Meer soldij voor frontsoldaten

Afgelopen woensdag kwam het Centraal Planbureau met cijfers over de Nederlandse economie. Minister van Financiën Bos zal er met gemengde gevoelens kennis van hebben genomen. Terwijl de verhitte conjunctuur afkoelt, ziet de schatkistbewaarder het overschot op zijn begroting volgend jaar oplopen tot 8,5 miljard euro. Na het surplus van afgelopen jaar en het voor dit jaar geraamde positieve resultaat van 6,5 miljard euro zou hij de eerste van zijn ambtgenoten zijn, die na een halve eeuw het begrotingssaldo weer in drie opeenvolgende jaren met zwarte cijfers schrijft. Dankzij de nu verwachte overschotten vermindert de overheidsschuld. Het is jammer voor de lijsttrekker van de sociaal-democraten dat dit perspectief vooral rechtse kiezers aanspreekt. Een groot deel van zijn achterban en de SP-stemmers zullen het daarentegen onbegrijpelijk vinden dat, ook in een reeks overschotjaren, kennelijk geen extra geld beschikbaar is voor het oplossen van maatschappelijke knelpunten en een betere beloning van de frontsoldaten van de verzorgingsstaat – leerkrachten, politiemensen en zorgpersoneel.

Dit sentiment zal ook voelbaar zijn bij komende vergaderingen van de ministerraad. Bos beseft haarscherp dat van de goedgevulde schatkist een grote aantrekkingskracht uitgaat op de collega-ministers die een spending department beheren. Zij staan bloot aan constante pressie vanuit de samenleving, van het parlement en hun ambtelijke top om de collectieve uitgaven op te schroeven. Diverse bewindslieden kampen met tegenvallers, bijvoorbeeld bij defensie, de opvang van kinderen en asielzoekers en door de onvoorziene groei van het aantal arbeidsongeschikt verklaarde jongeren. Anderen zijn op zoek naar extra geld voor hogere politiesalarissen, uitbreiding van de jeugdzorg en zo meer. Volgens de regels van het begrotingsspel moeten ministers zulke tegenvallers opvangen beneden het in 2007 bij de kabinetsformatie afgesproken begrotingsplafond. Geld voor nieuwe prioriteiten dienen zij bijeen te schrapen door te rooien en te snoeien bij bestaande uitgaven. Daarbij blijken de marges smal te zijn. Zo slaagde minister Plasterk er niet in om 1,1 miljard euro vrij te maken voor verbetering van de lerarensalarissen. Voor dit doel komt tot 2011 nog geen half miljard extra beschikbaar.

De komende weken zullen zijn collega’s Bos pressen om de budgettaire touwtjes wat te laten vieren. Het is toch nauwelijks te verkopen dat geld voor allerlei urgente zaken ontbreekt, terwijl de overheid zwemt in het geld. Onze man op Financiën zal erop hameren dat de nu gerealiseerde overschotten slechts tijdelijk zijn. Door de uitbundige economische groei in de verstreken jaren stroomt het belastinggeld nog steeds binnen. Als de conjunctuur omslaat, vallen de belastingopbrengsten na 2009 echter ver terug. Wanneer de uitgaven nu zouden worden verhoogd, zijn over een of twee jaar weer forse ombuigingen nodig om te voorkomen dat de begroting rood kleurt. Daarom is niet zozeer het feitelijke saldo van belang, maar vooral het onderliggende structurele saldo, dat wordt berekend door bij ontvangsten en uitgaven van de overheid de invloed van de conjunctuur uit te schakelen. De structurele overschotten zijn veel kleiner dan de feitelijke overschotten.

Bovendien flatteren de momenteel rijkelijk vloeiende aardgasbaten het begrotingsbeeld. De gasbellen raken echter uitgeput, waarmee de overheid deze belangrijke bron van inkomsten in de toekomst kwijtraakt. Bij de beoordeling van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn is daarom het robuuste saldo van de begroting doorslaggevend. Dit is het feitelijke saldo, niet alleen geschoond voor de invloed van de conjunctuur, maar ook voor de bijdrage van de aardgasbaten. In robuuste termen toont de begroting een tekort, dat dit jaar verdubbelt tot bijna 6 miljard euro en komend jaar nauwelijks verbetert. Ondanks feitelijke overschotten bestaat dus geen rechtvaardiging om de uitgaven op te voeren tot boven de bij de kabinetsformatie afgesproken plafondbedragen.

In april en mei verzetten ambtenaren in Den Haag bergen werk voor de Voorjaarsnota 2008. Die nota geeft een beeld van de uitvoering van de lopende begroting en moet voor 1 juni bij de Tweede Kamer zijn. Het zal veel moeite kosten om de uitgaven dit jaar in het spoor te houden. Voor volgend jaar is het beeld wat rooskleuriger. In 2009 ontstaat beneden de afgesproken plafonds enige ruimte voor nieuwe uitgaven, omdat de uitkeringen en de ambtenarensalarissen minder snel stijgen dan bij de kabinetsformatie is voorzien. Van deze ‘ruilvoetwinst’ van honderden miljoenen euro’s profiteert een minister meer, naarmate hij of zij meer personeel op de loonlijst heeft staan. Vooral Defensie, onderwijs, de zorgsector en de politie krijgen zo wat lucht. Door te besluiten de nu voorziene ruilvoetwinst daadwerkelijk in te zetten, kan het kabinet toch een gebaar maken naar zijn frontsoldaten, zonder de begrotingsregels te schenden. Wel valt het robuuste tekort in dit geval 1 miljard euro hoger uit. Maar dit is de zorg van Bos, waar zijn collega’s niet wakker van zullen liggen.