Onbegrepen idylle

„Het is hier zo stil dat je je bloed in je oren hoort ruisen.” Een dorp aan het einde van de wereld is voorlopig gered.

Gerda Loorbach, van het actiecomité ‘Ganzedijk blijft’, steekt de vlag uit na het nieuws over het behoud van Ganzedijk Foto Sake Elzinga Nederland - Ganzedijk - ( Groningen ) - 17-03-2008 Gerda Loorbach van het aktie comite woont aan de H.R. Remmersweg en steekt de vlag uit na het goede nieuws over het behoud van Ganzedijk. Foto: Sake Elzinga vlaggen Elzinga, Sake

Een frisse wind blaast over de Oost-Groningse akkers. In de lucht boven Ganzedijk scheert een roofvogel. Een iel zonnetje breekt door het wolkendek. Voor de ramen van vrijwel alle woningen hangen posters. In allerijl gedrukt door het actiecomité ‘Ganzedijk blijft’. Dat staat er ook in rode letters op. Een heerschap met een slopershamer boven zijn hoofd strekt de arm omhoog en roept: „Plat die bende.” Maar een gans protesteert: „Nee, Ganzedijk blijft.”

In de kleine voorkamer van comitélid Henny van Altena (53)en zijn partner Thalina Eppinga (31) liggen drie katten in de vensterbank te zonnen. Ook de bank en de leunstoelen zijn bedekt met poes. Ze hebben er 22. Ooit vingen ze zwerfhondjes op. En in de veertig meter diepe achtertuin staat hun paard. Van Altena, leren hoed, blauw spijkerhemd, woont sinds tien jaar in Ganzedijk. Hij komt uit Hilversum, maar wilde naar het platteland. „Ik heb 25 kilometer vrij uitzicht”, zegt hij vanachter de eetkamertafel terwijl hij naar de weidsheid voor hem knikt. Overal ruimte, akkers, een open horizon en verre uitzichten. „Bij helder weer zie je in de verte Delfzijl liggen”, zegt hij terwijl hij een shagje rolt. „We zien zeearenden en buizerds in de lucht en hebben de reeën in onze voortuin.”

Ze sliepen de afgelopen weken slecht. „De toekomst wordt je ontnomen, als ze je stee afpakken.” Vorige week toog de Groningse gedeputeerde Marc Calon (PvdA) naar Ganzedijk om excuses te maken voor de onrust, die het uitgelekte sloopplan had veroorzaakt. Van Altena is opgelucht dat het voorlopig van de baan is. „Als je dit dorp sloopt, gooi je een hechte gemeenschap weg”, concludeert hij. „De sociale cohesie is groot.” Is er iemand overleden in het dorp, dan gaat een Ganzedijker alle 130 inwoners langs. Zij zetten hun naam op een condoleancekaart.

De verpaupering van het dorp, zeggen de Ganzedijkers, is de schuld van woningcorporatie Acantus. Die verhuurt sinds 1990 geen woningen meer in het gehucht. Twee jaar geleden stopte zij met de verkoop van voormalige huurwoningen. Er staan zes huizen leeg. Hoewel er wel vraag naar is, zo beweren de Ganzedijkers. Nee, met planken dichtgetimmerde huizen zijn geen gezicht. Maar dat is niet de schuld van de Ganzedijkers. En de grote sociale problemen? „Die zijn hier niet meer of minder dan elders”, verzekert Van Altena: „Af en toe gooit de jeugd wel eens een ruitje van een slooppand in. Maar waar gebeurt dat niet?”

Tietie Speelman (67) kijkt vanuit haar woning aan de J.P. Nuusweg uit op een leegstaande woning. Daarnaast staat het wrak van een Lelijke Eend. „Dat is een verrotte kies in een net gebit”, typeert ze het dichtgespijkerde huis. Speelman woont al 33 jaar in het dorp en wil er nooit meer weg. Haar riant grote voortuin staat vol beeldjes. Op nummer drie woont haar dochter Hilly met haar vriend Ron. Speelmans vader werd geboren in Ganzedijk, vertelt ze binnen aan tafel. Zelf woonde ze even in Delfzijl, maar ze keerde in de jaren zeventig terug naar haar geboortedorp. Haar dochter Hilly had een „prachtige jeugd” in het gehucht. „Ik speelde hier veel buiten in het bos.”

Oud-zeeman Jan de Groot (72) verruilde Delfzijl ook voor Ganzedijk. „Het is hier gezellig”, vindt hij. „Mensen helpen elkaar. Als er problemen zijn, staan ze altijd voor je klaar.” Hilly (42) trouwde vijftien jaar geleden en woonde toen in een nieuwbouwwoning in Finsterwolde. Ze hield het er negen maanden vol. „Ik werd er stapelgek. Ik had geen tuintje en keek bij de buren naar binnen.” De oud-peuterleidster had heimwee naar Ganzedijk. De ruimte trok. „En ’s zomers is hier alles groen. Zalig!”

Wel verdwenen de voorzieningen geleidelijk. Eerst de brievenbus, toen de telefooncel en het bushokje. Maar de sfeer in de buurt is geweldig, zeggen ze. „Bij mooi weer zit iedereen buiten en hebben we de grootste lol. Er wordt op elkaar gelet. Als we kleine kinderen alleen zien buitenspelen, bellen we de ouders.”

Speelman steekt een nieuwe sigaret op. In haar omheinde, grote achtertuin staat een prieeltje met rieten stoelen en in de vijvertjes zwemmen kooikarpers. Ze vertelt over de informatieavond van vorige maand, waar de huurders hoorden over de sloopplannen. „We waren vreselijk verbluft door het nieuws.” Ze praatte haar stem hees, zegt ze. „Ik zei dat de woningen moesten worden opgeknapt. Maar ze gingen daar niet op in.” Hilly: „Ik zei: mam, Ganzedijk gaat weg.” Speelman: „Toen antwoordde ik: dan hoef ik mijn hekje ook niet meer te verven.” Een lach volgt. De Groot: „Er werden grote foto´s getoond en tekeningen. Sloop kost vier miljoen, zeiden ze, maar we hebben geen dubbeltje. Dat klopt want de gemeente staat in het rood.” Hij geloofde zijn oren niet. „Ik dacht: dit kan zomaar niet. Waar moeten de mensen heen?” Speelman vertelt dat een gezin met drie kinderen, dat tegenover haar woont, de leegstaande woning naast hen wilde kopen. Dan konden ze van twee woningen er één maken. „Maar dat wilde de woningstichting niet.” En de overlast? De problemen waarvan het rapport rept? Kuipers, Speelman en De Groot halen hun schouders op. Ja, een jaar geleden woonde er een inmiddels vertrokken damesstel dat op televisie luidkeels verkondigde dat wonen in Ganzedijk „kut” was. Ze ruzieden met alles en iedereen. „Maar die zijn gelukkig weg.”

Het deel van de H.R. Remmersweg dat doodloopt in een klein bos, is de afgelopen dagen gefilmd, noch gefotografeerd. „Waarschijnlijk omdat hier geen dichtgespijkerde huizen staan”, spot Thea Loorbach (50) die in het een na laatste van de acht bakstenen huizen woont. Haar voortuin is keurig aangeharkt. Binnen aan de eettafel legt ze het omstreden onderzoeksrapport op tafel, waarin de sloop van de 57 woningen als onvermijdelijk wordt omschreven. Op een paar kleurige plaatjes staat hoe het wordt als de woningen weg zijn. „Zie je, veel groen met hier en daar een woning erin”, wijst ze aan. „Dat noemen ze een nieuw woonmilieu. Zoiets geloof je toch niet!”

Loorbach herinnert zich de informatieavond, waar het afbraakplan bekend werd. „Die man van het onderzoeksbureau zei wel tien keer: „ik heb een klotenboodschap voor jullie. Een klotenboodschap.” Loorbach is postbezorger en woont 27 jaar in Ganzedijk. Haar vader en opa zijn er geboren. „We woonden veertien maanden op een flatje in Delfzijl, maar hij kon er niet wennen. Dit was zijn plek.” En de hare. „Het uitzicht is onbetaalbaar. Je ziet prachtige paarse luchten als de zon ondergaat.” Ze wijst naar de twintig meter lange achtertuin, die aan de weidse polder grenst. „Wij hebben hier rust en ruimte.” Vorig jaar besloten zij en haar man een aanbouw van twintig vierkante meter aan de woonkamer te laten aanleggen. „We aarzelden, maar hebben doorgepakt. Maar nu is ons huis onverkoopbaar.”

Loorbach groeide beschermd op. „Je kon hier iedereen vertrouwen. En dat is nog zo. Iedereen helpt elkaar.” Dat ervoer ook de ‘import’: mensen uit de Randstad. Geen nieuw verschijnsel in de streek, overigens, vertelt Loorbach. In de jaren zestig trokken er al westerlingen naar Finsterwolde. „Vooral kunstenaars, die wij hier ‘kladschilders’ noemden.”

Leonie van Twuijver (38) woont op de hoek van de H.R. Remmersweg en heeft een tatoeageshop aan huis. Voor het raam springt haar bijna een jaar oude hond („een villa brasileiro, uit het asiel gehaald”) in de vensterbank. Ze woonde vier jaar geleden na haar scheiding in een „klein flatje, hoog boven een snelweg” in Delft. Toen ze na anderhalf jaar verhuisde, zag ze haar buurvrouw voor het eerst. „Die vroeg of ik er nieuw kwam wonen.”

Nee, dan voelt ze zich zoveel meer thuis in Ganzedijk waar buren elkaar kennen en begroeten. En voor elkaar klaarstaan. Toen ze net na de verhuizing haar onderbeen verbrijzelde, boden de buren direct hulp aan. De fruitmand arriveerde namens de dorpelingen al vlot in het ziekenhuis. „Dat hadden we nooit verwacht van die zogenaamd stugge Groningers.” Ruimte, maar vooral rust waren de belangrijkste overwegingen voor Toor de Haas (51) en Henk Limbach (57) om de drukke binnenstad van Utrecht na ruim 30 jaar te verruilen voor het Oost-Groningse platteland. Ze verlangden naar buiten wonen, een moestuin en stilte. De Haas had een drukke hulpverleningspraktijk. Limbach is oud-docent tekenen en machinebouwer. „Het is hier zo stil dat je je bloed in je oren hoort ruisen”, vertellen ze in hun knusse woonkamer. „Dat heb je bijna nergens meer.” Het huis waar ze nu drie jaar wonen, stond op hen te wachten. De doorslag gaf een preitje dat Toor de Haas naast de straat zag groeien. „Dat ontroerde me.” Nu eten ze kapucijners uit eigen moestuin. Het bordje „hier wordt niet meer gestrooid”, aan het einde van de bebouwde kom, duidt erop dat dit „het einde van de wereld is”, zegt Limbach. Dat vele ‘niets’ is heerlijk, glimlacht hij. „We wisten niet dat dit bestond.” Ganzedijk asociaal? Een buurt met „veel sociale problemen”, zoals het onderzoeksrapport meldt. Het echtpaar herkent het beeld niet. In Ganzedijk kunnen ze alles buiten laten staan. „In Utrecht moesten we drie sloten op onze fiets doen.” In Ganzedijk is het „socialer” dan waar ook. „Hier ligt niemand een dag dood in huis. Buren helpen je. Onze overbuurman freesde de tuin voor ons.”

Sara Lich (49) liep de afgelopen weken geregeld met haar twee honden de polder in. „Even uitwaaien en je gedachten verzetten”, vertelt ze. Dat was nodig. Ook haar woning stond op de nominatie voor sloop. „We dachten dat we het goed voor elkaar hadden.” Een nieuwe woning vind je overal, stelt ze vast. „Maar de plek. Die is uniek. Het uitzicht, de ruimte, de vrijheid.” Je moet opbouwen, niet afbreken, beklemtoont ze.

Dat lijkt de komende tijd te gaan gebeuren. De leegstaande woning naast Van Altena en Eppinga krijgt de functie van ‘steunstee’ , een ruimte annex kantoor voor dorpsvergaderingen. En een metershoge zandbult in het speeltuintje, waar bewoners al jaren over klaagden, is ineens door de gemeente weggehaald.

Tot de zomer mogen de Ganzedijkers een alternatief opstellen voor het afbraakplan. Tietie Speelman is opgetogen. „Dit lijkt hartstikke goed. Ik ben echt opgelucht.” Gerda Loorbach: „Het is het mooiste zinnetje wat ik dit jaar gehoord heb: ‘het plan is van tafel’.” Leonie van Twuijver is nog niet overtuigd. Haar angst is dat het sloopscenario over tien jaar alsnog uit de ijskast wordt gehaald en uitgevoerd. „Eerst zien, dan geloven”, zegt ze. „Er is de afgelopen tijd zoveel gelogen.”

Van Altena is minder sceptisch. Toch houdt het actiecomitè de vinger aan de pols. Juridische adviseurs onderzoeken of er planschade kan worden geëist door huiseigenaren. „Door het sloopplan raakt niemand zijn koopwoning hier nu nog kwijt.” Van Altena zegt dat de geschatte planschade tussen de 16 en 25 miljoen euro bedraagt. „Want aan de lintbebouwing staan ook enkele kapitale huizen. En geen kip gaat zo´n huis nu natuurlijk kopen.”