Kunst voor de neus

Voor muziek, schilderkunst en boeken hebben kranten gespecialiseerde critici. Alleen The New York Times heeft een geurrecensent, Chandler Burr.

Geurrecensent Chandler Burr

Chandler Burr is fulltime geurcriticus van The New York Times. Elke krant zou er volgens de Amerikaan één moeten hebben. „Parfum is een kunstvorm voor de neus, zoals schilderen voor het oog, muziek voor het oor en koken voor de smaak”, zegt Burr. En voor die kunstvormen hebben kranten wel gespecialiseerde recensenten in dienst. Burrs column ‘Scent Notes’ deed vanaf het begin in 2006 veel stof opwaaien in de parfumwereld. Tot die tijd was het leveren van kritiek uiterst ongebruikelijk. „Niemand was ooit negatief over parfums”, zegt Burr (44).

In de gesloten parfumindustrie sloeg de paniek nog heftiger toe, toen onlangs Burrs onthullende boek verscheen, The Perfect Scent: A Year Inside the Perfume Industry in Paris and New York . Hij volgt daarin nauwgezet het tot stand komen van twee geuren, ‘Un Jardin sur le Nil’ van Hermès in Parijs, en in New York ‘Lovely’, het eerste parfum dat Sex and the City-ster Sarah Jessica Parker maakte voor het internationale geurbedrijf Coty. Burr: „Van de parfumindustrie hoorde ik dat ik te ver zou zijn gegaan, te kritisch ben geweest en het mysterie van parfum heb vernietigd.”

De investeringen in een nieuw parfum zijn enorm. Jaarlijks lanceert de parfumindustrie zo’n zeshonderd nieuwe geuren. Een goedlopend parfum brengt meer geld op dan een bioscoophit. ‘Chanel No.5’, in het vak bekend als le monstre, leverde sinds het verschijnen in 1921 miljarden op. ‘J’Adore’ van Dior is een enorme hit sinds het tien jaar geleden op de markt kwam. Van de zeshonderd nieuwe parfums verlaten er vele na korte tijd geruisloos de winkels. Ook het mierzoete ‘Angel’ van Thierry Mugler werd eerst niet begrepen. Toch mocht het blijven, net zolang tot er een publiek was gevonden dat het wél lekker vond en nu is het een financieel succes.

In the Perfect Scent beschrijft Burr hoe Sarah Jessica Parker met parfummakers en marketingdeskundigen van Coty haar eigen geur creëert. Hoe ze praat over geurtjes uit haar jeugd en haar liefde voor zware geuren, en hoe Coty daar een verkoopbaar product van maakt dat zich positief onderscheidt van de sterrengeurtjes waarmee de markt wordt overspoeld. Opvallend in het boek is hoe serieus de actrice het project neemt.

In dezelfde periode registreert Burr bij Hermès de eindeloze twijfels van parfummaker Jean-Claude Ellena die voor het Franse luxehuis een parfumlijn moet ontwikkelen. Ellena is als een componist die worstelt met de symfonie die hij heeft beloofd te leveren. Met de spannende verhalen rond Hermès en Parker maakt Burr de wereld van het parfum inzichtelijk. Na de roman Het Parfum van Patrick Süskind weer een boek over kunst voor de neus.

U schrijft in The Perfect Scent dat sommige parfums 100 procent synthetisch zijn maar verkocht worden als natuurlijk, omdat het publiek denkt dat natuurlijke parfums beter zijn. Maar de belangrijkste ingrediënten van Chanel No. 5 bijvoorbeeld zijn synthetisch.

„Dat is niet alleen onwetendheid, sommigen belijden die mening met religieus fanatisme. Mensen voelen zich op hun gemak bij de overtuiging dat natuurlijke dingen goed zijn, en synthetische dingen slecht. Slangengif is natuurlijk maar je gaat er wel van dood; antibiotica is synthetisch en redt levens. Voor voedsel is het goed dat je zo natuurlijk mogelijke ingrediënten hebt. Maar parfum is niet om te eten, parfum is een kunstvorm en volledig artificieel. Niemand ruikt van nature als een roos. Ik vergelijk het met schilderen: geen enkel landschap ziet er zo uit als Van Gogh of Delacroix het schilderde. Daar klaagt niemand over, want het is kunst. Niets in de natuur klinkt als Bach of The Beatles. Voor een parfum heb je zowel natuurlijke materialen als synthetische stoffen nodig. Jasmijn en peper zijn net als de synthetische stof aldehyde de ‘tonen’ waarmee de parfumeur een geur componeert.’

Waarom een boek over de parfums van Sarah Jessica Parker en Hermès?

„Het boek was toeval. Ik heb internationale economie gestudeerd en schreef als journalist over Indiase politiek en de ontwikkeling van de Chinese economie. Redacteuren van The New York Times Style Magazine lazen een populair-wetenschappelijk boek van een biofysicus over een nieuwe geurtheorie. Ze raakten gefascineerd door één punt, niet de wetenschap, maar dat er parfumeurs bestonden die parfums creëren waar modeontwerpers hun naam op zetten. Ze vonden dit verbazingwekkend, hadden geen idee dat die mensen een jarenlange parfumstudie volgen, net als schilders en beeldhouwers, en dat modeontwerpers niet hun eigen parfums maakten.”

En toen wilden ze dus van u, economiejournalist, een parfumverhaal?

„Ja, over hoe bedrijven een nieuw parfum ontwikkelen. Ik wilde dat niet. Ik beschouwde mezelf niet als een parfumschrijver. Ik haat mode en voel me erg ongemakkelijk in dat wereldje. Maar ik zei oké, ik probeer het.

Dior, Gucci, Estée Lauder en Armani, iedereen wees mijn verzoek af om een parfum van A tot Z te volgen. Hermès was de laatste die ik benaderde en die stemde toe. Dat verbaasde mij, ik verwachtte een typisch Parijse reactie: arrogant, gesloten, moeilijk. Maar ze waren open en eerlijk.”

Was u achterdochtig toen parfumproducent Coty belde met de vraag of u het tot stand komen van Sarah Jessica Parker’s parfum wilde volgen ?

„Ik kon me niet voorstellen dat daar iets interessants uit zou komen. Op mijn vraag of Parker echt betrokken was in parfumerie vertelde de pr-dame dat ze compleet door parfum is geobsedeerd. Ik dacht, laat ik het maar proberen. Ze was ongelooflijk betrokken.”

U breekt een lans voor de creatieven die anoniem parfums creëren voor ‘sterren’ en modeontwerpers.

„Ik ben er faliekant op tegen om parfumeurs te behandelen alsof het geesten zijn. Het is onrechtvaardig en beschadigend voor de parfumindustrie. Dat moet fundamenteel veranderen. Tussen 2006 en 2007 kromp de Amerikaanse parfummarkt. De opbrengsten in Europa zijn laag. De industrie moet uit de kast komen en de consument meenemen achter de schermen en leren hoe parfums echt gemaakt worden. Ze moeten het behandelen als een serieuze kunstvorm.”

Zijn geuren moeilijk te beoordelen?

„Het was lastig om een manier te ontwikkelen om geur te beoordelen. In mijn rubriek Scent Notes kan een parfum vijf sterren verdienen op basis van drie criteria. De eerste is hoe lang je een geur op de huid blijft ruiken. De tweede is of de ruwe materialen goed samengaan, of ze versmelten tot een structuur. Mijn derde criterium is de fusion, hoe doet een parfum het op de huid. Het laatste parfum van Tommy Hilfiger, ‘Dreaming’, heb ik net beoordeeld met drie sterren. Technisch is het redelijk goed ‘gebouwd’. De fusion en samensmelting van de materialen op de huid werkt, maar het blijft niet lang zitten.

Dreaming is extreem veilig, niet uitdagend en niet innovatief. Ik vergelijk parfums altijd met commerciële Hollywoodfilms en films van onafhankelijke maatschappijen. De meeste mensen willen films zien die ze begrijpen, die bekend voorkomen en niet uitdagen tot nadenken. In het geval van parfums gaan vooruitstrevende mensen voor gedurfde avant-gardistische parfums.’

Is er op parfumgebied sprake van trends?

„Uniseks parfums zijn de toekomst. De afgelopen vijf jaar is er een toename aan geuren die voor zowel mannen als vrouwen zijn. Dat onderscheid is trouwens toch grotendeels marketing. Hermès is voorloper met uniseks, de geuren die onder de namen van Tom Ford en Miuccia Prada worden uitgebracht zijn trendsetters. De geuren van Frederic Malle zijn heerlijk, helemaal uniseks. Gek genoeg blijft Chanel erg hechten aan de scheiding tussen mannen- en vrouwengeuren, juist van hun verwachtte ik een vooruitziende blik.”

Vanaf volgende week ook in Zaterdag &cetera maandelijks een parfumrecensie van Chandler Burr
    • Georgette Koning