‘Jezus zou nu atheïst zijn’

„Als God de wereld heeft geschapen, wie heeft dan God geschapen?” De Engelse wetenschapper Richard Dawkins trekt onvermoeibaar ten strijde tegen religie. „Ik hecht hartstochtelijk aan de waarheid.”

Floris van Straaten

‘Ik ben een wetenschapper’ Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 19-05-2004 Richard Dawkins (1941) is evolutiebioloog (Oxford University) en schrijver. Van zijn hand verschenen o.a. de boeken The Selfish Gene (1976), The Blind Watchmaker (1986) en A Devil's Chaplain (2003). Photo and Copyright Roger Cremers. Cremers, Roger

Darwins Rottweiler wordt hij wel genoemd, wegens zijn militante atheïsme en aan verering grenzende bewondering voor de vader van de evolutieleer. Maar professor Richard Dawkins, bioloog en auteur van de bestseller The God Delusion (God als Misvatting), bevallen zulke kwalificaties maar matig.

„Zie ik er militant uit? Klink ik als een militant?” roept hij geprikkeld in zijn statige woning in Oxford. Gezeten in een fauteuil in zijn woonkamer tegen een achtergrond van wanden vol boeken vormt de geleerde met zijn zilvergrijze haar en grijsgroene trui inderdaad geen toonbeeld van agressie.

Dat neemt niet weg dat Dawkins (1941) al jaren in de frontlinie staat in de strijd tegen God en geloof. Terwijl de meeste gelovige én ongelovige Britten deze gevoelige materie instinctief zoveel mogelijk buiten de publieke discussie houden, rakelt hij die juist naar hartelust op. In zijn boeken, maar ook tijdens frequente optredens voor de televisie. Bovendien reist hij veelvuldig naar de Verenigde Staten, waar hij met zijn spreekbeurten probeert de atheïstische minderheid een hart onder de riem te steken.

Ook de ontwikkelingen in Nederland volgt hij, zij het op afstand. Levendig herinnert hij zich de poging van oud-minister van Onderwijs Maria van der Hoeven wetenschappers een onderzoek te laten instellen naar het zogeheten creationisme. De achterliggende gedachte hiervan is dat de wereld zo gecompliceerd in elkaar zit dat ze wel móet zijn geschapen door een bovenaardse ontwerper.

„Is ze inmiddels ontslagen?”, vraagt hij hoopvol. Verwonderd verneemt hij dat Van der Hoeven thans minister van Economische Zaken is. „Waarom handhaven ze zo iemand?” Zijn boodschap voor haar: „U bent een onnozele vrouw. Ga een boek lezen. Onderwijs uzelf, voor u de Nederlandse kinderen onderwijst.”

Dawkins wordt nooit moe ‘creationisten’ de even elegante als overtuigende leer van Charles Darwin voor te houden. Diens theorie van de natuurlijke selectie verklaart volgens hem op onovertroffen wijze hoe de verschillende levensvormen op aarde zich hebben ontwikkeld, zonder dat er een ontwerper aan te pas kwam. Zoals Dawkins in God als Misvatting schrijft: „Na Darwin zouden we allemaal tot op het bot achterdochtig moeten zijn jegens het hele idee van ontwerp.” Steevast houdt hij hen ook de vraag voor: als God de wereld heeft geschapen, wie heeft dan God geschapen?

Het missiewerk van Dawkins op dit terrein leidt niet altijd tot het beoogde resultaat. Veel mensen verwijten hem dat hij zijn pijlen vooral richt op de nogal platte theologie van populaire Amerikaanse predikanten als Ted Haggard, Jerry Falwell en Pat Robertson en islamitische radicalen van het slag Osama bin Laden. Dawkins verweert zich tegen zulke kritiek met het argument dat het juist van het grootste belang is tegen de ‘simpele’ theologie ten strijde te trekken omdat die de levens van veel meer mensen in de wereld raakt dan de opvattingen van intellectuelere theologen.

Zelfs niet-gelovigen vatten echter van de weeromstuit soms sympathie op voor het geloof. „Het is vrijwel geheel aan de atheïst en polemist (Dawkins, red) toe te schrijven dat ik me de laatste tijd tot religie voel aangetrokken”, aldus de agnostische schrijver John-Paul Flintoff kort voor Kerstmis in een artikel in The Sunday Times. „Ik heb er in toenemende mate genoeg van hem te lezen of naar dat gedram van hem te luisteren dat God niet bestaat.”

Dawkins blijkt het betreffende artikel niet te kennen. Hij veert op uit zijn stoel. „Mag ik eens kijken”, vraagt hij in zijn deftige Engels, „dat zou ik er graag in mijn archief bij hebben. Ik laat het met uw welnemen even door mijn secretaresse kopiëren.” De grote Darwinist wordt na deze kleine gunst toeschietelijker en beperkt zich niet langer tot betrekkelijk summiere antwoorden, die het gesprek aanvankelijk kenmerkten.

Waarom stoort het u zo dat mensen zich overgeven aan religie en een god aanbidden?

„Mensen kunnen natuurlijk doen en laten wat ze willen. Maar ik ben een wetenschapper en hecht hartstochtelijk aan de waarheid. Ik geloof dat het een van de belangrijkste vragen is die je kunt stellen: ligt er aan het universum een bovennatuurlijk wezen ten grondslag of niet? Ik denk van niet. Ik heb er een boek over geschreven. Als mensen het willen lezen, staat dat ze vrij. Als ze het niet willen, dan niet.”

Maar als u religie het liefst ziet verdwijnen, kun je ook betogen dat het beter is die rustig te laten afsterven. Dat proces lijkt op veel plaatsen in volle gang.

„In sommige delen van Europa misschien. In Zweden, wellicht ook in Nederland en Groot-Brittannië. Maar zeker niet in Amerika. En daar zit een belangrijk deel van het Engelstalige publiek dat ik probeer te bereiken. Het is evenmin aan het afsterven in de islamitische wereld. En de islamitische wereld rukt demografisch gezien gevaarlijk op in Europa.”

Gevaarlijk?

„U komt uit Nederland. Kijk naar de moord op Theo van Gogh en de bedreigingen aan het adres van Ayaan Hirsi Ali.”

Dawkins is eerlijk genoeg te erkennen dat hij de islamitische wereld minder kent dan de christelijke. In tegenstelling tot de Bijbel, waarmee hij van kindsbeen af goed vertrouwd is, heeft hij de Koran nooit gelezen.

Hirsi Ali, die hij persoonlijk heeft ontmoet, beschouwt hij als een geestverwante, zij het niet op het politieke vlak. Hij heeft een hekel aan haar werkgever, het neoconservatieve American Enterprise Institute. Bij wijze van solidariteit met Hirsi Ali heeft Dawkins op zijn website (http://richarddawkins.net/) niettemin een oproep geplaatst om de kosten van haar beveiliging te helpen dekken.

Heeft u er een verklaring voor dat juist de Verenigde Staten zo in de greep verkeren van religie? Het land werd toch juist op seculiere grondslag gesticht?

„Misschien komt het daardoor. Als gevolg daarvan ontbreekt een gevestigde godsdienst zoals de anglicaanse kerk hier. Zo’n staatskerk haalt de dynamiek er uit. Hier gaan nog maar weinigen naar de kerk, al kruisen ze bij volkstellingen trouw het vakje ‘Church of England’ aan. In Amerika is er geen staatsgodsdienst en er is geen godsdienst toegestaan op staatsscholen. Zo is godsdienst een kwestie van particulier ondernemerschap geworden. Religie is er opgezet als een commerciële marketingcampagne, waarbij kerken met elkaar concurreren om de klanten en het geld dat er mee gepaard gaat. Daardoor zijn er van die megakerken, waar diensten worden gehouden alsof het om rockconcerten gaat met lichtshows, crèches en bijbellessen voor de kinderen. Je hele sociale leven draait rond zo’n kerk.”

Bent u zelf ook in zulke kerken geweest?

„Ik ben in zo’n megakerk geweest in Colorado Springs met predikant Ted Haggard, later in diskrediet geraakt door drugsgebruik en seks. Er zijn veel van zulke mensen. Ze hebben congregaties van tienduizenden mensen en bulken van het geld. Al die gelovigen geven tien procent van hun inkomen aan de kerk, belastingvrij. Veel leiders hebben privé-vliegtuigen, Rolls Royces en enorme huizen. Ze voeren het leven van de superrijken.”

Wat vindt u van de gelovigen, die in de ban raken van zulke kerkgenootschappen?

„Het is nauwelijks te vatten. Zo’n 45 procent van hen is echt volkomen getikt. Ze geloven dat de wereld minder dan 10.000 jaar oud is. Pure waanzin!”

Maar is dat seculiere karakter van de VS echt de verklaring? In een ander seculier land, Frankrijk, speelt religie volstrekt niet dezelfde rol als in de VS?

„Dat klopt, maar een aanvullende verklaring kan zijn dat de VS een natie van immigranten zijn. In het oude Europa waren de sociale structuren hechter dan in Amerika, waar de ene na de andere immigrantengolf arriveerde. Die misten vaak het oude netwerk van familie en vrienden. De kerken konden zich daardoor opwerpen als een substituut voor verwanten. Ze zorgen in alle opzichten voor hun leden. Als je je eenzaam voelt als immigrant, zorgt de kerk voor je.”

Geven veel mensen onder uw invloed hun godsdienst op?

„Dat weet ik niet precies. Ik denk dat veel mensen die diep religieus zijn mijn boek niet eens durven te openen. Waarschijnlijk zijn er meer mensen die wel het godsdienstvakje bij een volkstelling aankruisen maar religie verder niet erg serieus nemen. Zij zouden wel eens aan de andere kant van de schutting kunnen belanden. In Amerika kan ook een gevolg van mijn boek zijn dat mensen gauwer geneigd zijn openlijk voor hun atheïstische opvatting uit te komen. Velen durfden dat tot dusverre niet.”

Atheïsten blijven verdacht in Amerikaanse ogen?

„Je kunt bij voorbeeld bijna niet worden gekozen in een politiek ambt. Maar atheïsten zijn niet zo zeldzaam als je misschien zou denken. Het aantal mensen dat volgens opiniepeilingen tot de vrijdenkers, agnosten en atheïsten kan worden gerekend is groter dan menige minderheidsgodsdienst, onder meer de Amerikaanse joden.”

Krijgt u persoonlijk ook reacties van mensen die het geloof de rug toekeren?

„Op mijn website is een plek gereserveerd voor zulke mensen, ‘Converts’ Corner’. Daar staan er enkele.”

Ook Dawkins zelf is in zekere zin een bekeerde atheïst en darwinist. Hij groeide op met de Anglicaanse kerk. Na twijfels over het bestaan van God op zijn negende verzoende hij zich er weer enkele jaren mee op grond van het argument van het grote ontwerp dat achter de wereld moet zitten. Dit argument wordt tegenwoordig dankbaar gebruikt door creationisten. Een jaar of zeven later, als zestienjarige, toen hij zich vertrouwder had gemaakt met de opvattingen van Darwin, zei hij zijn geloof in God echter voorgoed vaarwel. Inmiddels is hij uitgegroeid tot de bekendste Britse atheïst sinds de befaamde filosoof Bertrand Russell, auteur van onder meer Why I am not a Christian.

In zijn boek hanteert Dawkins een schaal, die loopt van 1 (theïstisch: volkomen overtuigd van het bestaan van God) via 4 (agnostisch: ik weet het niet, het bestaan van God is even waarschijnlijk als het onwaarschijnlijk is) tot 7 (atheïstisch: volkomen overtuigd van het niet-bestaan van God). Zelf zegt Dawkins tussen niveau 6 (acht het bestaan van God zeer onwaarschijnlijk) en 7 te zitten.

Hoewel u vaak wordt afgeschilderd als een militante atheïst, laat u in uw boek toch de deur nog enigszins op een kier voor het bestaan van God?

„Ik ben wetenschapper. Het zou onwetenschappelijk zijn te zeggen: het is volstrekt zeker dat iets van dien aard niet bestaat. Maar ik plaats het op één lijn met feeën.”

U heeft ook het artikel ‘Atheists for Jesus’ geschreven. Kunt u echt waardering opbrengen voor de figuur van Jezus?

„Ik geloof dat hij met zijn leer en levenswijze een belangrijk moreel voorbeeld is geweest. Bij mij komt overigens wel eens de onderhoudende gedachte op dat Jezus een atheïst zou zijn, als hij vandaag de dag had geleefd.”

Is de wereld werkelijk beter af zonder religie?

„Ik denk van wel. Ik wil niet zeggen dat alle religieuze mensen slecht zijn en alle atheïsten goed. Natuurlijk niet. Maar ik denk dat als je iets krijgt onderwezen op grond van geloof alleen, zonder verdere bewijsvoering, je een gemakkelijke prooi wordt voor gewetenloze figuren, die je voor hun eigen doeleinden willen gebruiken. Als je geen scepsis wordt bijgebracht en je niet leert zaken te betwijfelen, ben je kwetsbaar voor kwaadaardige lieden als Hitler.

„Bij religie geldt dat als je van kindsbeen bent gehersenspoeld dat er geen dood is en dat je naar de hemel gaat als je Gods wil volgt, je sneller geneigd bent vreselijke dingen te doen. Zelfs mensen die oprecht denken dat ze goed zijn kunnen dan bij voorbeeld soms ongelovigen doden.”

Sommigen betogen dat er zonder de discipline die er van religie uitgaat chaos in de samenleving ontstaat.

„Dat is een afschuwelijke suggestie, want als dat waar zou zijn, zou dat betekenen dat de enige reden waarom we ons goed gedragen is dat we bang zijn te worden gesnapt door een onzichtbaar wezen dat alles ziet wat we doen en al onze gedachten leest. Iemand die ook zonder die druk goed kan zijn, is zeker een veel betere persoon dan een persoon die alleen goed is omdat hij bang is dat God hem de hele tijd in de gaten houdt. Het werkt hoe dan ook niet goed op basis van het geloof. Veel mensen die zeggen gelovig te zijn, zijn in staat tot verwerpelijk gedrag. De maffia bestaat uit katholieken. Hoe brengen ze hun daden in overeenstemming met hun geloof dat God hen de hele tijd observeert?”

Ziet u vooruitgang? Wordt de rol van religie wereldwijd minder?

„Zeker, met ups en downs en veel gezigzag. Maar historisch gezien gaat het in de goede richting. Ik geloof ook dat er een trend is dat mensen aardiger worden, ondanks vreselijke ontsporingen als die van Hitler.”

Maar in Amerika en in de islamitische wereld is de samenleving waarschijnlijk meer doordrenkt van religie dan 20 jaar geleden.

„Dat is waar, maar dat valt onder die zigzagbeweging, waarover ik het had. Dat is naar mijn mening een tijdelijke achteruitgang. Als je het over een tijdsbestek van eeuwen beziet, is dat toch niet de trend in de wereld.”

Hoe gevaarlijk is het creationisme? Het lijkt veel religieuze groeperingen nieuwe impulsen te geven, vooral in de Verenigde Staten.

„Het is uit onderwijskundig opzicht gevaarlijk doordat het een generatie helpt opleiden die anti-wetenschappelijk en anti-rationeel en anti-sceptisch is. Voor een land als de Verenigde Staten dat zich graag opwerpt als wetenschappelijk leider van de wereld zou het rampzalig kunnen zijn. Concurrenten kunnen er hun voordeel mee doen.”

Heeft u in het algemeen het gevoel dat de wetenschap terrein moet prijsgeven in de wereld? Ook in dit land moeten veel bètafaculteiten sluiten?

„Dat is wel enigszins het geval, ja. Ik weet niet of religie daarvan de schuld kan worden gegeven of dat andere culturele krachten daarvoor verantwoordelijk zijn. Ik geloof dat de filosofische doctrine van het cultuurrelativisme, waarbij jouw waarheid jouw waarheid is en mijn waarheid mijn waarheid zonder dat de een meer waarde heeft dan de ander een heel verontrustende ontwikkeling is. Daardoor ontstaat een klimaat waarbij een feitelijke onderbouwing van iets door de andere kant al gauw wordt gezien als een vals complot, zonder dat er serieus wordt gekeken naar het waarheidsgehalte ervan.”

Acht u het in dit verband bezwaarlijk dat veel scholen zowel in Nederland als in Groot-Brittannië nog worden beheerd door kerken?

„Het betekent niet per se dat het slechtere scholen zijn. Veel anglicaanse scholen leveren goed werk. Ze hersenspoelen kinderen niet, al zouden ze dat op zichzelf makkelijk kunnen doen. Daarover ben ik niet zo pessimistisch. Waar ik me wel zorgen over maak is dat doordat zulke scholen al bestaan ook andere godsdiensten zoals de islam hun eigen scholen zullen vragen. Die zouden minder heilzaam zijn en kinderen vermoedelijk sterker indoctrineren. Het gevolg daarvan zou zijn dat de kinderen in het land sterker van elkaar gescheiden raken. Je hebt dat patroon ook kunnen zien met de protestantse en katholieke scholen in Noord-Ierland. Die hebben het land intens verdeeld. Voortdurend hebben die kinderen vooroordelen ingestampt gekregen, zodat ze nooit dingen samen doen.”

Maar u heeft geen moeite met het principe van een religieuze school in de 21-ste eeuw?

„Jawel, ik ben er tegen omdat ze de gemeenschap verdelen en omdat ze kinderen bijbrengen: dit is je godsdienst en jij hoort bij deze godsdienst en daarom moet je dit geloven. Ik ben er overigens wel voor kinderen godsdienstles te geven waarbij wereldgodsdiensten met elkaar worden vergeleken. Uit historische en literaire overwegingen is het belangrijk voor kinderen iets over religie te weten. Zonder kennis van het christendom en de Bijbel kun je de Europese geschiedenis helemaal niet begrijpen. ”

Ziet u zichzelf als een late fakkeldrager van de achttiende-eeuwse Verlichting?

„Met die omschrijving kan ik wel leven. Ik beschouw me echt als een kind van de Verlichting.”

Betekent dat ook dat u de westerse beschaving, die daarmee toch vaak wordt geassocieerd, als superieur aan anderen beschouwt?

„Ik wil daar niet snobistisch over doen. Ook beschavingen als die van de Australische aboriginals of de Hooglanders uit Nieuw Guinea hebben waardevolle elementen. Het is goed inzicht te krijgen in de manier waarop zo’n cultuur naar de wereld kijkt. Niettemin is de visie van de wereld en het universum die de moderne wetenschap ons geeft waar, terwijl de visie van de Aboriginals en de Nieuw-Guinese Hooglanders eenvoudigweg niet klopt voor zover ze denken dat de wereld pas enkele duizenden jaren geleden is begonnen. Het betekent niet dat ik hun beschaving niet respecteer.”

Denkt u in dit verband dat de wetenschap dichtbij het volledig doorgronden is van alle vragen van het universum, zoals u in uw boek enigszins suggereert?

„Misschien, ik ben daar niet zeker van. Soms voel ik me daarover optimistisch, soms niet. Het is een vreemd, stekelig optimisme. Als het ooit zover zou komen, dat alle vragen waren beantwoord, zou het leven nogal saai worden.”

    • Floris van Straaten