Niet anti-burgerlijk, maar anti-menselijk

Affiche van Jan Bons voor het IDFA in 1999, toen NRC Handelsblad nog sponsor was van het festival. Rotterdam, 04-03-08. Sfeerbeelden van de repetitie van "Baal" bij het RO theater, met in de titelrol Fania Sorel,regie Alize Zandwijk. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Theater Baal van Bertolt Brecht, door het RO Theater. Gezien 22 maart Rotterdamse Schouwburg.. Inl. 010-4046888.

Baal, het eerste toneelstuk van Bertolt Brecht uit 1919, is even lelijk, ruw en onstuimig als zijn hoofdpersoon. Het stuk laat de toeschouwers al even onbevredigd achter als Baal zelf. De bohémien kunstenaar dicht, zuipt, neukt, zwerft, en trapt iedereen van zich af. „Afstand, in Godsnaam, afstand!’’ Baals kruistocht tegen de burgerlijkheid sluit aan bij Brechts idee dat de mensheid aan gezelligheid ten onder gaat, omdat het haar ervan weerhoudt de waarheid te aanschouwen: we staan alleen onder de koude hemel.

Met haar Duits romantische inslag is het niet verwonderlijk dat regisseuse Alize Zandwijk van het Ro Theater ook voor Baal valt – vooral voor Brechts anti-burgerlijke boodschap. Baal kiest compromisloos voor zijn driften, en moet daardoor wel botsen met zijn bravere omgeving. En hoe hard hij de burgers ook tegen de pantalon pist, ze proberen hem steeds weer te omhelzen. Omdat Baal zo onweerstaanbaar vrij is.

Zandwijk vond een stijl die naadloos bij het stuk past. Haar personages heeft ze lelijk toegetakeld tot een groteske groep vooroorlogse nachtkroeglopers. Zwarte vegen over het gezicht. Onflatteuze topjes waar de buik onderuit blubbert. Vormeloze broeken die door elastiek worden opgehouden. Alsof kinderen de verkleedkist hebben geplunderd. Ze spelen bewust kunstmatig, ironisch uitvergroot. Zandwijk benadrukt het fragmentarische van de verzameling scènes. Humor, muziek en Brechts poëzie verzachten de lelijke hardheid. Die muziek is van componist en Gerauschmacher Beppe Costa, bekend van zijn werk voor Orkater. Costa zorgt voor sfeervolle flarden volksmuziek, hoofdzakelijk Americana.

Om de Brechtiaanse afstand te vergroten, koos Zandwijk voor een vrouw in de mannelijke hoofdrol. Vlaamse actrice Fania Sorel is de juiste vrouw op de juiste plaats. Ze durft zichzelf afstotelijk te maken, zij speelt tweedimensionaal, en probeert Baal niet aangenamer of lyrischer te maken dan hij is. Dat is bewonderenswaardig, maar ook een probleem. Want de minder romantische ingestelde toeschouwer vindt die Baal helemaal niet onweerstaanbaar, maar een ongelooflijke schoft, wiens anti-burgerlijkheid vooral bestaat uit het laten barsten van meisjes. Je weigeren te binden; is dat dapper of laf? De minder romantische toeschouwer vindt Baal dan ook ongeschikt als aanklacht tegen de burgerlijkheid. Want Baal biedt geen leefbaar alternatief. Hij is niet zozeer anti-burgerlijk als wel anti-menselijk. Verder maakt hij vooral slachtoffers onder mede-zelfkanters, niet onder burgers. En hoe bescheten de burgers in dit stuk ook worden neergezet, vergeleken bij Baal zijn het lieve mensen.

Zandwijks compromisloze stijl legt de zwakheden van het stuk bloot. Het is een handvol scènes uit het leven van Baal, niet bijeengehouden door een lijn of spanningsboog. Verder houdt Baal lange poëtische verhandelingen, die Sorel niet boeiend genoeg kan brengen. Tweeënhalf uur scènetjes en betogen over de vrije hemel; Zandwijk krijgt de vereiste woeste vaart er niet in. Ze is consequent en vormvast in haar regie, maar daarmee maakt ze geen Baal om van te houden.

    • Wilfred Takken