Kijk, de hele islamitische wereld gaat door het lint

Als de film Fitna van Geert Wilders verschijnt, zal dat wekenlang groot nieuws zijn.

Pas op voor te weinig feiten, te haastige conclusies en te veel boze moslims in beeld.

Nu de film Fitna van Geert Wilders op het punt van verschijnen staat, nemen de berichten over onrust in de islamitische wereld toe. Daarmee neemt ook de noodzaak toe om de beeldarmoede die met die berichten gepaard gaat te bestrijden. Er zijn drie valkuilen die de media én hun publiek zullen moeten vermijden.

1Generalisaties over boze moslims. Leuk is het niet, wanneer je als Nederlander anderen de vlag van jouw land ziet verbranden. Uit de filmplannen van één controversiële politicus worden conclusies getrokken over ons hele land. Zo ongeveer moet het ook voelen voor de miljoenen moslims en niet-moslims in de islamitische wereld die niet zijn gaan demonstreren, of nog niets van Wilders’ film hebben vernomen. In eigen land zijn deze apolitieke en dissidente stemmen vaak al de ‘stille meerderheid’, maar ook in de westerse media is hun geluid meestal afwezig.

Zo wordt bijvoorbeeld ieder levensteken van Osama bin Laden als breaking news gebracht op alle nieuwszenders. Maar de vreedzame campagne van zijn zoon, Omar Osama bin Laden, die per kameel 6.000 kilometer door Noord-Afrika aflegt en onderweg spreekt over islam en vrede, komt in de Nederlandse media meestal niet verder dan een kort berichtje op de pagina Buitenland.

Dergelijk nieuws wordt vaak niet spectaculair gevonden. Zo interviewde een Nederlandse nieuwsrubriek een in de Iraanse hoofdstad Teheran woonachtige Nederlander, die aangaf weinig van toenemende spanningen te merken. De rubriek zond de reactie nooit uit. Sterker nog, in de reportage werd ook Iran genoemd als land waar Nederlanders in „spanning” zaten over hun veiligheid. Zo worden misverstanden de wereld in geholpen, met soms schadelijke gevolgen.

2Conclusies vóór argumenten. De westerse verontwaardiging over de georganiseerde woede in islamitische steden is vaak al fait complis voordat er een discussie over is gevoerd. Terwijl onder de demonstranten en hun woordvoerders, naast veel sentimenten, ook zinnige, rationele argumenten de ronde doen.

Zo deed een woordvoerder van een conservatief-religieuze denktank in Iran onlangs nog een beroep op de internationale conventies voor mensenrechten, waarmee heilige gebouwen, boeken en gebruiken zouden kunnen worden beschermd. Hij stelde voor om niet alleen te protesteren, maar ook juridische procedures in gang te zetten, om via internationaal recht te beschermen wat voor moslims heilig is.

Je kunt met zo iemand de discussie aangaan, maar zover komt het vrijwel nooit. Woordvoerders uit de islamitische wereld worden niet als potentiële gesprekspartners gezien, maar als objecten van verwondering of spot. Zo publiceerde De Pers onlangs een interview met de invloedrijke geestelijke Yusuf Saanei, die bekendstaat om zijn genuanceerde visie op de positie van de vrouw. Toch werd hij weggezet als iemand die nauwelijks in staat was om mannen en vrouwen gelijke beoordelingsvermogens toe te dichten.

Zolang we opinieleiders uit de islamitische wereld blijven uitsluiten uit onze publieke sfeer, blijft het wederzijds onbegrip voortbestaan.

3Geen feiten, geen context. Trouw meldde onlangs dat 215 van de 219 Iraanse parlementariërs een oproep tot het sturen van een boze brief aan de Nederlandse regering hadden ondertekend. Het parlement in Iran bestaat echter uit 290 parlementariërs; een verschil dat groter is dan het totaal aantal reformisten in het parlement zelf.

Feiten zijn van cruciaal belang in de verslaggeving over zo’n onderwerp. Cijfers geven al snel een verkeerd beeld van de werkelijkheid, zeker als de context ontbreekt. Zo heeft slechts de helft van alle Iraniërs gestemd voor het zittende parlement en kregen zij een gefilterde kieslijst voorgeschoteld. De vraag is dus of dit nieuwsfeit wel een representatief beeld geeft van de Iraanse publieke opinie.

Het gebrek aan context is een terugkerend probleem. Zo schilderde De Pers het Iraanse Qom onlangs af als ultraconservatieve stad, waar de geestelijke elite wordt klaargestoomd om Iran ‘op het rechte pad van Allah’ te leiden. Niet vermeld werd dat er een levendig debat plaatsvindt tussen de liberale en orthodoxe geestelijken. En dat veel jongeren in Qom evenveel fascinatie koesteren voor Angelina Jolie als voor Ayatollah Khomeini.

Nu Fitna bijna verschijnt, wordt het steeds belangrijker om het Midden-Oosten in kaart te brengen zoals het is: als een bonte verzameling van mensen en meningen die zich niet in westerse hokjes laten passen. Laat het devies zijn: breng anderen in beeld zoals jij hoopt dat ze jou in beeld brengen; met zorg, aandacht en nuance.

Ludo Hekman en Karel Smouter zijn filosoof en journalist. Ze reizen regelmatig naar het Midden-Oosten.

Lees ook hun dagelijkse blog over de verkiezingen in Iran op weblogiran.blogvandaag.nl