Obama loopt averij op

Op grond van zijn eigen verleden is de Amerikaanse Democratische presidentskandidaat Barack Obama bij uitstek geschikt om de raciale trauma’s van zijn land te genezen. Zijn vader is niet van Amerikaanse, maar van Keniaanse afkomst. Daardoor is Obama vrij van historische frustraties over de slavernij, die tot ver in de negentiende eeuw duurde, of voor de rassensegregatie, die pas 40 jaar geleden officieel werd opgeheven. Die ellende kent hij niet van huis uit, dus gaat hij er ook niet onder gebukt. Bovendien komt hij voort uit een gemengd huwelijk. Zijn moeder was blank. Obama begon zijn loopbaan met sociaal werk in de arme zwarte wijken van Chicago, en kon tegelijkertijd van de meeste andere kiezers van Illinois genoeg vertrouwen winnen om senator te worden. Dat was een politieke prestatie.

Bij de voorverkiezingen heeft hij tegen de verwachtingen in de favoriete Democratische kandidaat Hillary Clinton zo goed als onttroond. Er hoeft nog maar in acht deelstaten worden gestemd en Obama ligt voor. Hij heeft de grootste kans op de nominatie. Om te kunnen winnen moet Clinton tweederde van de overgebleven stemmen binnenhalen.

Toch heeft Obama nu juist op het onderwerp ras en etniciteit schade opgelopen. In belangrijke deelstaten scoorde hij al slecht onder blanke arbeiders, latino’s en Aziatische kiezers. Zijn redenaarskunst wordt algemeen bewonderd, maar er zijn twijfels over zijn diepgang en zijn daadkracht. De grootste klap kreeg hij toen onder andere op YouTube uitspraken werden verspreid van Jeremiah Wright, een bevriende zwarte dominee, die met soms extreme beschuldigingen uiting gaf aan historische frustraties. Zo heeft Wright zijn gemeente wel eens aanbevolen om ‘God Damn America’ te zingen en heeft hij de Amerikaanse overheid ervan beschuldigd het aidsvirus onder zwarten te verspreiden. Zijn tegenstander Clinton heeft handig gebruik gemaakt van Obama’s alliantie met Wright door te zeggen dat hij zo de verkiezingen niet kan winnen.

De onthullingen over Wright zijn de eerste serieuze tegenslag voor Obama’s campagne. Hij reageerde er vorige week op met een moedige toespraak over het overwinnen van de raciale tegenstellingen in de VS, een pijnlijk en explosief onderwerp dat politici altijd mijden. Hij toonde begrip voor zwarten, zoals Wright, die woedend zijn over onrecht dat hen is aangedaan, maar vond ook dat zij miskennen dat vooruitgang is geboekt in de verhoudingen tussen de rassen. Toch is alleen een toespraak nog niet overtuigend genoeg.

De langdurige strijd van de Democraten werpt zijn schaduwen op de eindronde in november vooruit. Als ik niet win, kan Obama altijd nog verliezen, zal Clinton denken. Als Hillary overblijft, zullen veel Democraten dit najaar uit teleurstelling wegblijven bij de stembus. Als Obama wint, moet de natuurlijke bruggenbouwer nog meer grenzen overschrijden om het vertrouwen te winnen van minder welgestelde blanken en latino’s. Lukt hem dat niet, dan profiteert zijn capabele Republikeinse tegenkandidaat John McCain.