Dat zou ik, als non-medium, ook vermoeden

Het is een nieuw type zondagavond-tv: De Grote Ontmaskering Met Veel Kijkcijfers. Eerst hadden we de ontmaskering van Joran, de zondag daarop werd in een misdaadprogramma Schiphol ontmaskerd (je kunt gewoon met een bom op reis, zo bleek). En deze Paaszondag was Char, Nederlands favoriete medium, aan de beurt om ontmaskerd te worden.

Ik heb nooit veel begrepen van mensen die naar Char gaan want meestal vertelt ze hun maar twee dingen: 1. met welke letter de naam van hun favoriete dode begint (en dat wisten ze al) en 2. dat die dode nog heel veel van ze houdt (en dat vermoedden ze al).

Nu zou het programma Zembla Char ontmaskeren. Eerst ging Zembla langs bij mensen die ontevreden waren over Char. Zo was er een jongen die het niet leuk vond dat Char had gezegd dat zijn vader, die zelfmoord had gepleegd, waarschijnlijk mentaal instabiel was geweest. De jongen vond nu dat Char een oplichtster was.

Ook was er een familie van wie de zoon verdronken was in een ondiepe sloot. Zij waren bij Char gaan vragen hoe dat had gekund. Char had georakeld dat de zoon dronken was geweest. (Dat zou ik, als non-medium, ook vermoeden.) Daar nam de familie geen genoegen mee. Hun zoon, dronken! Dat nooit! Dus nu vertelden ze aan Zembla dat Char een charlatan was.

Een belangrijke rol was weggelegd voor ene James Randi, een Amerikaan die als hobby paranormaal begaafden ontmaskert. Ik had er moeite mee om Randi serieus te nemen. Ten eerste omdat hij zelf goochelaar was, en niet, bijvoorbeeld, een wetenschapper die gespecialiseerd was in mediums. Ook vertelt Randi op de openingspagina van zijn website heel uitgebreid dat hij een rol in Happy Days heeft gespeeld. Vaag type.

Vervolgens vertelde de Zembla-documentairemaakster verontwaardigd dat Char zeshonderd dollar vraagt voor een telefonisch consult. Had dat consult dan gedáán, Zembla! En zélf aangetoond dat Char de beginletter van je dode opa niet kan raden! Maar nee, daar was Zembla dan weer te zuinig voor.

Ik heb nooit geloofd in de gaven van Char, maar Zembla geloofde ik nog minder. Drie ontevreden klanten, een malle goochelaar, en zelf niet eens even op consult geweest. Dat noem ik krottige onderzoeksjournalistiek.

Misschien is voor deze ontmaskering wederom een belangrijke taak weggelegd voor Peter R. de Vries. Wat moeten we toch zonder die man?

Aaf Brandt Corstius