Goochelen met alle genres

Over haar eigen werk was schrijfster en beeldend kunstenaar Dirkje Kuik, die vorige week overleed, nooit tevreden.

Dirkje Kuik in 1981. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Boyer, Maurice

Vooral voor de vele grafische vormgevers die door hem zijn opgeleid, onder andere aan de Academie Sint Joost in Den Bosch, was het even wennen toen hun vereerde docent William Diderich Kuik zich in 1979 in een Londens ziekenhuis liet ‘ombouwen’ en verder door het leven ging als Dirkje Kuik.

Afgelopen dinsdag werd zij in stilte begraven in haar geboorteplaats Utrecht. Drie dagen eerder overleed dit begenadigde dubbeltalent thuis in haar slaap. Inmiddels zijn er generaties beeldende kunst- en literatuurliefhebbers die niet beter weten dan dat Dirkje Kuik altijd een vrouw is geweest. Zelfs haar autobiografie paste zij aan. In de roman De N.V. Dopiflex, (1991) maar ook in de, door haar zelf schitterend geïllustreerde verhalenbundel Piranesi & zijn dochter (1994) portretteerde zij de jeugd van het meisje Diederika dat zij geweest had kunnen zijn.

Na een studie aan de Rijksacademie voor beeldende kunst in Amsterdam, werd William Kuik kunstrecensent bij Het Parool en tekende hij voor Vrij Nederland. In 1960 richtte hij het grafisch gezelschap De Luis op. Daarnaast ontpopte hij zich als schrijver en dichter. In 1969 debuteerde hij met de bundel Gedichten. Het door Kuik zelf geïllustreerde feuilleton De held van het potspel uit 1974 werd bekroond met de Vijverbergprijs. Na haar operatie beschreef Dirkje Kuik haar belevenissen als genderdiasporapatiënt in Huishoudboekje met rozijnen.

Kuik behoorde niet tot het type transseksuelen dat zijn geslachtsverandering tot belangrijkste aspect van zijn leven en werken verheft. Zij bleef tot het einde de intelligente, veelzijdige en historisch onderlegde duivelskunstenaar die zowel in haar grafische werk als in haar proza goochelde met alle denkbare genres. Tevreden was zij nooit. ‘Ongelukkig sterf je’, schreef zij in Piranesi & zijn dochter, ‘piepend over het schilderij van je dromen, je kreeg het nooit op het doek, het stuk papier.’ Haar laatste jaren werd zij gekweld door allerhande kwalen. „De ouderdom slaat toe. Reuma, stijve handen.”

Over erkenning heeft Kuik nooit te klagen gehad. Voor haar roman Broholm (1997) ontving zij de Multatuliprijs. Kort voor haar dood voltooide zij München ’38 dat komende maand bij De Arbeiderspers verschijnt.