Dit heeft niets te maken met blote kunstfoto’s

Op deze pagina’s staan op dinsdag regelmatig stukken over de zin van de rechtspraak.

Vandaag: de rechter veroordeelt een bezitter van een pornofilmpje met een virtueel kind in de hoofdrol.

Illustratie Lobke van Aar Aar, Lobke van

Hoe kijkt de rechter aan tegen een ‘gedachtenmisdaad’ zonder slachtoffers? Vorige maand veroordeelde de rechtbank Den Bosch een verzamelaar van kinderporno wegens cyberkinderporno.

1Wat waren de feiten?Een pedofiel had in zijn (overigens zeer strafbare) verzameling kinderporno ook een animatiefilmpje met een virtueel kind in de hoofdrol. Behalve het vervaardigen en bezitten van kinderporno werd hem ontucht met en poging tot verleiding van een minderjarige verweten.

Het was de eerste keer dat het Openbaar Ministerie erin slaagde een veroordeling wegens virtuele kinderporno te krijgen, op basis van het nog nieuwe artikel 240b van het Wetboek van strafrecht. De dader kreeg een celstraf van twee jaar, waarvan 713 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van tien jaar.

2Wat maakt de zaak bijzonder? Voor het filmpje waren geen echte mensen opgenomen. Het ging evenmin om digitale bewerking van bestaand materiaal. Er waren geen modellen of foto’s gebruikt. Het filmpje was fantasie, de beelden fictief. Er waren dus geen direct betrokken slachtoffers. Het zijn kunstmatige afbeeldingen.

3Wat is er op het filmpje te zien? De officier van justitie legt de verdachte ten laste dat hij „een virtuele afbeelding van een meisje van ongeveer 8 jaar (in bezit heeft) dat met ontbloot lichaam de jeugdige kijker toont hoe zij een virtuele afbeelding van een man aftrekt.” Het betrof een quasi-instructiefilm (Sex lessons for young girls) waarbij het net lijkt of het virtuele kind ook uitlegt wat ze doet. Als de volwassen animatiefiguur klaarkomt, komen er kleurige slingers in beeld en applaudisseert de volwassen cyberfiguur.

4Waarom vindt de rechtbank dit strafbaar?

Het was typisch op verleiding gericht, vond de rechtbank. En daarmee precies wat de wet wil voorkomen. Het aanmoedigen van kinderen om deel te nemen aan seksueel gedrag „dat deel kan gaan uitmaken van een subcultuur die seksueel misbruik van kinderen bevordert”. De strafbaarheid zit dus in het effect dat het filmpje volgens de wet heeft: de verleiding, het aanmoedigen, het faciliteren van kindermisbruik.

De wet verbiedt realistische afbeeldingen van expliciet fictief seksueel gedrag door niet-bestaande kinderen. Dat een niet-bestaand kind geen leeftijd heeft, die dus niet kan worden bewezen, heeft de wetgever opgelost met het criterium ‘kennelijk’. De rechtbank Den Bosch ging ermee aan de slag. Het virtuele in het animatiefilmpje zou ongeveer acht jaar oud zijn, zo schatten de rechters in. Ze was namelijk „niet volgroeid”. Er was sprake van „een virtueel meisje dat als het ware in de prepuberteit is”.

5Waar komt dit wetsartikel vandaan?

Bij de invoering van het artikel in 2002 zei het kabinet dat het vooral moest gaan om „realistische” afbeeldingen, die „levensechtheid” uitstralen. „Daarmee vallen schilderijen, tekeningen, cartoons en strips buiten de reikwijdte van artikel 240b. Dat betekent dat creatieve uitingen van de menselijke geest niet onnodig gebreideld worden.” Ook zei de regering toen dat „beelden die aan de fantasie van de maker zijn ontsproten, maar die zich als animaties laten duiden, buiten beeld [blijven]”. Het ging erom het OM te ontslaan van de verplichting te bewijzen dat er échte beelden zijn gebruikt. Dat is namelijk meestal het geval. Vaak van kinderen, maar ook wel van meerderjarigen die digitaal jonger zijn gemaakt. Daarom is ook de schijnbare betrokkenheid van kinderen strafbaar.

6Waren dit fantasiebeelden of ‘echte’?

Volgens de rechtbank zien volwassenen aan deze film dat het geen realistische beelden zijn. Zij kunnen snel zien dat het een pornografisch poppenspel is. Alleen kinderen zouden dat niet kunnen. Volgens de rechtbank is ‘het gemiddelde kind’ de maatstaf die bij de beoordeling moet worden aangelegd. Als een kind kan denken dat de Sex Lessons-film levensecht is, is aan de wet voldaan – het is daarbij geen noodzakelijke voorwaarde dat een kind de beelden feitelijk ook te zien krijgt. Alleen het bezit ervan is al strafbaar. Vergelijk het met het vervaardigen van een bom in je schuurtje, die niet wordt gebruikt en waar helemaal niemand van weet.

Hoewel de rechters zich daar niet apart over uitlaten, moet het dus aan het gemiddelde kind ook duidelijk zijn dat het filmpje geen „creatieve uiting van de menselijke geest” is. Die valkuil heeft men willen vermijden: geen misverstanden voor de rechtbank over blote kunstfoto’s, naakte kinderen op schilderijen etcetera.

7Als de maatstaf het beoordelingsvermogen van een kind is, wat betekent dat dan voor de vrijheid van expressie?

De strafbaarheid van virtuele kinderporno laten bepalen door wat een kind ervan begrijpt, legt de lat duidelijk lager. Als een kind kan worden verleid of in verwarring gebracht, is de maker of eigenaar van de film sneller strafbaar, dan als een volwassene bepalend is.

Dit doet opnieuw de vraag rijzen of hier de gedachtenmisdaad is ingevoerd, in strijd met het recht op persoonlijke levenssfeer en vrijheid van woord en beeld. Toen het wetsartikel werd ingevoerd was vooral bij Eerste Kamerleden al veel argwaan over dit artikel. Hoe kan nu onechte kinderporno strafbaar worden, vanwege de ‘schijnbare betrokkenheid’ van kinderen? Voldoet dat wel aan het rechtstatelijke vereiste dat strafrecht ‘kenbaar en voorzienbaar’ voor de burger moet zijn? Kun je overigens virtuele kinderporno niet net zo goed als oplossing zien, in plaats van als probleem? Als het toch één markt is, zoals het kabinet meent, zou dan de fictieve porno de echte niet kunnen, misschien wel moeten verdringen? En hoe zit het eigenlijk met de persoonlijke levenssfeer en het recht je vrij te uiten, in woord en beeld?

8Is zo’n wetsartikel niet in strijd met de grondwet?

Het Amerikaanse hooggerechtshof verklaarde een gelijkluidend artikel uit de Amerikaanse wetgeving niet constitutioneel en dus onbruikbaar. Dat een subcultuur van een inspiratiebron moet worden ontdaan, is een poging om iemands privégedachten te controleren. Virtuele porno kan inderdaad worden gebruikt om kinderen te verleiden, maar dat geldt ook snoepgoed of cartoons. Virtuele kinderporno „is geen verslag van seksueel misbruik, noch maakt het slachtoffers”, aldus het hooggerechtshof.

Lees het vonnis (BC3225) op rechtspraak.nl