Krimp aan de randen van Nederland

De Nederlandse bevolking krimpt de komende jaren, het eerst in Zuid-Limburg. Ontkennen heeft geen zin, vinden bestuurders daar: ze kiezen voor ‘slim slopen’.

Nog in 2004 kwam een ambtenaar van het ministerie van VROM op bezoek in Zuid-Limburg. Hij kwam aansporen toch vooral te gaan bouwen, zoals alle regio’s in Nederland dat moeten. Braaf maakten projectontwikkelaars plannen voor de bouw van twaalfduizend huizen tot 2010.

Totdat de bestuurders daar nog eens over nadachten. „Dat is niet haalbaar”, zegt directeur Peter Bertholet van Parkstad Limburg, een samenwerkingsverband van zeven gemeenten in Limburg. Aan wie zouden ze die nieuwe huizen moeten slijten? De bevolking van Parkstad neemt immers af, en niet zo’n beetje ook. Er wonen nu 254.000 mensen, dat zal volgens prognoses van de provincie Limburg afnemen tot 190.000 in 2040.

Op straat zie je de krimp niet, in de etalages van makelaarskantoren wel. In Kerkrade, Heerlen en Landgraaf staan heel wat huizen te koop. „Maar het is niet zo dat hele wijken leegstaan”, zegt directeur Hans Laudy van Weller, met 10.000 huizen de grootste woningbouwcorporatie in Parkstad. Dat komt omdat er ook een tegengestelde, landelijke, beweging is. Er wonen steeds minder mensen per huis.

De bevolkingsafname in Zuid-Limburg is het sterkst in de stedelijke gebieden. Heerlen, de grootste gemeente in Parkstad, heeft nog krap 90.000 inwoners. Daarvan blijven er volgens de prognoses in 2040 zo’n 70.000 over.

Zuid-Limburg is niet de enige regio die te maken heeft met de gevolgen van bevolkingsafname. Het krimpt aan de randen van Nederland: Oost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen. Ook de provincie Zeeland probeert een antwoord te formuleren op de bevolkingsneergang. „De uitdaging is om de negatieve grondhouding ten opzichte van bevolkingskrimp te doen plaatsmaken voor een objectievere, nuchterder benadering”, staat in het Zeeuwse rapport Onverkende paden, dat Gedeputeerde Staten vorige maand hebben vastgesteld. Parkstad Limburg heeft die „negatieve grondhouding” al een aantal jaar geleden vaarwel gezegd.

„Er is een omslag in het denken gekomen”, zegt directeur Bertholet van Parkstad. De bouwplannen voor de regio zijn aangepast. Er komen tot 2010 geen 12.000 huizen bij, zoals in de plannen van 2004 stond, maar ‘slechts’ 2.500. En dat is netto, wat wil zeggen dat er ook gesloopt gaat worden om ruimte te maken.

In Groningen ontstond vorige maand ophef over het dorp Ganzedijk (60 huizen) dat gesloopt zou moeten worden wegens een verwachte bevolkingsafname. „Wij moeten ongeveer 800 huizen slopen”, zegt Bertholet. „Dus toen we hoorden van Ganzedijk, dachten we: dat doen we hier al lang.”

Bewoners ontvangen de plannen niet „met applaus” zegt Laudy. „Maar de mensen krijgen een verhuispremie van 5.000 euro en we hebben voldoende huizen om de mensen opnieuw te huisvesten. Ze komen niet slechter terecht.” Hevige bewonersprotesten of rechtszaken blijven uit. Waarom, dat weet Laudy niet. „Misschien springt de Limburger minder snel op de barricaden.”

Het idee is om huizen te slopen die niet in trek zijn, waar minder behoefte aan is, en daarvoor in de plaats – minder – huizen te bouwen waar wél behoefte aan is. Grotere huizen voor gezinnen, ‘levensloopbestendige’, dus meer gelijkvloerse huizen voor de ouder wordende Limburgers.

Sinds een jaar of twee „onthuurt” woningbouwcorporatie Weller de Govert Flinckstraat in Heerlen. Als er een woning vrijkomt, wordt die niet opnieuw verhuurd. Ondanks het vrije uitzicht over voetbalvelden zijn de 140 flats niet geliefd bij de vergrijzende bevolking: ze hebben geen lift. Voor de flats moeten veertig twee-onder-een-kapwoningen in de plaats komen.

Demografische voorsprong is het „magische toverwoord”, zegt burgemeester Dieudonné Akkermans van Voerendaal, een van de bestuurders van Parkstad. Daar hoort ontvolking, ontgroening en vergrijzing bij. „Krimp klinkt als een bedreiging, maar we zien het als een kans”, zegt Akkermans. „Doordat er ruimte is om huizen te slopen, biedt dat mogelijkheden voor andere projecten.”

‘Slimme sloop’ heet dat, waarbij steeds wordt opgelet of het plan nog goed is. Zoals bij het nieuwbouwproject Achter den Winkel in Landgraaf. Vierhonderd flatwoningen zijn er gesloopt. Aanvankelijk was het idee daarvan „honderd procent” terug te bouwen. Door voortschrijdend inzicht is dat getal eerst bijgesteld tot zeventig procent, daarna tot zestig. Wie nu langs het nieuwbouwproject in aanbouw rijdt, ziet dat veel appartementen te koop staan. Bertholet: „Mensen willen er wel wonen, maar krijgen hun eigen huis niet verkocht.”

Dat juist Zuid-Limburg met de krimp dertig jaar voorloopt op de rest van Nederland, komt door het mijnwerkersverleden. In de jaren zeventig werden in de omgeving van Heerlen in korte tijd 23 mijnen gesloten. Meer dan 70.000 mensen kwamen op straat te staan. En omdat er geen werk meer was, verlieten kansrijkere bewoners de regio. Bertholet: „Die klap is de streek nooit echt te boven gekomen.”

Meer dan dertig jaar na de sluiting is de mijncultuur nog zichtbaar. Er is zelfs nieuwe waardering voor gekomen. De kleine vakwerkhuisjes in de voormalige mijnwerkerskoloniën, vaak twee-onder-een-kap, worden verbouwd tot één huis. Of er worden een paar huizen tussenuit gesloopt, om meer ruimte te maken. „Vroeger zouden we alles in één keer hebben neergehaald”, vermoedt Laudy, „nu proberen we ook cultureel erfgoed te bewaren.”

Krimp levert ruimte op, maar kost ook geld. Slopen van een huis kost bijvoorbeeld zo’n 45.000 euro. „Probleem is”, zegt Parkstadbestuurder Akkermans, „dat je van het rijk vooral geld krijgt voor huisvesting als je veel inwoners hebt. Bij een afnemende bevolking krijg je minder geld, terwijl je in feite méér zou moeten krijgen om de specifieke problemen het hoofd te bieden.” Dat komt, zegt Bertholet, doordat Den Haag zich nog altijd richt op groei. Hij noemt dat ‘Randstadautisme’. „De Randstadagenda is een groeiagenda”, vult Akkermans aan. „Maar hier, in het zuiden, oosten en noorden, is dat anders. Onbeperkte groei is niet langer aan de orde. Less is more. ”