Falen vleeskeuring door zwakke toezichtfilosofie

Keurmeesters zonder vooropleiding, slachtdieren die levend worden gekookt, Europese toezichtregels die worden overtreden en een vleessector die met behulp van een sterke politieke lobby de overheid de rekening laat betalen.Dit zijn een paar ernstige feiten uit interne rapporten van de Voedsel- en Warenautoriteit (NRC Handelsblad, 18 maart).

Een door geldgebrek geteisterde overheidsdienst, zo lijkt het, heeft zich laten gijzelen door het bedrijfsleven en er is geen minister die hier wat tegen heeft kunnen doen.

Maar het zou onjuist zijn om de schuld in zijn geheel bij de VWA te leggen. De VWA heeft namelijk voor een groot deel gehandeld in de geest van de `Kaderstellende visie op toezicht` van het kabinet uit 2005. Kern van de kaderstellende visie is tweeledig. In de eerste plaats moeten de lasten die bedrijven bij het toezicht ondervinden worden verlaagd. Dit kan worden bereikt door het directe toezicht vanuit de overheid te verminderen.

Ten tweede wil de overheid niet langer zelf alle maatschappelijke risico`s, zoals op het gebied van voedselveiligheid, aanvaarden. Deze wil ze delen met het bedrijfsleven. Dit wil het kabinet bereiken door meer vertrouwen te stellen in de sectoren die onder toezicht staan.

Ondernemers en professionals kunnen namelijk zelf het beste zorgen voor een goed toezicht op de kwaliteit van hun producten en diensten, is de gedachte. Toezichthouders dienen alleen nog toe te zien op de regulering door het bedrijfsleven zelf. De minister, ten slotte, is slechts verantwoordelijk voor de wijze waarop zijn toezichthouder invulling geeft aan zijn toezichtfunctie.

In het geval van een zwakke toezichthouder zoals de VWA heeft deze toezichtfilosofie echter tot perverse uitkomsten geleid. De conclusie hier moet zijn dat de overheid op naïeve wijze vertrouwen in de vleessector heeft gehad. Ik pleit er dan ook voor dat de overheid het (her)verdelen van maatschappelijke risico`s heroverweegt.