ik@nrc.nl

Ik werk in Duitsland en woon in Nederland. Ik heb een auto van de zaak met een Duits nummerbord. Van de douane en de fiscus moet ik een BPM-ontheffing aanvragen. Dit proces heb ik gestart, maar nog niet ten einde gebracht.

Op de terugtocht naar huis, even over de grens, tank ik en word ik door een douaneambtenaar aangehouden. „Bent u een Nederlander”, vraagt hij. Ik antwoord bevestigend. „Waarom rijdt u dan in een auto met Duits kenteken?”

Na zijn waarschuwing (als de donder een BPM-ontheffing aanvragen) vraag ik de douaneambtenaar hoe hij zag dat ik Nederlander ben.

„Oh, gewoon, warrig haar, handen in de zak en slecht geparkeerd. Dat moet wel een Hollander zijn.”

    • Christiaan Zevenbergen