Veedieven verstoren bestaan van nomaden Kenia

Driekwart van Kenia wordt bewoond door nomadische veehouders voor wie ‘de politiek’ doorgaans ver weg is. Maar na de verkiezingen ontstond een chaos, die veedieven ruim baan bood.

„Vertel, we hoorden over problemen in Kenia”, ondervraagt een oude heer de bezoeker uit de grote stad. Gehurkte mannen in rode omslagdoeken praten in het schijnsel van flakkerde vlammen over het geweld dat volgde op de omstreden verkiezingen eind vorig jaar. „We maakten ons zorgen dat Kenia uiteenvalt”, zegt een ander. Een krijger komt met een geitenpoot uit de duisternis en legt het vlees op het kampvuur in het gehucht Wamba. „Ach”, schimpt hij, „wat gaat ons dat aan.”

De mannen in de bush richten hun blik op de heldere hemel, het gebied van de sterren en de verhalen. De Samburu-veehouders leven in noord-Kenia maar voelen zich niet verbonden met de natie. Het noorden is nog ongevormd zoals aan het begin der tijden, het minst ontwikkelde deel van Kenia. Driekwart van Kenia ziet er zo uit, ook delen van het verre zuiden en het noordoosten zijn onvruchtbaar en worden vrijwel exclusief bewoond door veehouders.

Veedieven, stropers en andere bandieten maken in deze schrale streken de dienst uit; als gevolg van kwijnend overheidsgezag zijn in noord-Kenia de desperado’s sterker geworden dan de dungezaaide ordetroepen. Ze grepen op 27 december, de dag van de verkiezingen, de gelegenheid aan om honderden stuks vee te stelen. Ze losten op in de ruige weidsheid, de gestolen koeien en geiten werden nooit meer teruggevonden. Aanvankelijk hadden politieagenten nog de achtervolging ingezet, maar door de overmacht van de dieven waren ze afgedropen.

Sindsdien zijn veehouders regelmatig en op grote schaal slaags geraakt. Gebruikmakend van het machtsvacuüm dat ontstond door de politieke crisis, begonnen nomaden bij Rumuruti, een stadje in Samburu-district, „indringers” van de Kikuyu’s van president Kibaki te verdrijven die aan de rand van de grote savannes ploeteren op ondankbare akkertjes. Bij gevechten tussen nomaden onderling in Baringo, westwaarts van Rumuruti, was veediefstal de inzet. Stropers krijgen ook steeds meer vrij spel in en rond de talrijke wildparken, waaruit de toeristen massaal zijn weggetrokken: bij Amboseli, op de zuidgrens van Kenia, werden tenminste drie leeuwen en veertien olifanten geveld. Volgens de Keniaanse media vielen er zeker vijftig doden bij deze wilde wanorde op de savannen.

Waar de noordelijke hellingen van Mount Kenya bij het stadje Isiolo eindigen, begint één grote zandbak. De Britse kolonisten bestuurden het schrale, door nomaden bewoonde noorden apart van de vruchtbare hooglanden, waar boeren en blanken woonden. Na de onafhankelijkheid in 1963 beloofde president Kenyatta over de zinderende savannen een asfaltweg naar Ethiopië aan te leggen. Kibaki herhaalde deze belofte tijdens zijn campagne vorig jaar. Kibaki probeerde ook stemmen te winnen door een droogteverzekering voor koeien toe te zeggen. De bewoners van de zandbak spreken spottend over alle geschonden beloftes, die het bewijs vormen dat de boerenvolkeren zoals de Kikuyu’s altijd aan de macht willen zijn, dat voor de politici de nomaden er in Kenia niet toe doen.

Nomaden zijn trots op hun krijgscultuur, maar door politici laten ze zich niet gemakkelijk aanzetten tot geweld. Ze missen de passie voor politiek zoals die bestaat in de hooglanden, waar opgewonden Kenianen van verschillende politieke partijen elkaar vóór en na de verkiezingen in de haren vlogen en gingen vechten om landbezit. De enige politiek aangedreven veldslagen waar ze bij betrokken waren was in het zuidelijke Maasai-gedeelte, in het stadje Narok, de doorgang naar het fameuze wildpark Maasai Mara. Een prominent oppositielid wakkerde gevechten aan tegen ‘Kikuyu-immigranten’.

Als nomaden gingen stemmen deden ze dat op de oppositie, geleid door Raila Odinga. „Want”, zegt een man aan het kampvuur in het Samburu-gehucht Wamba, „de Kikuyu’s hebben lang genoeg uit de ruif gegeten, laten zij andere stammen eens de kans geven”. In Maralal, hoofdstad van Samburu-district, werden in januari honderden Kikuyu’s verjaagd door concurrenten van andere stammen. Veel verder verspreidde de haat zich niet, mede omdat in het noorden niemand op de hoogte was wat er zich precies afspeelde in het land. In Wamba vertelt een Kikuyu-vrouw: „Er wonen hier nauwelijks buitenstaanders, alleen Samburu’s. Pas na één week begon hier door te dringen wat er zich afspeelde in het land, dat wij Kikuyu’s gevaar liepen. Maar ik ben getrouwd met een Samburu, en daardoor een Samburu.”

Kenia kent vele bevolkingsgroepen en gebieden die zich benadeeld voelen. Etnische groepen verbonden aan de oppositie klagen over dominantie door Kikuyu’s, over achterstelling in de politiek en bij de economische ontwikkeling. In het woongebied van de Luo’s aan het Victoriameer sterven meer arme kinderen dan waar ook in Kenia, de wegen zijn er geërodeerd en er heerst de grootste werkeloosheid. In het aangrenzende Baluhya-district zijn alle akkers opgedeeld, door overbevolking verpauperen bewoners, die in wanhoop wegtrekken naar de steden. Deze omstreken in west-Kenia zijn achtergesteld bij de landelijke ontwikkeling, maar wie ze de meest gemarginaliseerde streken van Kenia noemt, heeft nog nooit in het noorden gereisd.

Verharde wegen komen in het noorden nauwelijks voor, slechts een deel van de kinderen gaat naar school, onder bomen of in vervallen gebouwtjes, met leraren die zelf nauwelijks een opleiding volgden. Kinderen sterven zonder dat de statistieken er weet van hebben. Er wordt hier geen pretentie opgehouden dat nomaden in de vaart der volkeren meegaan. En velen van hen willen dat ook niet.

Samburu’s laten zich niet meeslepen door de tijd. Ze zijn koppig, gehard door het meedogenloze landschap. Als de lichtstreep in het oosten zichtbaar wordt en de geiten gaan blèren, maakt een kranige jongeheer zich op voor het hoeden van zijn vee. Zijn tweede vrouw roept uit een hut van koeienstront: „Ik moet bevallen.” „Als je maar opschiet”, antwoordt hij laconiek, „ik moet nu echt weg met het vee.”

Grootmoeder maakt een mat. Haar rechter hoofdhelft is verschrompeld, als een verkreukelde zak waaruit de lucht ontsnapte. Een verschrikkelijk pijnlijke ziekte, lijkt het, maar Samburu’s klagen niet. Een ziekenhuis heeft ze nooit gezien. Van de grootste crisis sinds de onafhankelijkheid, van de chaos die Kenia verscheurde, weet ze niets. Wat verontrust grootma het meest? „Het grootste gevaar is dat politici zich met ons gaan bemoeien en de regering voor ons wil gaan zorgen”, zegt ze. „Dan verliezen we onze waardigheid en onafhankelijkheid.”

    • Koert Lindijer