Verdienen aan elektronische betalingen

Nederlandse banken maken zich op om de Europese betaalmarkt te veroveren. Ruim 70 miljard Europese transacties per jaar lonken. „De vraag is hoe je die markt te gelde kunt maken.”

Ook als Nederland geheel onder water staat, wordt uw hypotheekrente gewoon betaald. In een streng beveiligd complex even buiten Rotterdam worden dagelijks tegen de tien miljoen betalingen verwerkt. Hier zit het zenuwcentrum van ING, volgestouwd met zoemende mainframes en ratelende servers. Het computercentrum staat op palen, zodat er ook bij hoog water geld uit de pinautomaat blijft komen. Naburige Rotterdammers hebben daar bij hoog water misschien weinig aan, maar ook Polen wordt vanuit Rotterdam bediend. En nog negentien andere EU-landen.

Door de voortdurende technische harmonisatie in Europa kan een Nederlandse bank tegenwoordig bijna net zo makkelijk Spaanse als Nederlandse transacties verwerken. Dat betekent dat Nederlandse banken nu de Europese markt op kunnen met hun specialiteit: het afwikkelen van elektronische betalingen. „Nederland heeft het goedkoopste en meest efficiënte betalingsverkeer van Europa”, zegt Ineke Bussemaker, directeur betalen van de Rabobank en voorzitter van de werkgroep betalingsverkeer van het Holland Financial Centre, dat Nederland op de financiële wereldkaart wil zetten. „Nu moeten we alleen nog transacties uit andere landen naar ons toetrekken.”

Uit cijfers van de Europese Centrale Bank (ECB) blijkt dat er een Europese markt van ruim 70 miljard elektronische transacties per jaar ligt te wachten. „De vraag is hoe je die markt te gelde kunt maken”, zegt Bussemaker. Haar eigen Rabobank zal vermoedelijk niet meedoen aan de strijd om Europese betalingen. „Daar is Rabobank te Nederlands voor.” Maar de drie andere Nederlandse grootbanken – Fortis, ING en ABN Amro – maken zich op voor een Europese race, waarbij de startposities nogal ver uiteen liggen. Zo is ABN Amro al sinds 1999 actief in het internationale betalingsverkeer (deze divisie is inmiddels in handen van Royal Bank of Scotland), Fortis daarentegen is net begonnen. ING is al een aardig eind op weg. „We zijn in twintig EU-landen actief”, zegt Diederik van Wassenaer, hoofd zakelijke producten wereldwijd en verantwoordelijk voor het betalingsverkeer bij ING.

ING heeft als tussenpersoon een netwerk opgebouwd van nationale banken en nationale betalingsverwerkers. Omdat ING in verschillende landen op de binnenlandse markt opereert, heeft de bank zo een Europees netwerk gecreëerd voor elektronische betalingen. Op die manier regelt ING inmiddels voor vijftig banken het betalingsverkeer.

Terwijl ING haar positie als „een van de grootste spelers van Europa” wil versterken, aldus Van Wassenaer, heeft Fortis vooralsnog minder grote ambities. „Door ons platform aan derden beschikbaar te stellen, besparen we zelf kosten en kunnen we misschien ook nog wat verdienen”, laat een woordvoerder weten.

Geld verdienen aan het betalen van geld kan heel goed, blijkt uit een analyse van de Europese betaalmarkt door adviesbureau AT Kearney. Thierry Faut, één van de auteurs van de analyse, schat dat er in Europa zo’n 60 tot 70 miljard euro kan worden verdiend aan betalingsverkeer. „En banken die hun infrastructuur al op orde hebben, kunnen daar uiteraard het best van profiteren.”

Nederlandse banken maken gebruik van een systeem, waarbij onderlinge betalingen gemiddeld ieder half uur worden verrekend. In andere Europese landen gebeurt dat één keer per dag en dat brengt een kredietrisico met zich mee: hoe langer een bank op zijn geld moet wachten, hoe minder zij erop kan vertrouwen dat zij het ook daadwerkelijk krijgt.

Een dag op je geld wachten in plaats van een half uur lijkt een te verwaarlozen risico, maar het gaat om forse bedragen. Zo wordt door het Europese systeem waarmee banken grote bedragen aan elkaar overmaken (Target) dagelijks ongeveer 2.400 miljard euro rondgepompt. Dat is bijna vijf keer zoveel als wat alle Nederlanders bij elkaar in een jaar verdienen.

Banken willen uit concurrentieoverwegingen liever niet vertellen wat ze aan het verwerken van betalingen verdienen. „Maar ik neem aan”, zegt Gijs Boudewijn van de Nederlandse Vereniging van Banken, „dat banken geen verliesgevende producten aanbieden.”

Analist Chris Skinner weet zeker dat de grote banken hier geld aan kunnen verdienen, „maar de winstgevendheid is absoluut afhankelijk van het volume.” Banken moeten een aantal transacties uitvoeren om hun investering eruit te halen, „maar daarna is iedere transactie feitelijk winst.”

    • Olmo Linthorst