Uruzgan op eigen kracht? Niet in 2010

De opbouw van een Afghaanse leger- en politiemacht in Uruzgan verloopt langzaam. Er is vooruitgang, maar ook corruptie. En de Talibaan worden geraffineerder.

Een Nederlandse militair sleutelt aan nieuwe zonneschermen voor de Apache-gevechtshelikopter op Kamp Holland in Uruzgan. Foto Arief Rorimpandey, ministerie van Defensie Rorimpandey, Arief;Ministerie van Defensie

Het is een aardig spelletje. Politieagentje gokken. Leuk voor onderweg naar de politiepost Niazy aan de rand van de Baluchi-vallei. De militairen willen controleren hoe het met de post gaat.

Hoeveel agenten zullen er dit keer zijn?

„Vijf?”, gokt kapitein Chris.

„Optimist!”, roept een andere Nederlandse militair. „Ik denk twee.”

De Afghaanse politiepost Niazy had een checkpoint moeten zijn. Om het verkeer te controleren. Kijken of er geen Talibaan tussen zit.

Dat gaat niet. Het checkpoint ligt tegen de berg geplakt, op zo’n honderd meter van de lemen huizen. En nog veel verder van de weg.

Twee agenten. Zoveel zijn het er. De wacht, een oude man met diepe groeven in zijn gezicht, schrikt wakker. Hij grijpt meteen naar zijn kalasjnikov. Dan zijn de Nederlanders al binnen. Hij legt zijn wapen weer weg. Even later komen nog vier agenten aangesneld. „Dat valt nog mee”, zegt Chris.

Chris – een achternaam noemen mag niet van Defensie – legt uit waarom de post zo afgelegen ligt. „De agenten zijn soms bang voor de bevolking. Daarom willen ze op een afstandje zitten.” Dat heeft een reden. De agenten krijgen soms één keer in de vier maanden betaald door de regering-Karzai. Het geld maken ze meteen op. Wat ze tekortkomen, gaan ze innen bij de bewoners van de provincie Uruzgan. Die worden dan kwaad en grijpen naar de wapens.

Er komt een dag dat het Afghaanse leger en de politie zichzelf moeten redden. Dan is de NAVO uit Afghanistan vertrokken, inclusief Nederlanders. Wederopbouw van het Afghaanse leger en de politie is daarom van belang. „Uiteindelijk moeten zij het overnemen”, zegt luitenant-kolonel Wilfred Rietdijk in zijn gepantserde container in Kamp Holland. De Nederlandse missie vertrekt eind 2010.

En dus is het hoog tijd dat Afghanistan leger en politie op poten zet. In Uruzgan is sinds enkele maanden een brigade van 1.500 man gestationeerd. Het leger loopt nu al mee met de patrouilles van de Nederlandse militairen. Ze worden ook door hen getraind. Er zijn ook 1.200 politieagenten, die eveneens Nederlandse bijstand krijgen.

De politie is nog vaak corrupt. De relatie met de bevolking is op een aantal plaatsen verstoord, zoals in Niazy. Dan het salarisprobleem. Tot vorig jaar werd het loon verdeeld door de commandanten, maar veel verdween in hun eigen zak. Daarom reizen nu betaalmeesters van het Amerikaanse Dyncorp door de provincie om de agenten persoonlijk te betalen.

Luitenant Jan traint Afghaanse politieagenten op Kamp Holland. Hoewel: „Het zijn eigenlijk paramilitairen. Geen politie. Daarom heb ik een probleem met het gebruik van dat woord.”

Het komt voor dat door Nederland opgeleide agenten de benen nemen. Met wapen en al. „We missen ze pas als het betaaldag is. Dan staan 150 agenten op de lijst en komen er maar tachtig. Zijn ze gestopt, of overgelopen naar de Talibaan.” Het gaat om zo’n veertig agenten per maand, zegt commandant Wilfred Rietdijk van het provinciaal reconstructieteam.

Opbouw in Uruzgan, ook die van de politie, gaat langzaam. „Logisch, we zijn hier nou eenmaal niet in Nederland”, zegt Jan. „Ik zie vooruitgang. Het is niet veel, maar ik zie vooruitgang.”

De lente wordt een testcase. Als de gewassen hoog staan, wordt het voor de Talibaan makkelijker een hinderlaag te leggen. Over een paar weken begint de papaveroogst. Iedereen helpt mee. Vorig jaar deed de politie dat ook, waardoor het ineens nog onveiliger werd in Uruzgan. „Ze hebben de keuze”, zegt Jan. „Of ik blijf bij de politie, óf ik ga mijn familie helpen met oogsten.”

Boeren hebben toegezegd andere gewassen te gaan verbouwen dan papaver, waaruit opium wordt gehaald. Maar een snelle oplossing is er niet. Alleen papaver kan zonder probleem worden vervoerd. De Afghaanse brigadegeneraal Mohammed Sabir verklaart: „Er is een maffia ontstaan die de drugslijnen runt met steun van de Talibaan.”

Nederland zit nu bijna twee jaar in Uruzgan, maar de kracht van de rebellenbeweging is allerminst afgezwakt. Het kabinet rapporteerde vorige maand aan de Tweede Kamer: „De veiligheidssituatie in Uruzgan kenmerkt zich nog steeds door een hoge dreiging, waarbij de Talibaan een belangrijke factor in de provincie blijven.” Waar de Talibaan zit, wordt de bevolking onderdrukt. Ook worden Nederlandse militairen beschoten.

De toename van het aantal Talibaan komt volgens Rietdijk deels doordat er meer Afghaanse militairen en agenten in het gebied zitten. „Actie leidt tot reactie”, zegt hij. Er is ook winst: de Talibaan bestaat steeds minder vaak uit de lokale bevolking, zegt Rietdijk. „Die keren zich steeds vaker tegen de Talibaan ten opzichte van bijvoorbeeld een jaar geleden.”

De Talibaan, zegt generaal Sabir, is een gesmeerde guerrillaorganisatie met buitenlandse connecties. „Ze komen uit Pakistan, Tsjetsjenië, Bosnië en Irak.” Volgens Sabir zijn de Talibaan niet omvangrijk genoeg om massaal aan te vallen. „Dus leggen ze hinderlagen en bermbommen. Ze proberen een wig te drijven tussen de bevolking en de regering van Karzai.”

Nederland probeert die bevolking juist aan de kant van de regering-Karzai te krijgen door wederopbouwprojecten uit te voeren. Maar de Afghaanse overheid is nog zwak. Rietdijk: „Alles leunt op de persoon. We hebben nu een goede gouverneur, maar als die weggaat, is het mis. Er is geen bureaucratische laag die zijn vertrek opvangt. 92 procent van de mensen in Uruzgan kan niet lezen of schrijven.”

In 2010 zal dat niet veel anders zijn, zegt Rietdijk. „We maken een begin, maar het kan nog jaren duren voordat de districten echt kunnen worden overgedragen aan de overheid. Dat gaan we niet halen in 2010. Dat is iets voor onze opvolgers.”

Welk land dan bereid is in Uruzgan te dienen? Dat weet nog niemand.

    • Jaus Müller