‘Bodybuilder’ Bernard heerst bij EK zwemmen

Alain Bernard heeft bij de EK zwemmen in Eindhoven drie wereldrecords verbeterd in drie dagen. De Fransman bewijst dat pure kracht het kan winnen van souplesse en techniek.

Alleen al zijn verschijning jaagt zijn tegenstanders de stuipen op het lijf. Zijn schouderpartij doet meer denken aan die van een bodybuilder dan aan die van een zwemmer. Zijn spanwijdte van ruim twee meter is het best zichtbaar als hij triomfantelijk op de baanlijn in het zwembad gaat zitten en vol machtsvertoon zijn kolossale armen spreidt. Alain Bernard is reusachtig.

En de 1,96 meter lange krachtpatser luidde bij de Europese kampioenschappen in Eindhoven een nieuw tijdperk in, waarbij hij zijn generatiegenoten kleineerde als waren ze diplomazwemmers in een olympisch bad. Eén conclusie kan alvast worden getrokken: pure kracht kan het tegenwoordig winnen van souplesse en techniek.

Met Bernard heeft Frankrijk in het olympische jaar na Laure Manaudou plotseling een tweede zwemheld. Bernard, afkomstig uit Aubagne, bij Marseille, zwom in Eindhoven in drie dagen tijd drie wereldrecords aan gruzelementen, waaronder het legendarische record op de 100 meter vrije slag van Pieter van den Hoogenband, daterend van de Spelen van Sydney (2000). Dat was vrijdagavond, toen de zieke Nederlander vanuit zijn woning in België moest toezien hoe Bernard in ‘zijn’ zwembad bijna een kwart seconde sneller was dan hijzelf destijds.

Maar daarmee was Bernards greep naar de macht nog niet voltooid. In de finale gaf de 24-jarige Fransman zijn olympische concurrenten opnieuw een klap door nog eentiende van zijn wereldrecord af te schaven, resulterend in een tijd van 47,50 seconden. En zondag was het weer raak, in de halve finale van de 50 meter vrij, waarin hij het recente wereldrecord van de Australiër Eamon Sullivan met zeshonderdste seconde verbeterde tot 21,50.

Het slechte nieuws voor Van den Hoogenband, de Italiaan Filippo Magnini, de Zweed Stefan Nystrand en de Zuid-Afrikaan Roland Schoeman is dat Bernard niet eens volledig was getaperd voor de EK. Hij was niet uitgerust en zit volop in zijn voorbereiding op de Franse trials volgende maand, waar hij zich moet zien te kwalificeren voor ‘Peking’.

Zoals bij alle onverwachte wereldprestaties worden ook bij de records van Bernard direct vraagtekens geplaatst. Magnini en Nystrand reageerden als verdoofd op de historische races van de Fransman. Nystrand wilde helemaal niet praten over de finale van de 100 meter, Magnini liet in de Italiaanse media optekenen dat Bernard „blijkbaar de juiste vitamines heeft gevonden”. Bernard reageerde laconiek op de verkapte beschuldiging: „Ik drink alleen water.”

Hoewel hij tot vorige week relatief onbekend was, komen de prestaties van Bernard niet helemaal uit de lucht vallen. Een jaar geleden werd hij op de 100 vrij bij de wereldkampioenschappen in Melbourne negende. In de zomer brak hij echt door, toen hij in eigen land een 100 meter zwom in 48,12. Sindsdien houdt de wereldtop serieus rekening met de zwemmer van de Cercle de Nageurs d’Antibes.

Bernard zegt zijn successen te danken te hebben aan jarenlang keihard trainen te midden van een groep talentvolle zwemmers. Behalve hijzelf haalden in de series van de 100 vrij ook zijn landgenoten Fabien Gilot, Gregory Mallet en Amaury Leveaux de toptien. Ook de Belg Yoris Grandjean, die in Eindhoven de finale van de 100 vrij haalde, zwemt bij Bernards groep. „Ik geloof in mijn groep, ik geloof in mijn coach”, zegt Bernard. „Het Franse team zwemt steeds sterker en ik ben blij dat ik een van de aanvoerders ben.” Hij ontkent dat zijn snelle tijden louter zijn gebaseerd op kracht. „Er zit veel kracht achter, maar je kunt niet alleen daar op vertrouwen. Je moet eerst de techniek hebben. Ik ben jaren op zoek geweest naar dit niveau en ik heb ernaar uitgekeken.”

Volgens de Nederlandse coach Jacco Verhaeren is met Bernard een nieuwe tijd aangebroken. „Mannen als Matt Biondi, Alexander Popov en Pieter van den Hoogenband moesten het van hun techniek hebben. Die tijd is nu voorbij. Met kracht kun je ook wereldrecords zwemmen.” Toch is ook Bernard niet onverslaanbaar, denkt de trainer van Van den Hoogenband.

Opvallend genoeg was Bernard jaren geleden als tiener nog gespecialiseerd op de rugslag, toen hij zijn trainer Denis Auguin liet weten dat hij olympisch kampioen wilde worden. „Ik geloofde niet dat hij dat zou kunnen”, zegt Auguin, nog steeds zijn trainer. „Hij was een van de zwakste zwemmers van mijn groep.” Auguin overtuigde Bernard ervan dat hij beter kon overstappen naar de vrije slag als hij zijn voornemens wilde waarmaken.

Dat deed Bernard – en hoe. De Franse media buitelden de afgelopen dagen over elkaar heen om superlatieven en bijnamen te verzinnen. Bernard wordt al vergeleken met een ‘hovercraft’, een ‘albatros’ en alles daartussenin. De centrale vraag is wie de Franse reus in Peking van goud kan afhouden.