JP Morgan maakt paniekerige indruk

Topman Jamie Dimon van JP Morgan heeft zijn bod aan de aandeelhouders van de Amerikaanse zakenbank Bear Stearns verhoogd van zo’n 2 naar 10 dollar per aandeel. Daar zouden een paar aandeelhouders genoegen mee kunnen nemen. Maar voor wie nog het idee heeft dat Bear eerder rond de 70 dollar waard is die het aandeel een paar weken geleden opleverde, is het nog steeds een schijntje. Intussen hebben het bestuur van JP Morgan en dat van Bear Stearns de transactie zodanig herzien dat er nog minder mis kan gaan. Maar al doende heeft Dimon een wat paniekerige indruk gemaakt.

Er is niets mis met het bieden van iets meer geld om een deal rond te krijgen. Naast het verhogen van de prijs die aan de aandeelhouders zal worden betaald zal JP Morgan nu ook nieuw uit te geven aandelen Bear Stearns in handen krijgen, die goed zijn voor een belang van 40 procent. Samen met de stemmen van de bestuursleden van Bear Stearns zullen die aandelen de zekerheid verhogen dat JP Morgan toestemming krijgt voor de overeenkomst wanneer de aandeelhouders hun stem uitbrengen.

Dimon moest ook zijn deal met de Federal Reserve bijstellen. De Fed wil niet de indruk wekken de aandeelhouders van Bear Stearns te hulp te schieten. Daarom neemt JP Morgan de eerste 1 miljard dollar aan risico voor zijn rekening, die in eerste instantie deel uitmaakte van de financieringstoezegging van 30 miljard dollar van de Fed. De Fed is misschien niet bijster ingenomen met de nieuwe overeenkomst, maar de extra gevoeligheid van JP Morgan maakt het mogelijk dat de bank vasthoudt aan haar claim dat de koop geen reddingsoperatie is.

Toch lijkt dit alles in een lichte staat van paniek te zijn gebeurd. Eén reden kan zijn dat de garanties van JP Morgan voor de activiteiten van Bear Stearns per ongeluk verder gingen dan in de oorspronkelijke overeenkomst, zodat JP Morgan zelfs zal moeten betalen als de aandeelhouders de overname niet goedkeuren. De waarborg is in de nieuwe overeenkomst herzien.

Dimon lijkt ook te zijn overrompeld door de mobiliteit van de staf van Bear Stearns. Vorige week liet hij zich bezorgd uit over concurrenten die topbankiers zouden willen wegkopen. Maar dit is een normaal verschijnsel op Wall Street en daarom klinkt de klacht van Dimon overdreven.

Het is normaal gesproken moeilijk om het hogere personeel van Bear Stearns weg te lokken, wegens hun waardevolle aandelenbezit. Nu die aandelen nog maar weinig waarde vertegenwoordigen, hebben deze werknemers minder redenen om te blijven. De oproep van Dimon aan zijn concurrenten om geen personeel van Bear Stearns te rekruteren – in plaats van deze werknemers te verleiden om op hun plek te blijven – lijkt een wanhoopspoging.

In de oorspronkelijke overeenkomst had JP Morgan een fikse buffer ingebouwd. Daarnaast zou meer dan 40 dollar per aandeel opzij worden gezet voor de transactiekosten en mogelijke rechtszaken. Het zou dus kunnen zijn dat Dimon vindt dat hij met de iets hogere prijs zijn manoeuvreerruimte niet heeft overschreden. Maar voorzover hij zichzelf zag als de engel die het financiële systeem heeft gered, lijkt hij iets van zijn glans te hebben verloren.

Richard Beales

    • Richard Beales