Koningin Marleen van Eindhoven

Marleen Veldhuis won bij de EK zwemmen drie keer goud.

Daarmee ontpopt ze zich tot de topfavoriete voor de Olympische Spelen in Peking.

Marleen Veldhuis na de 50 meter vrije slag bij de EK in Eindhoven, die ze won in een wereldrecord. Foto AFP Dutch Marleen Veldhuis celebrates as she sets a new world record in the women's 50m butterfly final of the 29th LEN European Swimming Championships, on March 24, 2008 in Eindhoven. AFP PHOTO / PATRICK HERTZOG AFP

Marleen Veldhuis sloot gisteravond een gedenkwaardig toernooi af precies zoals ze een week geleden was begonnen: met een gouden medaille en een wereldrecord.

De 28-jarige zwemster scherpte gisteravond op de 50 meter vrije slag het wereldrecord (24,13) aan dat Inge de Bruijn zevenenhalf jaar geleden had gezwommen tijdens de Olympische Spelen van Sydney (2000). Veldhuis schreef met 24,09 geschiedenis in het bad waar zij de laatste anderhalf jaar dagelijks traint. Ze liet zich met recht kronen tot de koningin van de EK in Eindhoven en niet, zoals verwacht, de half-Nederlandse Française Laure Manaudou, die ‘slechts’ tweemaal goud haalde.

„Dit is super, ik ben nu gewoon de allersnelste”, glunderde Veldhuis na haar race. „Ik had dit eerlijk gezegd niet verwacht.” Ze werd na afloop gefeliciteerd door Inge de Bruijn zelf. Veldhuis: „Ze zei: als iemand het moest verbeteren, was jij het.”

Veldhuis heeft zich in anderhalf jaar onder haar coach Jacco Verhaeren ontwikkeld van een Europese topper tot een kandidaat voor drie gouden medailles op de Olympische Spelen. Behalve de wereldrecords op de 4x100 vrij en de 50 vrij won ze ook het koninginnenummer, de 100 vrij, al was haar grote rivale, de Duitse Britta Steffen, afwezig.

En passant zwom Veldhuis op de laatste dag als slotzwemster op de 4x100 wisselslag het Nederlandse kwartet vanuit een kansloze zevende positie naar het brons. Het was symbolisch voor de vorm waarin ze steekt in haar voorbereiding op ‘Peking’.

Tot de EK had de Overijsselse nog nooit een ‘echt’ nummer gewonnen, dat wil zeggen, op de langebaan (50 meter). Volgens de puristen zijn wedstrijden in baden van olympische afmetingen de enige die aan het einde van een carrière meetellen. „Dit was een supertoernooi, met drie gouden medailles en een bronzen. Maar het hele team heeft goed gezwommen. Het was heel erg jammer dat Pieter ziek was. Ik besef terdege dat ik favoriet ben voor de Spelen. Maar ik ga niet langzamer zwemmen. Ik weet dat ik dit kan, en hopelijk kan ik over een paar maanden nog wat harder.”

Ondanks de afwezigheid van Van den Hoogenband kan Nederland terugkijken op een succesvol toernooi. De equipe zwom twee wereldrecords, zestien nationale records en haalde tien medailles: vier goud, drie zilver en drie brons. In 1999 (Istanbul) haalde de ploeg voor het laatst meer medailles (dertien), dankzij Van den Hoogenband en De Bruijn, samen goed voor zesmaal goud.

Met het oog op ‘Peking’ waren vooral de vrijeslagnummers opbeurend voor bondscoach Verhaeren. Ondanks de successen van Veldhuis waakt hij voor euforie rond zijn pupil. „Dit geeft geen garanties voor goud op de Spelen. Volgende week kan iemand anders weer favoriet zijn. Internationaal gaat het hard, maar tot nu toe heb ik niks zorgwekkends gezien, iets dat Marleen Veldhuis en Inge Dekker niet zouden kunnen. Ze waren maar half voorbereid voor de EK, dus er zit nog voldoende rek in.”

Maar de conclusie is ook dat de Nederlandse kansen op succes in Peking op dit moment in handen zijn van drie deelnemers: Veldhuis, Dekker en Pieter van den Hoogenband, die door griep slechts twee keer op het startblok stond. Voor de estafettenummers beschikt de ploeg over meer toppers, vooral met zwemsters als Ranomi Kromowidjojo en Femke Heemskerk.

Dat slechts drie Nederlanders zich kunnen meten met de echte wereldtop wil niet zeggen dat het topzwemmen niet vooruitgaat. Integendeel, tal van persoonlijke records sneuvelden. „We zijn in de breedte enorm gegroeid”, vindt Verhaeren, die met een „hoogwaardige” groep naar Peking gaat. Daar zitten geen zwemmers meer bij die onvoldoende niveau hebben voor de Spelen, aldus Verhaeren.

Bij de vrouwen verraste Chantal Groot met goud op de 50 vlinder. Ze zwom een olympische limiet op de dubbele afstand. Hinkelien Schreuder zwom na een zware periode haar beste toernooi. Ze verbrak het nationale record op de 50 rug en zwom gisteren in Veldhuis’ kielzog naar zilver op de 50 vrij.

Tegenvallers waren er ook, zoals voor Inge Dekker, die weliswaar vier medailles haalde, maar de titel op haar favoriete nummer, de 100 vlinder, moest afstaan aan een veertienjarig puber uit Zweden, Sarah Sjöström. Dekker, die tweede werd, weet dat aan haar zware programma. Ze werd wel knap derde op de 100 vrij en verbeterde zich daarop spectaculair. Ook Dekker haalde goud (4x100 vrij) en nog eens zilver (50 vlinder).

Bij de mannen viel Robin van Aggele op. De Hilversummer, die zijn eigen trainingsprogramma’s schrijft, haalde met een nationaal record op de 100 vlinder (52,20) de olympische limiet. Daar stond tegenover dat hij de limiet voor de 100 school niet heeft gehaald. Thijs van Valkengoed slaagde verrassend genoeg wel.

Verhaeren was al met al tevreden. „We hebben mooie reclame gemaakt voor het zwemmen. In tegenstelling tot de trage gang van zaken na de Spelen in Sydney, voel ik dat we nu qua ontwikkeling in een versnelling zitten”, zegt Verhaeren, die verantwoordelijk was voor het opzetten van de nationale zweminstituten in Amsterdam en Eindhoven.

De succestrainer, wiens contract als technisch directeur bij de zwembond afloopt, denkt ook na de Spelen in Eindhoven te blijven. Eerder sloot hij niet uit naar het buitenland te willen, waar hij de banen voor het uitzoeken heeft. „Ik sta elke dag met mijn blote voeten aan de rand van dit mooie bad en mag training geven aan de wereldtop. Zo’n mooie situatie hoef ik niet in te leveren voor elders. Ik voel me wel thuis aan de badrand”, aldus Verhaeren.

    • Rob Schoof