Orrorin liep rechtop als Australopithecus, blijkt uit dijbeen

Evolutie van het dijbeen. Boven, van links naar rechts: chimpansee, Ororrin, 2x Australopithecus (of: Paranthropus) robustus, vroege Homo en moderne mens. Onder: Australopithecus afarensis en A. boisei foto Science Science

Ja, hij liep rechtop. En nee, hij was geen directe voorouder van het mensengeslacht Homo, maar waarschijnlijk wel een voorouder van het mensachtige geslacht Australopithecus. Dit is kortweg de uitslag van een nieuw onderzoek van een dijbeenbot van de zes miljoen jaar oude hominide Orrorin tugenensis door Amerikaanse paleontologen (Science, 21 maart).

De eerste publicatie van het Orrorin-fossiel in 2001 sloeg indertijd in als een bom: afkomstig van de behoorlijk omstreden Britse onderzoeker Martin Pickford, onvoorstelbaar oud (al werd vrij kort daarop de nog veel oudere Sahelanthropus gevonden) en wat was het nu eigenlijk? Volgens de critici was uit het handjevol botten, zonder schedel, niet eens af te leiden dat Orrorin rechtop liep, hét kenmerk van de mensachtigen. Maar Pickford en zijn Franse mede-auteur Brigitte Senut leidden uit bepaalde Orrorin-kenmerken juist af dat het geslacht Homo (vanaf ca. 2,5 miljoen jaar geleden) direct afstamde van hun befaamde fossiel, met voorbijgaan dus van vier miljoen jaar Australopitheci, die in de tussentijd leefden en nu gereduceerd werden tot een doodlopende zijtak van de hominiden. Vrijwel niemand nam die extreme claim serieus, maar de plaats van Orrorin in de stamboom bleef wel onduidelijk. Een röntgenonderzoek naar botstructuren in het dijbeen van Orrorin eindigde ook al onbevredigend omdat de foto’s te slecht van resolutie bleken om de conclusie te rechtvaardigen dat Orrorin rechtop liep.

Twee Amerikanen, Brian Richmond van het Smithsonian Institute en William Jungers van Stony Brook University (New York) hebben toestemming gekregen de kostbare Keniaanse fossielen te onderzoeken, en ze hebben het meest complete dijbeenbot nauwkeurig vergeleken met een groot aantal dijbenen van alle mensapen, een breed scala moderne mensen en een viertal verschillende Australopitheci (van de soorten A. afarensis, boisei en robustus). In de factoranalyse van de vorm van het dijbeen clusteren de mensapen (die niet rechtop lopen) mooi bij elkaar, met de orang oetan in een duidelijk eigen groepje. De moderne mensen ook, samen met de vroege Homo-representanten. En het Orrorin-dijbeen valt in één groep met die van de Australopitheci: dezelfde lange smalle ‘nek’ tussen de schacht (het bot zelf) en de kop, en ook dezelfde bredere schacht. De moderne mens loopt zeer efficiënt en daardoor is de ‘nek’ korter en de schacht minder breed. Bij de minder handig rechtop lopende Australopitheci, die ook nog gemakkelijk in de bomen rondklommen, waren bij het rechtop lopen de zijwaartse krachten op het bot groter. De onderzoekers denken dat Orrorin ook nog wel in de bomen geleefd kan hebben. Hendrik Spiering