Zwemgoud?

Door ziekte mist Pieter van den Hoogenband bij de EK zwemmen in Eindhoven een ‘meetmoment’ op weg naar de Olympische Spelen. Kan hij in Peking nog eenmaal goud winnen?

Marcel Wouda, oud-zwemmer (wisselslag en vrije slag): „Moeilijk te zeggen omdat hij ziek was. Voor de EK was Pieter heel sterk, sterker dan vorig jaar bij de WK. Ik ben benieuwd hoe hij het gedaan had als hij fit was geweest. Z’n resultaten in december [Dutch Open Swim Cup] waren heel goed. Fysiek en technisch staat hij er goed voor. Of dat voldoende is voor goud op de 100 vrij in Peking, is moeilijk te voorspellen. Niet voor niets is het een zwemmer nooit gelukt die afstand driemaal op rij te winnen. Het is een grote uitdaging olympisch kampioen te worden, een nog grotere uitdaging om het te blijven en bijna onmogelijk om de trilogie te voltooien. Maar ik heb veel vertrouwen in het vakmanschap van [coach] Jacco [Verhaeren] en Pieter. Zo’n grote sportman verdient geen twijfel.”

Jan Olbrecht, inspanningsfysioloog en lactaatdeskundige, betrokken bij begeleidingsteam Van den Hoogenband: „Het wordt moeilijker; de concurrentie staat niet stil. Maar hij kan nog goud winnen, alle voorwaarden daarvoor zijn aanwezig. Zijn conditionele profiel en zwemtechniek zijn goed. Wat betreft zijn zwemsnelheid en het vermogen dat hij kan ontwikkelen, staat hij nog bovenaan. Die explosieve snelheid kan hij nu alleen minder vaak oproepen. We moeten gedoseerd trainen en selectiever zijn in onze keuzes. Op zijn leeftijd [30] duurt herstellen langer. We kunnen de voorbereiding op Sydney 2000 niet exact reproduceren en hebben dus geen 100 procent zekerheid over goud.”

André Cats, oud-bondscoach Nederlandse zwembond: „Zijn ziekte bij de EK is een losstaand incident. Zijn missie om nog eenmaal goud te winnen is niet gebaseerd op drijfzand. Ik volg hem intensief en acht hem daartoe in staat. Het is mooi om te zien hoe een dertigjarige met zoveel passie, bezieling en overtuiging traint. Pieter is zo vastberaden. Die innerlijke ‘drive’ is zijn troefkaart. Hij zwemt al heel lang, maar zijn trainingen zijn netjes opgebouwd tijdens zijn carrière. Van overbelasting is geen sprake. Hij kan er nog een schepje bovenop doen. Met starten en keren valt nog winst te behalen. Vraag is hoe hard je in Peking moet zwemmen om goud te halen. De concurrentie zit hem op de hielen, de dichtheid is groot op de 100 vrij.”

Madelon Baans, voormalig schoolslagspecialiste: „Ik sluit het niet uit. Pieter is een uitzonderlijk talent. Hij heeft een schat aan ervaring die in zijn voordeel kan werken. Maar het is wel moeilijker geworden. Hij is ‘al’ dertig. Op een gegeven moment gaan de jaren tellen. Hij is al heel lang bezig met zwemmen. Marleen [Veldhuis] is bijvoorbeeld pas later in haar carrière met die intensiteit beginnen te trainen. En de concurrentie is moordend op de 100 meter vrije slag. Die zesde plaats bij de WK vorig jaar bewijst dat de concurrentie niet stil zit en het voor Pieter steeds lastiger wordt.”

Charles van Commenée, technisch directeur sportkoepel NOC*NSF, chef de mission Nederlands olympisch team in Peking: „Dat kan hij zeker. Ik zou nooit mijn geld inzetten tegen een drievoudig olympisch kampioen [Sydney: 100 en 200 vrij, Athene: 100 vrij]. Hij denkt in vierjarige cycli en richt zich al jaren op augustus 2008. Dat kan hij als geen ander. Hij is een expert in het pieken en heeft dat bewezen. Je doet hem tekort door nu opeens te gaan twijfelen aan zijn capaciteiten. Ik reken op hem in Peking!”

Stefan Aartsen, oud-zwemmer (vlinderslag): „Bij de Spelen van Sydney was iedereen sceptisch over de kansen van Pieter om Ian Thorpe te verslaan op de 200 meter vrij. Maar hij heeft de capaciteit om er in te blijven geloven, ondanks dat iedereen denkt dat het niet lukt. Goud in Peking acht ik niet onmogelijk. Ik hoop dat de EK geen knik in zijn zelfvertrouwen hebben gegeven. Ik vraag me af of het gevoel van overwinnen nog voldoende in zijn geheugen zit. Dat is vreselijk belangrijk. Had hij bij de EK gewonnen, dan had hij dat gevoel weer gehad. Nu komt het aan op een goede tussenwedstrijd of een goed eerste nummer bij de Spelen.”

    • Pieter de Vries