Kiss kiss

Het leek me wel een leuk idee – ik zit vol met leuke ideeën – om voor Pasen wat paaseitjes te kopen. Ik ging daarvoor naar een type winkel waar ik zelden of nooit kom omdat het van mijn tandarts niet mag: een snoepwinkel.

De vrouw achter de toonbank had zich nog nooit iets van haar tandarts of enige andere medische adviseur aangetrokken, dat was met één oogopslag te zien. Ik schatte haar op vijf Marsen, tien chocoladerepen en handenvol Engelse drop per dag. Helaas kon ze me voorlopig niet helpen, omdat er al andere klanten stonden.

De eerste was een jongen van een jaar of vijftien, die zei: „Ik wil voor vijf euro snoep, kies maar voor mij en doe het in een zakje, ik wil niet weten wat het is.” Toen draaide hij zich met zijn rug naar haar toe en ging uit het winkelraam staren. De vrouw deed net of ze zulke verzoeken meermalen per dag kreeg – wat misschien ook wel zo was – en begon ijverig in de volle schappen te grijpen.

Ze hield aan de kassa de score nauwgezet bij, zodat de jongen voldoende kon meeleven. „Tien cent…. 35 cent….1 euro, 1 euro tachtig….”

Bij 5 euro draaide de jongen zich met gesloten ogen om, nam het zakje in ontvangst, pinde (!) het afgesproken bedrag en ging er haastig vandoor. „Veel snoepplezier”, riep de vrouw hem nog achterna.

Wie mocht ze nu helpen? Het bleken twee jonge mannen te zijn die bij elkaar hoorden. De een was lang en zwijgzaam, de ander klein en dominant. De lange keek steeds op een vertederde manier naar de kleine, terwijl die het woord deed. De kleine schoof twee munten van twee euro over de toonbank en zei: „Dát wil ik besteden en geen cent meer.”

Maar in tegenstelling tot de vorige jongen wilde hij een eigen invulling geven aan zijn bestelling. Eerst werkte hij met de winkelierster het linkergedeelte van haar zaak af, omdat daar alleen de snoep stond die per ons moest worden afgewogen. Engelse drop, kleine toverballen-met-anijspit, amandelbonen, jujubes, jodenvet, gomballen, kortom, alles waar een gebit heel vals van gaat lachen, ook als het nog niet vals is.

Daarna verhuisden ze naar de rechtersectie, waar uitsluitend per stuk kon worden ingekocht: kantoorballen, trekdrop, matje, kiss kiss, allemaal begrippen die mij als niet-snoeper weinig of niets zeiden. De twee jonge mannen waren daarentegen grote kenners, de kleine hoefde maar even te wijzen of de ander knikte al goedkeurend. Misschien was het een goed huwelijk, dat kon natuurlijk ook.

Intussen stond ik me af te vragen aan welke impulsen deze mannen gevolg gaven. Waren het gewone zoetekauwen die hun wekelijkse voorraad kwamen inslaan, of gehoorzaamden ze aan diepere driften? Was het misschien niets minder dan onbedwingbare heimwee naar hun kinderjaren die hen dreef? Was dat de verklaring voor de rituelen waaraan ze zich hier overgaven? „Mevrouw, mag ik voor een dubbeltje snoep?” Zo merkte je als kind dat genot te koop kon zijn, een van de belangrijkste ontdekkingen van het leven.

Eindelijk mocht ik mijn keuze maken. Ik kon het niet laten om voor het eerst de kiss kiss te proberen. Het is een zacht lieftallig mondje met lippen en tanden. Ik schudde er buiten meteen een uit het zakje en proefde hem. Hij smaakte zoet en verleidelijk, zoals zonde altijd smaakt.

    • Frits Abrahams