Backpackers niet gewenst

Bloeiend toerisme helpt de economie van Bhutan.

Maar hoeveel toeristen kan het koninkrijkje nog aan voordat het Bruto Nationale Geluk wordt aangetast?

Als je een backpacker bent en je wilt in Bhutan low budget door de Himalaya trekken, heb je een probleem. De verplichte minimumprijs voor verblijf in het koninkrijkje is momenteel 220 dollar (143 euro) per persoon per dag. Maar dan moet je wel in een groep komen. Kom je alleen, dan betaal je extra. Alleen in het laagseizoen, juli en augustus, is het iets minder. In de prijs zijn wel in begrepen: overnachting, maaltijden, een gids en auto met chauffeur.

Er is een pleistertje op de wonde: 65 dollar is belasting. De Bhutanezen zeggen het graag iets anders. Die 65 dollar is eigenlijk ontwikkelingshulp, want het gaat naar verbetering van het gratis onderwijs en de gratis gezondheidszorg in het land. Zo kun je genieten van spectaculaire uitzichten en van imposante cultuurmonumenten, en tegelijkertijd bijdragen aan het Bruto Nationale Geluk, zoals het land zijn welzijn definieert.

Maar voor de meeste toeristen is dat niet weggelegd, en dat is ook de bedoeling. „We hebben hier liever geen backpackers die niet meer dan 15 dollar per dag willen uitgeven terwijl ze thuis 5 dollar voor een kopje koffie neerleggen”, zegt Thuji Dorji Nadik van het departement van Toerisme in de hoofdstad Thimpu.

De insteek van zijn bureau is daarentegen: gecontroleerde bezoeken aan de dzongs, forten, tempels en kloosters en ecologisch vriendelijke trektochten door de vrije natuur. En de kapitaalkrachtige toeristen die komen, moeten gemiddeld langer blijven. Pogingen worden nu ondernomen om de lokale bevolking in de afgelegen valleien te laten meeprofiteren. Ze kunnen het voedsel voor de bezoekers bereiden, of simpele onderkomens verzorgen.

Ondanks het hoge prijskaartje groeit de Bhutanese toeristensector razendsnel. In 2003 kwamen er iets meer dan 6.000 bezoekers, vorig jaar waren dat er al meer dan 21.000 en dit jaar wordt gerekend op 30.000. Bhutan moet langzamerhand eens gaan nadenken over de vraag hoeveel toeristen het nog kan ontvangen zonder het Bruto Nationale Geluk aan te tasten. „Wij zijn aan zet. Wij moeten bepalen hoeveel we van ons land nog willen openstellen voor toeristen en hoeveel we ongerept willen laten”, zegt Thuji Dorji Nadik.

Desondanks wordt gesproken over de aanleg van een nieuw internationaal vliegveld en wordt in het nieuwe vijfjarenplan (2008-2013) rekening gehouden met het scheppen van 100.000 nieuwe banen, vooral in de hotelsector. Zo wint de toeristensector snel aan belang en gaan de inkomsten dit jaar al gauw in de richting van 40 miljoen dollar.

Maar de toeristen zijn niet de belangrijkste inkomstenbron voor Bhutan. Verreweg het belangrijkste exportproduct is milieuvriendelijke stroom, opgewekt door grote waterkrachtcentrales. De elektriciteit gaat naar buurland India, dat op zijn beurt de belangrijkste hulpdonor van Bhutan is.

Bhutan en India onderhouden zeer vriendelijke contacten. Vijf jaar geleden nog voerde de koning van Bhutan persoonlijk het bevel over zijn troepen bij het verjagen van anti-Indiase rebellengroepen die zich schuil hielden op Bhutanees grondgebied. Indiase toeristen mogen wel de grens over bij Phuentsholing zonder dat ze van tevoren een duur reisarrangement hebben gesloten.

Wie ook zeer welkom zijn in Bhutan, zijn de naar schatting 50.000 gastarbeiders uit het naburige West-Bengalen, Bihar en andere streken die, in het kader van de Indiase ontwikkelingssamenwerking, werken aan wegen en waterkrachtcentrales.

De 35-jarige Mostali is een van hen. Hij is bezig met de verbreding van de weg van Phuentsholing, in het zuiden, naar Thimpu. Mostali en zijn vrouw werken al tien jaar in Bhutan, hun drie kinderen hebben ze achtergelaten bij zijn ouders in Bengalen. Mostali verdient 3.100 rupees in de maand en zijn vrouw ook, zegt hij, samen omgerekend ongeveer 100 euro in de maand. Voor dat bedrag mag een westerse toerist nog geen dag Bhutan binnen.