Lessen uit ondergang van Bear Stearns

Het lot van Bear Stearns is bedroevend, vooral voor diegenen die het studiegeld voor hun kinderen of de spaarcentjes voor hun pensioen verloren hebben. Kleine beleggers hadden niet genoeg in de melk te brokkelen om het lot van de firma te kunnen beïnvloeden. Maar grote beleggers, die nu klagen over het verlies van enorme sommen , hadden de bazen van Bear Stearns ter verantwoording moeten roepen toen ze daar de kans toe hadden.

De ondergang van twee hedgefondsen van Bear Stearns midden vorig jaar bood een vluchtige vooruitblik op het soort vertrouwenscrisis dat de firma uiteindelijk noodlottig is geworden. Maar de zeventiger Jimmy Cayne, die tot twee maanden geleden zowel president-commissaris als uitvoerend directeur was, kwam niet in beweging. In feite was hij zelfs tijdens de cruciale periode in de zomer van vorig jaar dikwijls afwezig om golf te spelen of te bridgen.

De firma had zijn kwetsbaarheid voor twijfelachtige bezittingen kunnen verminderen, zijn afhankelijkheid van kortetermijnkredieten kunnen terugdringen of meer kapitaal binnen kunnen halen - al was het maar om aan te tonen dat de bank tegen kwaadwillende geruchten bestand was. Maar Bear Stearns kreeg zijn financiën niet tijdig op orde.

In reactie op een bijstelling in negatieve zin van de vooruitzichten voor de kredietmarkten door Standard & Poor’s in augustus merkte Cayne zelfgenoegzaam op: „Dit is slechts de zoveelste conjuncturele inzinking van de markt en we hebben er alle vertrouwen in dat Bear Stearns zich er met succes doorheen zal slaan, zoals dat ook de voorgaande keren is gelukt.”

Vreemd genoeg verslechterde de firma zijn kapitaalpositie mogelijk door zijn aandeleninkoopprogramma uit te breiden. Grotere financiële instellingen als Citigroup en Merrill Lynch haalden miljarden aan nieuw kapitaal binnen, maar de enige inspanning die Bear Stearns zich heeft getroost was een halfbakken overeenkomst met het Chinese Citic Securities.

Cayne was nergens te bekennen toen Bear Stearns midden maart in sneltreinvaart op zijn ondergang afstevende. Het korte en weinig overtuigende optreden van Alan Schwartz, topman sinds januari, kon niemand geruststellen. Als er nog een laatste kans is geweest - hoe kostbaar en pijnlijk ook - om de firma van nieuw kapitaal te voorzien, is die gemist.

Beleggers kennen het belang van sterke, toegewijde managers. Bear Stearns had die blijkbaar niet in huis, maar grote institutionele beleggers en schijnbaar verstandige individuen als Joe Lewis bezaten wel veel aandelen. Dit is een goede les voor de volgende keer: zorg dat de managers van je bank tegen hun taak zijn opgewassen en dat ze gewoon hun werk doen.

Richard Beales

    • Richard Beales