Hè ja, gezellig een dagje naar de garnalen

Oude industriesteden als Rotterdam kampen met een slecht imago.

‘Industrieel toerisme’ kan daar verandering in brengen.

De Happy Shrimp Farm in Rotterdam is een voorbeeld van een bedrijf dat zich openstelt voor ‘industrieel toerisme’. Foto Ries van Wendel de Joode / Hollandse Hoogte Nederland Rotterdam 20 februari 2008 The Happy Shrimp Farm realiseert een garnalen farm en zeekraal op basis van rest energie op de maasvlakte Gamba's van de Maasvlakte Co- siting E-on Energie foto: Ries van Wendel de Joode/Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

Van buiten lijkt het alsof er in de kassen paprika’s of komkommers worden gekweekt. Binnen is het er vooral heet en dampig. Bij de Happy Shrimp Farm op de Rotterdamse Maasvlakte worden tropische garnalen en zeekraal (zilte groente) duurzaam gekweekt met behulp van restwarmte van de buurman, de energiecentrale van E-ON.

Het experimentele bedrijf ging anderhalf jaar geleden open en heeft veel aandacht getrokken in binnen- en buitenland. Directeur Gilbert Curtessi draaft overal op om lezingen te geven. Hij vindt het niet erg: „We hebben een leuk verhaal te vertellen en de stedeling wil graag betrokken worden bij de haven en industriewereld. Het is natuurlijk ook in ons eigen belang. CNN en de Chinese staats-tv zijn langs geweest, net als ministeries, grote bedrijven, hobbyclubs en studentenverenigingen. De afgelopen anderhalf jaar bezochten 1.800 mensen het bedrijf, tijdens de Wereldhavendagen vorig jaar nog eens 2.000. Een middagje Happy Shrimp Farm – tegen betaling – bestaat uit een presentatie over het bedrijf, zelf gamba’s vangen en koken, en een maaltijd.

De wijze waarop Happy Shrimp zich openstelt voor de buitenwereld verdient navolging, als het aan Leo van den Berg ligt. Van den Berg is hoogleraar aan de Erasmus Universiteit en directeur van Euricur, het Europees Instituut voor vergelijkend stedelijk onderzoek in Rotterdam. Hij vindt dat bedrijven een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van het negatieve woon- en werkimago van oude industrie- en havensteden, zoals Rotterdam. Nog dit voorjaar presenteert Euricur een onderzoek over steden in Europa die industrieel toerisme een prominente plek in hun visie en strategie hebben gegeven.

Bedrijven in en rondom Rotterdam zouden zich grootschaliger en professioneler moeten openstellen voor zakelijke toeristen, dagjesmensen, potentiële werknemers en andere geïnteresseerden, vindt Van den Berg „Mensen hebben dan weer een reden om naar Rotterdam te komen”, zegt hij. Bedrijven hebben er zelf ook belang bij. „Ze krijgen gratis publiciteit, verdienen geld aan een toeristisch product, en omdat ze potentiële werknemers over de vloer krijgen, wordt het makkelijker om in tijden van een krappe arbeidsmarkt de vacatures te vervullen.”

Het gemeentebestuur zou daarbij een stimulerende rol moeten spelen, vindt Van den Berg. „De overheid moet het bedrijfsleven bewustmaken van de rol die voor hen is weggelegd bij het vergroten van de aantrekkelijkheid van de stad.”

De stad die als voorbeeld kan dienen is het Duitse Wolfsburg. Rondom de Volkswagenfabriek aldaar is het themapark Autostadt gecreëerd. Bezoekers kunnen met treintjes door de fabriek rijden en aanstaande eigenaren van een Volkswagen mogen hun bestelde auto zelf ophalen. Dat laatste gebeurt duizend keer per dag. Van den Berg: „Zo’n bezoek is spannend en indrukwekkend, en goed voor het imago van zowel Volkswagen als de stad.”

De studie van Euricur moet Rotterdam wakker schudden. „In Rotterdam is veel interessante industrie en research te vinden. Maak het toegankelijk. Laat zien wat er gebeurt!” Er zijn genoeg mogelijkheden, zegt Van den Berg, bijvoorbeeld de scheepswerven, de containerterminals, en de petro-chemische industrie. „In de Fruitterminal ligt fruit uit de hele wereld. Organiseer er een proeverij en laat zien welk onderzoek er wordt gedaan om het fruit beter te maken.” Ander voorbeeld: Unilevers grootste internationale researchlaboratorium zit in Vlaardingen. „Maar dat weet haast niemand.” Van den Berg stelt dat „bedrijven het nu vaak lastig vinden om mensen te laten rondkuieren. Ze zijn van nature sterk naar binnen gericht.”

Bedrijven staan inderdaad niet te springen om massaal dagjesmensen binnen te laten, zegt directeur Cees Jan Asselbergs van Deltalinqs, de belangenbehartiger van zeshonderd logistieke en industriële bedrijven in het Rotterdamse haven- en industriegebied. Hij zegt dat het de bedrijven veel tijd kost en weinig oplevert. Ook is de bereikbaarheid van de bedrijven onvoldoende en zijn er veiligheidsbeperkingen. „Er zijn veel spelregels. Bedrijven zijn verantwoordelijk als er iets fout gaat op hun terrein.”

Bedrijven houden nu af en toe open dagen, bijvoorbeeld tijdens de Wereldhavendagen. Ook komen er volgens Asselbergs jaarlijks „25.000 jongeren over de vloer, om ze enthousiast te maken voor het werken in de haven.” Het bedrijf Industrieel Toerisme Rotterdam organiseert daarnaast tours voor zakelijke toeristen, zoals toeleveranciers, relaties en buitenlandse delegaties. Het gaat om 12.000 tot 16.000 bezoekers per jaar. Directeur Irma de Winter heeft met de deelnemende bedrijven afgesproken „dat het geen Efteling mag worden. Je kunt moeilijk bij ieder bedrijf een toeristenloketje maken. Ze kunnen niet elke dag u en ik en de tennisclub ontvangen.”

Dat zegt ook wethouder Mark Harbers (Haven en Economie, VVD): „Het is een illusie te denken dat je van de haven een soort Disneyland kunt maken. Er moet ook nog gewerkt worden in de stad.” Harbers zegt verder dat de ruimte in de haven schaars is en de grond te duur om voorzieningen te treffen voor grote aantallen dagjesmensen. Hij verwijst graag door naar de Wereldhavendagen: „Dan mag je twee dagen doen wat anders nooit mag doen: achter de muren kijken. Je moet ook oppassen dat dat evenement niet zijn aantrekkelijkheid verliest. Het is een trekker van formaat.”

Juist het succes van de Wereldhavendagen – 450.000 bezoekers vorig jaar – maakt duidelijk dat bedrijven meer met industrieel toerisme kunnen doen, zegt Leo van den Berg. „Toeristen willen steeds vaker échte dingen zien. Inhoud en gezelligheid gaan samen. ” Ook directeur Curtessi van de Happy Shrimp Farm heeft die ervaring. „We krijgen heel veel concrete vragen: hoe werkt dit, hoe doen jullie dat? En dan is er geen verschil tussen een topman in het bedrijfsleven of een zeebaarshengelaar.”

Lees meer over Autostadt op www.autostadt.de

    • Oscar Vermeer