Managers worden totaal overschat

Het ontbreekt managers doorgaans aan vakkennis zodat ze niet de problemen kunnen oplossen van het bedrijf dat ze geacht worden te managen, meent H.F.R. Schöyer.

Het is niet ongewoon: als het over managers gaat, wordt vaak bedoeld de manager in het bestuur. Zo ook in het artikel van Mirko Noordegraaf in Opinie & Debat van 22 maart naar aanleiding van zijn boek ‘Professioneel bestuur’ over de managerscultuur.

Noordegraaf beperkt zich tot de ‘manager’ in het bestuur. Dat is jammer want managers komen oorspronkelijk uit de Amerikaanse industrie waar ze voor de Tweede Wereldoorlog werden ‘uitgevonden’. In plaats van een bedrijfsleider die een manusje van alles was, werden leidinggevende taken nauw afgebakend, wat leidde tot efficiënte productie. Mede door het concept van de manager kon WO II worden gewonnen.Het concept van ‘manager’ vond langzamerhand in andere gebieden dan de industrie toepassing; aanvankelijk met succes. Met het op gang komen van de massaproductie werd individueel vakmanschap minder belangrijk. Bedrijven zaten echter vol mensen die hun vak prima verstonden en was er een probleem dan kon dat snel, zonder ingrijpen van de bedrijfsleiding, verholpen worden. In de eerste helft van de jaren zestig was dit nog zo in Nederland. De ambachtschool, UTS en MTS leverden goede praktisch geschoolde vakmensen af en de opleidingen aan de twee TH’s besloegen naast theoretische, ook praktische vorming. Met de onderwijshervormingen in de jaren zestig en later verdween dit langzaam maar zeker en kwam het idee op dat ‘managen’ een vak is. Managen kwam los te staan van wat gemanaged werd. Zolang er nog voldoende ervaren vakmensen in de organisatie rondliepen konden de fouten van de managers worden opgevangen. Langzamerhand raakten vaklieden echter gepensioneerd, of werden als ‘dinosauriërs’ beschouwd. Er kwamen steeds meer jonge managers vertellen hoe iets, waar ze geen verstand van hadden, gedaan moest worden. In de jaren zeventig en tachtig was het heel gewoon om pas afgestudeerden tegen te komen die ‘manager XX-systems’ waren. Vroeg je de jonge manager wie voor hem werkten, dan bleek dat niemand te zijn; hij of zij was de laagste in de hiërarchie en moest ‘het echte werk’ doen, maar was wel manager.

Het zou allemaal niet zo erg zijn als de echte managers wisten waar ze het over hadden; helaas is dat, met het concept dat managen een zelfstandige discipline is en dat het er niet toe doet wat je ‘managet’, overboord gezet. Dat leidt tot kostbare ongelukken.

Twee voorbeelden. Toen de eerste Ariane 5 in 1996 verongelukte, wist iedereen bij ESA binnen 20 minuten wat de oorzaak was. Drie managers hadden verboden een bekend probleem gedetailleerd te onderzoeken en te verhelpen. Dit werd gesanctioneerd (met handtekeningen) zodat de hele top van ESA schuldig was aan het debacle – of niemand. Kosten ca 600 miljoen euro.

Tussen Den Haag, Zoetermeer en Rotterdam moest een snelle openbaarvervoerverbinding komen die de al bestaande spoorverbindingen in sneltramverbindingen omzette. Op zich geen moeilijke opgaaf, maar de managers begrepen de problemen niet waarmee ze geconfronteerd werden, bijvoorbeeld dat wissels kapot waren of niet goed werkten en dus werd er geen adequate actie ondernomen. Het gevolg: een aantal trams ontspoorde en uiteindelijk werd de verbinding voor ruim anderhalf jaar stilgelegd. Beide voorbeelden laten zien dat geen leiding kan worden gegeven door mensen die niets begrijpen van hetgeen waar ze leiding aan geven. Het eerste voorbeeld illustreert een verschijnsel dat samengaat met de onzekere manager: namelijk besluiten worden door zoveel mogelijk mensen gesanctioneerd. Aldus zijn zoveel mensen verantwoordelijk, dat de facto niemand meer verantwoordelijk is.

We zien het ook in ziekenhuizen. Vroeger was daar een geneesheer-directeur, bijgestaan door een competente administratieve staf, de directeur. Nu vaak een jurist of econoom, die moet zorgen dat het budget gehaald wordt maar van de medische wereld niet veel begrijpt.

De administratieve rompslomp die maakt dat bijvoorbeeld gezinsverzorgers meer tijd besteden aan de administratie dan aan hun werkelijke taak is ook een van de gevolgen van modern management. Immers de manager wil met één druk op de knop alle gegevens helder voor zich hebben. Alleen, die manager drukt bijna nooit op die knop!

De problemen op de werkvloer kunnen volgens Noordegraaf niet helemaal aan de managers en de bureaucratie worden toegeschreven. Daarin heeft hij maar gedeeltelijk gelijk; een niet onaanzienlijk aantal problemen kan wel degelijk aan managers en bureaucratie worden toegeschreven. Maar wat Noordegraaf vergeet, is dat het oorspronkelijke idee was dat de ‘managers’ de problemen zouden oplossen, zodat de vaklieden gewoon hun werk konden doen. Daarin is het moderne management tekortgeschoten. Bestaande problemen worden niet opgelost; soms zelfs verergerd, en de kosten van het management zijn schrikbarend hoog.

Scholen zijn eraan kapotgegaan en nu begint deze trend zich ook af te tekenen bij Nederlandse universiteiten waar decanen, die van buiten worden aangetrokken, tot professor worden gebombardeerd – niet om hun wetenschappelijke kwaliteiten, maar om hun veronderstelde leidinggevende capaciteiten.

Een groot deel van het probleem zou kunnen worden opgelost door geschikte en ervaren vaklieden bijscholing te geven op het gebied van leiding, financiën en rechten voor zover nodig voor de leidinggevende functie, in plaats van specialisten als manager aan te trekken die niets van de kerntaken van de organisatie afweten. Speciale management opleidingen zouden daardoor wel overbodig worden.

H.F.R. Schöyer is raketdeskundige. Hij was verbonden aan de European Space Agency (ESA) in Noordwijk.

Zie ook het debat hierover op nrc.nl/discussie

    • H.F.R. Schöyer