Wij zijn ons brein

Hersenonderzoeker Dick Swaab (53) beantwoordt vanaf volgende week op deze plaats vragen van lezers. Karakter, seksualiteit, godsbesef en eetstoornissen: het komt allemaal voort uit ons brein. Een introductie.

Misschien is Dick Swaab, hoogleraar in de neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam, wel de bekendste hersenonderzoeker van Nederland. Hij was directeur van het Nederlands instituut voor Hersenonderzoek. Richtte de Nederlandse Hersenbank op, waardoor onderzoekers uit de hele wereld de beschikking kregen over hersenen van overledenen.

In elk geval is Swaab de meest dwarse neurobioloog. Woedende reacties kreeg hij eind jaren tachtig, toen hij aantoonde dat homoseksuelen andere hersenen hebben dan heteroseksuelen. Ergens in het brein van homoseksuelen zit een extra kwabje, het heet nu het ‘kwabje van Swaab’. Het verbaasde Swaab dat juist homoseksuelen zo kwaad waren. Zij zeiden dat hun geaardheid een keuze was, hun eigen ‘vrije wil’.

De vrije wil, zegt Swaab, is een illusie. Niet wij, maar het brein bepaalt. Ons karakter, persoonlijkheid, onze seksuele oriëntatie en wat wij onze geest noemen, het ligt besloten in de hersenen. Al in de baarmoeder, zegt Swaab, worden de kantlijnen bepaald van wie wij later zullen worden. Hij toonde aan dat in die fase, als het babybrein zich in de buik van de moeder ontwikkelt, onherstelbare schade kan worden aangericht. Een rokende moeder loopt het risico een kind te krijgen met een agressief brein. „Twee sigaretten per dag is genoeg om groeiachterstand te veroorzaken.”

Jarenlang mocht het niet gezegd worden, maar er bestaat volgens Swaab zoiets als een crimineel brein. Het ministerie van Justitie is nu ook geïnteresseerd. De neurobiologie kan inzicht geven in crimineel gedrag. En dat kan van invloed zijn op de manier waarop gestraft wordt. Kun je iemand met een genetisch defect verantwoordelijk houden voor zijn daden?

Zoals de hersenen het toekomstig leven van een ongeboren kind bepalen, zo bepalen de hersenen de dood. Swaab: „Als je er, zoals ik, van overtuigd bent dat een persoon zijn brein is, dan heeft dat consequenties voor het denken over de dood, euthanasie, hulp bij zelfdoding.” Als er maar genoeg kapot is in de hersenen, bedoelt Swaab, is de persoon weg. Ook al ademt hij nog.

In het herseninstituut wordt onderzoek gedaan naar de ziekte van Alzheimer, de hersenziekte die vooral bij ouderen het geheugen wist. „Als we stukjes hersenen van overleden Alzheimer-patiënten samen met stamcellen in de kweek zetten, zien we het effect van een stofje dat we nog niet kennen. Het stofje zorgt ervoor dat cellen beter overleven. Als we dat stofje kunnen traceren, kunnen we het misschien gebruiken om wat kapot is te repareren.” In het brein zitten stamcellen, cellen die nog van alles kunnen worden. „Als we die in het ruggemerg van dwarslaesie-patiënten konden neerzetten, dat zou mooi zijn.”

Wat hem ook interesseert: het verband tussen hersenziektes en religie. Neurotheologie heet dat onderzoeksterrein. Waarom geloven zoveel mensen in God? Hij denkt dat er ooit een evolutionair voordeel was voor het geloof in een hogere macht. „Waarschijnlijk is de gevoeligheid voor spiritualiteit en religie genetisch bepaald.”

Sommige hersenziektes veroorzaken waandenkbeelden. Een psychoot kan ervan overtuigd zijn dat hij god is, of zijn zoon. Swaab vermoedt dat Paulus, Mohammed en Jeanne d’Arc leden aan epilepsie in de temporaal kwab. Die stoornis leidt tot religieuze waandenkbeelden. Stimuleer in de buurt van die plek de hersenen en de persoon ervaart een ontstijging uit het lichaam. Swaabs verklaring voor bijna-doodervaringen.

Depressie, hoge bloeddruk, eetstoornissen, het zijn aandoeningen die wellicht te beïnvloeden zijn door stimulatie van delen in het brein. „Er was eens een man die zo dik was dat hij niet eens in de scanner paste. Toen er diepte-elektrodes werden ingebracht, kreeg hij steevast het beeld van twintig jaar geleden, toen hij nog niet zo dik was. Hij zag zichzelf met vrienden wandelen in het bos. Er zijn patiënten die dwangmatig hun handen wassen, bij wie psychotherapie niet helpt, maar breinstimulatie wel. De vraag is kortom: hoe ligt het in ons hoofd opgeslagen. Waar en waarom?

Rinskje Koelewijn

Volgende week: Swaab over bijna-doodervaringen

Dick Swaab is hoogleraar in de neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek. Voor vragen en reactie: Zbrieven@nrc.nl