Speculeren dat IJsland door het ijs zakt

Voor speculanten lijkt IJsland een ideaal doelwit. De spreads op het verzekeren van de schulden van zijn grootste banken - Kaupthing, Landsbanki en Glitnir – staan op recordhoogte, terwijl de IJslandse kroon sinds begin dit jaar 30 procent aan waarde heeft ingeleverd ten opzichte van de euro. De markt zegt dat een of meer banken failliet zullen gaan en dat de IJslandse inflatie van 6,8 procent nog zal verergeren.

Het is terecht om bezorgd te zijn. IJsland scoort op tal van punten als een potentieel crisisslachtoffer. De meeste bezittingen van zijn grootste banken bevinden zich in het buitenland, na een door goedkope kredieten gevoede expansie de afgelopen vijf jaar. Die heeft ervoor gezorgd dat de bankensector is gegroeid naar acht maal het bruto binnenlands product. Als een van de drie grote banken ten onder zou gaan, kunnen de onderlinge belangen van de banken en andere IJslandse ondernemingen tot een systeemcrisis leiden.

De belangrijkste veroorzaker van de chaos is waarschijnlijk een groep van zo’n veertig hedgefondsen met een grote gevoeligheid voor zogenoemde ‘credit default swaps’ (een soort kredietverzekeringen). Nu de credit default swap-spreads op meer dan 700 basispunten staan, zullen de hedgefondsen veel geld verliezen, tenzij er IJslandse bedrijven failliet gaan.

Maar IJsland is niet zo weerloos als het lijkt. Te midden van alle speculaties worden fundamentele economische gegevens over het hoofd gezien. Ieder van de banken heeft een ‘tier one capital ratio’ (een maatstaf voor hun financiële gezondheid) van bijna 10 procent en geen ervan loopt veel risico op de markt voor hypotheekobligaties. Voor het grootste deel zijn de baten en lasten in buitenlandse valuta’s redelijk goed in evenwicht.

President David Oddsson van de centrale bank, die meer dan tien jaar IJslands premier was, laat stoere woorden horen over zijn inflatiedoel van 2,5 procent - hoewel de inflatie nu nog 6,8 procent bedraagt. Dat zou kunnen betekenen dat de rente zelfs nog hoger zou kunnen uitkomen dan de huidige 13,75 procent - alarmerend voor de IJslanders zelf, maar geruststellend voor beleggers.

Hij kan ook terugvallen op een regeling met de andere Scandinavische centrale banken, waarbij ze hebben afgesproken elkaar van noodkredieten te voorzien als een van hen in moeilijkheden komt. Dat is een oplossing voor wat anders zou kunnen uitgroeien tot een alarmerend gat. Er mag vanuit worden gegaan dat het systeem de afgelopen paar maanden serieus is getest - hetgeen ertoe bijdraagt dat IJsland veel minder gevaar loopt dan sommige speculanten lijken te denken.

George Hay

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com

    • George Hay