast te zijn door het effect van hun beslissing, namelijk dat bedrijven met 20.000 varkens of meer zich in die gebieden willen vestigen. Wij bieden ze nu de kans erop terug te komen”, zegt Veldhuis.

Het is de eerste keer dat in Overijssel een beroep wordt gedaan op het recht een burgerinitiatief in te dienen. Landelijk maakte Milieudefensie in 2007 gebruik van deze regeling met de actie Stop Fout Vlees.

Veldhuis, gepensioneerd docent Nederlands, wist al geruime tijd dat de plek waar hij sinds dertig jaar een bungalow bewoont, was aangewezen als landbouwontwikkelingsgebied. Hij verkeerde lange tijd in de veronderstelling dat het ging om boerenbedrijven die verplaatst zouden worden om natuur te sparen. Daar had hij geen moeite mee.

Maar nadat hij vorig jaar vernam dat twee grote bedrijven, waaronder Family Farmers, grond hadden gekocht voor de bouw van vier megastallen met ruimte voor in totaal 80.000 varkens, sloeg hem de schrik om het hart. „De reconstructiewet wordt zo oneigenlijk gebruikt”, vindt Veldhuis. „Dit zijn geen bedrijven die uit oogpunt van natuurontwikkeling moeten worden verplaatst, dit zijn grote ondernemingen die industrieel opgezette stallen willen bouwen. Die passen hier niet. Die horen thuis op een industrieterrein bij een haven of bij de zee. ”

Mocht de gemeenteraad van Twenterand al bereid zijn de vestiging tegen te houden, dan is dat bijna onmogelijk omdat hij moet uitvoeren wat de hogere overheden hebben bepaald, stelt Veldhuis. „Als je er iets aan wilt doen, moet je terug naar de overheid die de landbouwontwikkelingsgebieden heeft aangewezen: de provincie.” Hij hoopt dat het tij te keren is: „Zolang er nog niks staat, is het niet te laat.”

Provinciale Staten van Overijssel worstelen met het probleem. De leden hebben het college onlangs verzocht te bekijken of de bouw van megastallen kan worden tegengehouden, maar Gedeputeerde Staten zien daar geen mogelijkheden voor.

Dat de aanwijzing van ontwikkelingsgebieden in de praktijk anders uitpakt dan de bedoeling was, onderschrijft verantwoordelijk gedeputeerde Piet Jansen slechts ten dele. „Er is altijd gezegd: er zullen minder bedrijven komen en de overblijvers zullen groter worden. Maar aan die enorm grote stallen is inderdaad niet gedacht.” Veel ligt volgens Jansen nu in handen van de gemeenten die „visies” voor de landbouwontwikkelingsgebieden moeten maken. „Daarin kunnen zij bepalen hoe zo’n bouwblok eruit moet zien, hoe groot de onderlinge afstand moet zijn, en hoe het landschappelijk moet worden ingepast.”

Gedeputeerde Jansen hekelt de rol van Family Farmers. Dit bedrijf heeft met zijn aanvragen voor grote stallen de kleinere gezinsbedrijven geen dienst bewezen, meent hij. „Dit bedrijf heeft de uitvoering van de reconstructieplannen behoorlijk verstoord. Het doet de intensieve veehouderij geen goed. Zij maken het voor anderen een beetje kapot. Zes gezinsbedrijven die zich met 2.500 varkens per bedrijf in Markelo willen vestigen, een bedrijf dat met 5.000 varkens naar Wierden wil, worden allemaal op één hoop gegooid met Family Farmers. Dat vind ik jammer. Als Family Farmers dit niet had gedaan, dan was de discussie anders verlopen.”

Family Farmers heeft in Overijssel vier aanvragen gedaan voor stallen met per stuk 20.000 varkens of meer. Het bedrijf wil niet reageren.