Groter als

Er was een tijd dat frikandel per se zonder n geschreven moest worden. Het was een woord waar schoolmeesters en eindredacteuren van opveerden. Há, daar hebben we er weer een. Het rode potlood kon worden getrokken, een streepje gezet.

Is frikandel-met-n nu nog fout? Nee. Het werd zó vaak verkeerd geschreven dat deze schrijfwijze bij de laatste spellingswijziging, in 2005, is goedgekeurd. Frikadel en frikandel zijn nu allebei goed, tot spijt van sommige schoolmeesters en eindredacteuren. Wat fout was, is nu dus goed, door de aanpassing van een regel, in dit geval een spellingsregel.

Zoals iedereen weet worden er heel veel taalfouten gemaakt. Sommige van die taalfouten komen heel vaak voor. Scholen doen hun best om kinderen te leren dat er een verschil bestaat tussen bijvoorbeeld ten slotte en tenslotte, tussen te veel en teveel en tussen tenminste en ten minste, maar in de praktijk gaat dit doorlopend fout.

Als dit zo ontzettend vaak fout gaat, wordt het dan niet eens tijd om deze fouten simpelweg goed te rekenen? Die vraag is onlangs beantwoord in een boekje dat is geschreven door ‘De Taalclub’. De naam van de schrijver ontbreekt, maar het gaat hier om Wim Daniëls, een taalpublicist uit Tilburg. Het boekje heet Groter als. Nieuwe regels voor het Nederlands van nu.

Daniëls is een van de samenstellers van het Witte Boekje, de spellinglijst waarmee het Genootschap Onze Taal zich heeft afgewend van het Groene Boekje, de officiële spellinglijst van de Taalunie. Hij is ook iemand met goede oren en ogen. In dit boekje, dat is uitgegeven door Adr. Heinen en € 9,95 kost, heeft hij ruim negentig ‘taalfouten’ bijeengebracht die dagelijks in veelvoud te lezen en te horen zijn.

Daniëls beschrijft steeds een veelvoorkomende ‘fout’ en stelt vervolgens een nieuwe regel op. Zo toont hij met een paar voorbeelden aan – ze zijn bij bosjes te vinden – dat veel mensen werkloos en werkeloos door elkaar halen. „Omdat werkloos en werkeloos zo vaak door elkaar gehaald worden”, schrijft hij ter toelichting, „is het afschaffen van het betekenisonderscheid wenselijk. Daarmee doe je ook niets uitzonderlijks: vormeloos en vormloos bestaan ook naast elkaar zonder betekenisonderscheid. Tegelijkertijd kunnen andere gevallen die in de praktijk minder problemen opleveren, gewoon wel een zinvol betekenisonderscheid blijven houden op basis van een spellingonderscheid. Een voorbeeld daarvan is smaakloos versus smakeloos.”

Volgt de nieuwe regel: „Werkloos en werkeloos kennen geen betekenisonderscheid meer. Beide woorden mogen gebruikt worden in de betekenissen ‘geen baan hebben’ en ‘niks doen’. Ook werkloosheid en werkeloosheid zijn voortaan allebei goed.”

Op deze manier behandelt hij kwesties als „ik mankeer niks” (zou moeten zijn: „mij mankeert niks”), recent versus recentelijk, regelmatig versus geregeld, omdat versus doordat, kwis naast quiz, in en op de eerste plaats, overnieuw, zich beseffen, duur kosten en zwaar wegen, persé versus per se, zich irriteren aan enzovoorts.

Daniëls is van mening dat veel wat er nu door de ‘taalmeesters’ fout wordt gerekend, in feite beter aansluit bij het ‘natuurlijke taalgevoel’. Daar is het nodige tegen in te brengen, maar zijn uitgangspunt is aantrekkelijk: reken wat zó vaak fout gaat voortaan goed, dan zijn we in één keer van een hoop taalfouten af.

Ewoud Sanders

Reacties naar sanders@nrc.nl of via www.nrc.nl/woordhoek

    • Ewoud Sanders