‘Mensenrechten worden wapen’

Het werk van de rapporteurs van de VN-Mensenrechtenraad wordt steeds moeilijker. Met name doordat de spanning tussen het Westen en de rest van de wereld groeit.

Yakin Ertürk Foto Reuters Yakin Erturk, the Human Rights Council's special rapporteur on violence against women, speaks during a news conference in Riyadh February 13, 2008. Erturk is in Saudi Arabia to assess the status of women there, following a U.N. panel's tough questioning of Riyadh's adherence to an international convention barring discrimination. REUTERS/Fahad Shadeed (SAUDI ARABIA) REUTERS

Wie denkt dat hij rustig ergens in het VN-hoofdkwartier kan zitten met Yakin Ertürk, speciale rapporteur voor geweld tegen vrouwen, vergist zich. Een Tadzjiekse diplomaat wil haar spreken. Een Europeaan polst haar. Een vrouwengroep uit Soedan vraagt om overleg. Zo te zien valt Ertürk, een hoogleraar sociologie uit Ankara die sinds 2003 als – onbetaald – rapporteur 35 landen heeft bezocht, bij vele nationaliteiten in de smaak. Zo hoort het ook: mensenrechten zijn universeel.

Maar schijn bedriegt, zegt Ertürk. „Die universaliteit staat onder druk. Mensenrechten worden steeds vaker gebruikt als politiek wapen. De spanning tussen het Westen en de rest van de wereld stijgt. Wegens Irak, de Palestijnse kwestie, de War on Terror. Alles wat het Westen wil, wijzen de anderen af en andersom. Dat bemoeilijkt het werk van rapporteurs in de VN-mensenrechtenraad. Iedereen zoekt overal wat achter.”

Hebben rapporteurs voor marteling of godsdienstvrijheid niet meer last van polarisatie dan u?

„We hebben er allemaal last van. Vanmorgen deed ik in de raad verslag van mijn reizen in 2007, naar Ghana, Algerije en Congo. Dan krijg je dit commentaar: ‘Ertürk moet de culturele context beter in het oog houden’. Alsof ik de verkrachtingen van Congolese vrouwen los kan zien van het voortgaande politieke geweld in dat land. Natuurlijk niet. Mijn hele Congo-rapport gáát daarover.”

Pakistan gaf u namens alle islamitische landen een lijst met tips. U moet ook meer oog hebben voor armoede en de vrouwenhandel.

„Natuurlijk hebben welvaart en criminaliteit in een land invloed op de situatie waarin vrouwen zich bevinden! Waarom dringt Pakistan daar zo op aan? Sommigen lijken te denken dat mensenrechten een westerse uitvinding zijn, en worden afgedwongen door westerse landen die het meeste macht hebben. Maar ik vrees dat zij dit als excuus gebruiken om vrouwen terug te sturen de keuken in.”

Pakistan bemoeit zich eindelijk met vrouwenrechten. Dat is nieuw.

„Klopt: bijna 190 landen hebben de Conventie die discriminatie van vrouwen verbiedt, geratificeerd. In die zin zijn vrouwenrechten universeler dan ooit. Maar nu we globaliseren en naar elkaar toegroeien, komen er fricties. Immigranten zorgen in Europa voor turbulentie. Opkomende middenklassen in de moslimwereld accepteren hun pro-westerse elites niet meer. Sinds de aanslagen van 9/11 is alles overgoten met een sausje van culturele exclusiviteit. Ook vrouwenrechten. Als je kritiek hebt op kindhuwelijken of heksenrites, word je vergeleken met de koloniale bezetter. Die was daar vroeger ook tegen.”

En in het Westen?

„Dat meet soms ook met twee maten. In Nederland, waar ik in 2006 was, werd geweld tegen immigrantenvrouwen als ‘cultureel’ fenomeen gezien. Ze waren slecht geïntegreerd, liepen sociaal-economisch achter. Als autochtone vrouwen klappen kregen, werd justitie erop afgestuurd.”

Wat is de oplossing?

„Vrouwen zijn vrouwen, geweld is geweld. We moeten permanent op de universaliteit van mensenrechten blijven hameren. Als je in cultuurdebatten verzeild raakt, ben je verloren.”

U wilt objectieve ‘indicatoren’ invoeren: een meetlat waar je alle landen op een eerlijke manier langs kunt leggen?

„Precies.”

Hoe objectief kunt u zijn?

(lacht) „Ik ben bezorgd over de groeiende rol van religie in Turkije. Tegelijkertijd gaat het qua marteling vooruit. Turkije wordt heterogener, erkent diversiteit. Ziet u hoe objectief ik kan zijn?”

U was laatst in Saoedi-Arabië. Uw voorlopige rapport was coulant.

„Van veraf lijkt alles zwart-wit. Maar in deze diepconservatieve maatschappij beweegt veel. Ik heb in Riad gewoond, ik kan vergelijken. Mijn studentes van toen zijn professor. Ze proberen ruimte voor vrouwen te maken. Ik zeg niet dat het simpel is. Maar er zijn discussies die er vroeger niet waren. Ik kon onbegeleid een gevangenis in. Met gastarbeiders praten. Dat is bemoedigend.”

Over Darfur was u scherper.

„Wat daar gebeurt is verschrikkelijk.”

U ging op Europees initiatief. Maar na een jaar wilde de niet-westerse meerderheid in de mensenrechtenraad geen rapporteurs meer in Darfur. Had uw missie zin?

„Soedan begreep dat de wereld toekeek. Voor het eerst ontvingen ze ons, beloofden ze beterschap. Anderzijds: na een jaar stopten we. We kunnen niet checken of Khartoum die beloftes waarmaakte.”

Dat lijkt er niet op.

„Nee. Cynici zeggen: dat geklets over mensenrechten bij de VN, wat koop je ervoor? Net sprak ik Soedanese vrouwen die de verkrachtingen in Darfur bij hun eigen regering aan de kaak stellen. Dat is moedig. Het geeft mij hoop dat alles niet voor niets is geweest.”

Rapporten op: www.ohchr.org