Kobaltblauw van tweeduizend jaar oud

In de jaren zeventig van de vorige eeuw vonden archeologen het huis van keizer Augustus. Sinds vorige week is de ‘villa’ mondjesmaat geopend voor het publiek.

Na tweeduizend jaar is het mogelijk om bij keizer Augustus thuis op bezoek te gaan, zijn studeerkamer te aanschouwen en de piepkleine slaapkamer waar hij veertig jaar sliep. De machtigste keizer van het Romeinse rijk woonde op de Palatijnse heuvel en zijn woning is sinds vorige week toegankelijk voor publiek.

Keizer Augustus, die leefde van 63 voor Christus tot 14 na Christus, liet het huis bouwen toen hij nog Octavianus heette. De door Julius Ceasar aangenomen zoon was toen nog geen keizer. Toen hij Ceasar opvolgde breidde hij zijn paleis uit, maar de nu geopende vertrekken bleven zijn privé-kamers.

Archeologen vonden het huis in de jaren zeventig. Het lag verborgen onder het puin van de woning van de latere keizer Domitianus die er zijn paleis boven op had gebouwd.

Drie decennia is er gegraven, gestut en gepuzzeld om de verbrokkelde fresco’s van Augustus huis weer op hun plek te krijgen. Het resultaat is adembenemend met kleuren die gisteren lijken te zijn aangebracht: diep Pompeïaans rood, okergeel en kobaltblauw. „Echt tweeduizend jaar oud’’, zo bezweert kunsthistorica Gabriella Gatto van de Romeinse archeologische dienst.

Wie al dit moois van dichtbij wil bekijken, moet wel geduld hebben. Vanaf deze maand is het Forum Romanum niet meer gratis toegankelijk voor het publiek. De toestroom van mensen was te groot en oncontroleerbaar geworden. Nu moet iedereen eerst in de rij staan voor een kaartje. Slingerend over de via Sacra komt men bij de trappen naar het Palatijn. Aan de zuidflank op deze heuvel wacht opnieuw een rij, want maar vijf bezoekers per keer mogen het kwetsbare Huis van Augustus tegelijk bekijken.

Wie moet wachten doet dat echter niet op een saaie plek. Augustus wist waar hij bouwde. Het uitzicht op Rome is adembenemend. Men kan zich er voorstellen hoe Augustus vanaf zijn huis de wagenrennen op het Circus Maximus kon volgen.

Als een bewaker minzaam knikt, is het grote moment aangebroken: we mogen het huis van de keizer betreden, een bezoek aan het archeologische en kunsthistorische topstuk van de Palatijnse heuvel waarop veel keizers na Augustus hun paleis eveneens hebben gebouwd.

Het huis staat precies boven de Lupercale, de onlangs aangetroffen grot waar Romulus en Remus door de wolf zouden zijn gezoogd. Sinds de presentatie van deze wereldvondst ruziën Romeinse archeologen onderling over de vraag of het wel echt de mythische plek is. Feit is dat Augustus zijn huis bouwde op de plek waar de Romeinen jarenlang de stichter van hun stad Romulus hebben aanbeden.

Augustus deed dat, omdat hij zichzelf in navolging van Romulus als de nieuwe stichter van Rome beschouwde: de man die aan de wieg stond van de Pax Romana, de periode van vrede en rust in het Romeinse rijk, die uiteindelijk tweehonderd jaar zou duren.

Wat direct opvalt aan de woning is de bescheiden omvang van de vier ruimten. Dat zo’n groot keizer genoegen nam met een appartement niet groter dan die in de gemiddelde portiekflat, grenst aan het ongelooflijke. Volgens archeologen past het in het beeld dat bestaat van de keizer die protserigheid en praal in zijn persoonlijke leven vermeed.

De bezoeker betreedt het huis via een hal waarachter zich ooit ook een trap bevond. Naast deze ruimte is de ontvangstkamer die weer geflankeerd wordt door de slaapkamer. De hal heeft een tongewelf dat helemaal opnieuw is nagemaakt en waarop vele fragmenten van de verbrokkelde fresco’s na lang puzzelen zijn teruggeplaatst. In de ontvangst en eetkamer is het rood van een verpletterende helderheid. In de slaapkamer dansen de nimfen op de muren.

Via een trap buitenom komt de bezoeker terecht bij de studeerkamer van Augustus. Net als veel huisvaders nu, koos ook de keizer de hoogste kamer met het mooiste uitzicht als zijn studeerplek. Hier wederom heel fijn geschilderde ornamenten, vazen, kransen en afbeeldingen van dieren waaronder zwanen in pastelkleuren.

De elegantie waarmee vrouwenfiguren zijn neergezet is ongekend. De schilderingen getuigen van het grote kunstenaarschap van de Romeinse artiesten. Een vakmanschap dat later verloren zou gaan. Pas met de vondst van de Romeinse villa’s zou dit vakmanschap in de Renaissance weer herleven.

    • Bas Mesters