Rumoerige discussie rond vluchtkapitaal

Veel (privé)vermogen wordt fiscaal vriendelijk belegd in Luxemburg. Via de zogeheten Vbi probeert Nederland dat geld terug te lokken. De fiscus werkt vooralsnog niet erg mee.

De Belastingdienst doet moeilijk over een zeer voordelige beleggingsmogelijkheid voor vermogende directeuren-grootaandeelhouders (dga’s). Het gaat om de zogeheten Vbi (vrijgestelde beleggingsinstelling); een rechtsvorm die Nederland introduceerde om de uittocht van beleggingsfondsen naar Luxemburg te stuiten.

Het groothertogdom haalt zijn welvaart voor het grootste deel uit een soepel draaiende financiële dienstensector. Het land is één groot beleggersparadijs. Vanuit de hele wereld stromen particulieren, maar vooral ook pensioenfondsen en andere bedrijfsmatige beleggers toe.

Het via Luxemburg belegde vermogen is meer dan 8.000 miljard euro waarvan de overheid een bescheiden 0,01 procent aftapt voor de schatkist. Nederland steekt met 100 miljard euro aan belegd vermogen mager bij Luxemburg af. Het loont dus daar in de leer te gaan.

Dat doet staatssecretaris van Financiën De Jager dan ook. Toen Luxemburg een rechtspersoon introduceerde waarin beleggingsfondsen belastingvrij kunnen opereren, volgde Nederland vorig jaar op de voet met de vrijgestelde beleggingsinstelling (Vbi). Die hoeft over de beleggingswinsten geen belasting te betalen. Die vrijstelling zou voldoende moeten zijn om flink wat buitenlands beleggingskapitaal naar Nederland te lokken.

Daarom hebben de Tweede en Eerste Kamer vorig jaar vaart gezet achter de introductie van de Vbi. In de Eerste Kamer werd duidelijk dat niet alleen buitenlandse pensioenfondsen, maar ook Nederlandse particuliere vermogenden er wel wat in zien om belastingvrij te beleggen.

Vooral directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) die hun bedrijf hebben verkocht en nu alleen een bv over hebben gehouden met een bankrekening van 10 of 20 miljoen euro. Om fiscaal voordelig te beleggen, brengen zij hun kapitaal nog wel eens in Luxemburg onder, al is dat fiscaal toch een gecompliceerde route.

Het aanhouden van een privé-beleggingsfonds als de Vbi in Nederland is wel zo gemakkelijk. VVD-senator Ger Biermans ziet dan ook grote voordelen in het gebruik van de Vbi door dga’s. „Op die manier kunnen we vermogen in Nederland houden dat anders sluiproutes naar het buitenland zou volgen”, aldus het liberale Kamerlid.

Biermans informeerde bij De Jager naar de aanvaardbaarheid van de Vbi voor dga’s. De bewindsman antwoordde in orakeltaal waar iedereen zijn eigen conclusie aan verbond. Vermogensbeheerders zoals Schretlen als ook de grote belastingadvieskantoren prezen de Vbi bij Nederlandse vermogenden van harte aan. Zij concludeerden uit de woorden van de staatssecretaris en zijn wetgevingsambtenaren dat het wel goed zou komen.

Maar op basis van dezelfde uitspraken reageerden de grote internationale investeerders om wie het allemaal begonnen was, veel terughoudender. Die zien niets in vage conclusies uit een Haags ons-kent-ons-sfeertje; ze willen duidelijkheid.

Tot verdriet van adviseurs zoals Roland Wijs van het Amsterdamse advocatenkantoor Loyens & Loeff blijven ze voorlopig aan de kant staan. „De Vbi biedt juist zulke uitstekende mogelijkheden buitenlandse beleggingsfondsen naar Amsterdam te lokken. Maar nu gebeurt er niets.”

Zijn enthousiasme wordt niet gedeeld door de fiscus. Die heeft een hele andere kijk op de Vbi, dat wordt beschouwd als een lek in de belastinginkomsten. Zeker in het geval van de dga’s.

Daarom reageert de Belastingdienst al meer dan een half jaar niet op de aanvragen voor een Vbi. Er moest een Kamervraag van de VVD aan te pas komen voordat de fiscus zijn uitvoeringsregels vorige week wat duidelijker maakte.

De overheid vindt het lastig om belastingvoordeeltjes exclusief te reserveren voor buitenlands vluchtkapitaal. Binnenlandse vermogenden zouden ook wel van zo’n buitenkansje gebruik willen maken. Toch mag hun fiscale behandeling niet al te veel afwijken van de manier waarop minder gefortuneerden worden belast.

Aertjan Grotenhuis