Bescherm de sporters

Een „perfecte start op weg naar goud”. De China Daily doelde niet op de overwinning van Ma Ying-jeou bij de presidentsverkiezingen op Taiwan. De Chinese krant had alle reden om de zege van Ma met enig enthousiasme te begroeten. De nieuwe president van de aloude Kwomintang wil de economie van het eiland meer richten op China, zonder overigens naar hereniging te streven. Nee, de China Daily bejubelde met deze woorden het ontsteken van de Olympische vlam gisteren op de Peloponnesos.

Dat twee demonstranten erin slaagden tot de plechtigheid door te dringen met een vlag waarop de vijf Olympische ringen waren veranderd in handboeien, meldde de China Daily niet. Toch zal het niet bij dit incident in Olympia blijven. De komende viereneenhalve maand zullen incidenten aan de orde van de dag blijven, zeker zolang het onrustig blijft in Tibet. China kan zich daar geen terughoudendheid veroorloven. De „patriottische campagnes” in de boeddhistische kloosters lijken het verzet vooralsnog niet te smoren. Ook de honderdduizenden manschappen is het nog niet gelukt de orde in de Himalaya te herstellen.

Het is hooguit nog de vraag hoeveel militairen er in Tibet langs de weg staan als daar straks de symbolische toorts passeert. Welke maatregelen er in Peking worden genomen om de perfecte start van de Spelen ook tot een perfect einde te brengen, is geen vraag. Het trefwoord zal ongetwijfeld repressie zijn, waarschijnlijk meer repressie dan tijdens de Spelen van 1980 in Moskou, die relatief rustig verliepen omdat ze door verschillende landen werden geboycot wegens de inval van de Sovjet-Unie in Afghanistan in december 1979.

Van een serieuze boycot zal nu geen sprake zijn. Vooralsnog speelt alleen Taiwan met de gedachte. De intocht van de sportwereld maakt de Olympiade onvermijdelijk tot een podium voor politieke strijd over de menswaardigheid van het ‘communistische’ bewind in China.

In een interview met deze krant wees staatssecretaris Bussemaker (Sport, PvdA) op de ambiguïteit waarin politici en sporters daardoor verzeild dreigen te raken. Ze erkende dat China de Olympische Spelen „gebruikt voor politieke doeleinden”, maar ze wil er geen „politiek spektakelstuk” van maken”. Tegelijkertijd verwijt ze het IOC struisvogelgedrag door de mensenrechten in China te negeren en aan de atleten zelf over te laten. „Het IOC moet de sporter beschermen”, aldus de staatssecretaris.

De analyse klopt. Dat Bussemaker zich niet wil uitlaten over de politiek van het IOC is ook begrijpelijk. De regering moet haar plaats kennen, al moet ze zich waarschijnlijk nog wel bemoeien met de rol die kroonprins Willem- Alexanderheeft in het IOC-bestuur. Maar de atleten die straks in Peking zullen worden geconfronteerd met politieke strijd hebben wel recht op iets minder dubbelzinnigheid. De sporters moeten zich vrij voelen om zich al dan niet in politieke termen te uiten. Maar ze dienen zich ook beschermd te weten.