Jammer, hij is verworden tot een specialist

Waar is Ahmed Aboutaleb? Als PvdA-wethouder in Amsterdam vervulde hij een leidersrol na de moord op Theo van Gogh. In Den Haag is hij minder zichtbaar.

Aboutaleb als wethouder in Amsterdam in discussie met jongeren. Foto Bram Budel Wethouder van oa. onderwijs en intergratie Ahmed Aboutaleb tijdens het debat over stageplekken voor allochtone jongeren in het Paleis van de Weemoed. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Er staan mandjes met croissantjes, bolletjes, boterhammen en schaaltjes met fijne vleeswaren en allerlei soorten kaas. Maar Ahmed Aboutaleb raakt de luxebroodjes niet aan. Hier, in Dordrecht op een van zijn vele werkbezoeken, kiest hij voor bruine boterhammen met pindakaas. Hij houdt de pot omhoog en steekt zijn duim op.

Staatssecretaris Aboutaleb (Sociale Zaken, PvdA) lijkt het toonbeeld van de geïntegreerde allochtoon, van de man uit Beni Sidel in Marokko die het schopte tot bewindsman in Nederland, iemand die ook een belangrijke rol speelt binnen de PvdA. Partijleider Wouter Bos kenschetste hem, toen hij nog succesvol wethouder in Amsterdam was, als „het prototype van de moderne sociaal-democraat: streng en rechtvaardig”.

De verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen Aboutaleb naar Den Haag kwam. Maar een jaar later groeit de kritiek op hem, vooral vanuit de oppositie. Maar ook binnen de PvdA valt steeds vaker te horen dat hij een prominentere rol moet spelen, niet alleen op het terrein van zijn portefeuille, maar vooral ook in het bredere politieke debat.

„Hij had in Amsterdam moeten blijven”, zegt Rob Oudkerk, die in 2004 door Aboutaleb werd opgevolgd als wethouder. „Dat was een veel betere leerschool voor hem dan de kelder van Sociale Zaken. Het is een man met geweldige ideeën over de samenleving. In Amsterdam kon hij zich ontplooien als generalist. Nu is hij gereduceerd tot specialist.”

„In Amsterdam was hij koning”, zegt Kamerlid en partijgenoot Hans Spekman. „De portefeuille die hij nu heeft, is eigenlijk een beknotting. Het zal hem best tegenvallen af en toe. Al laat hij dat niet merken. Aboutaleb is wel voorzichtig. Hij wil eerst laten zien wat hij kan op zijn eigen terrein. Wacht maar tot hij zijn vleugels uitslaat.”

Als wethouder trok Aboutaleb veel aandacht. Niet alleen omdat hij onorthodoxe maatregelen nam, zoals huisbezoeken om fraudeurs op te sporen in de bijstand, maar ook door zijn leidende rol in het integratiedebat, vooral na de moord op Theo van Gogh. Hij durfde pijnlijke onderwerpen aan te snijden, ook binnen de moslimgemeenschap. Vermaard is de toespraak die hij een dag na de moord hield in de Alkabir Moskee, waarin hij zei dat mensen die de kernwaarden van de Nederlandse samenleving niet deelden met het eerstvolgende vliegtuig konden vertrekken. Toen werd hij plotseling ‘ministeriabel’.

Binnen de PvdA wil bijna niemand het hardop zeggen, maar steeds meer partijgenoten vinden het jammer dat Aboutaleb nu minder speelruimte heeft om zich uit te spreken in het integratiedebat, zeker nu Kamerlid Geert Wilders op het punt staat zijn anti-Koranfilm Fitna uit te brengen.

Aboutaleb zelf zegt dat zijn beslissing om de overstap naar Den Haag te maken „een worsteling” is geweest. Hij neigde er eigenlijk naar om in Amsterdam te blijven, waar hij 46.217 voorkeursstemmen had gekregen – bijna 11.000 meer dan lijsttrekker Lodewijk Asscher. Tegelijkertijd zag hij een kans om zijn idealen te verwezenlijken. Met collega-wethouder Asscher praatte hij daarover. „Ahmed is een dienende politicus”, zegt Asscher. „Hij weet heel goed dat hij niet voor zichzelf in Den Haag zit. Zijn diepste overtuiging is dat hij het goede voorbeeld moet geven voor anderen. Hij wil als het ware ‘voorleven’ hoe je in Nederland het maximale kunt halen uit je talent.”

Die ambitie lijkt in Den Haag nog niet uit de verf te komen. In breder politiek verband heeft Aboutaleb zich nog niet erg kunnen profileren en ook op de manier waarop hij zijn portefeuille invult, is kritiek. In de Kamer wordt verzucht dat de hij nog bezig lijkt met de honderddagentournee van het kabinet. Mooi dat hij naar de mensen in het land luistert, zeggen Kamerleden, maar hij moet ook knopen doorhakken. Ze vinden dat Aboutaleb te veel overlaat aan de gemeenten. Hij neemt te weinig de regie. Er is in Den Haag zelfs al een term voor bedacht: Aboutalisme.

Zijn speelruimte is ook beperkt omdat hij moet samenwerken met minister Donner (CDA), die met de PvdA in de clinch lag over het ontslagrecht. Ambitieuze plannen om langdurig werklozen aan het werk te helpen, liepen hierdoor vertraging op.

De oppositie velt een hard oordeel over Aboutaleb. „Hij is onzichtbaar”, zegt Sadet Karabulut (SP), die hem al kende toen zij nog raadslid was en hij wethouder. „Vooral zijn armoedebeleid valt me tegen, en ook op het gebied van de reïntegratie moet hij de touwtjes steviger in handen nemen.”

„Hij is wel bevlogen, maar ik mis daadkracht. Hij verschuilt zich achter notities”, zegt Ineke van Gent (GroenLinks). „Ik begin daar een beetje genoeg van te krijgen. En waar hij echt mee moet ophouden, is telkens Amsterdam als voorbeeld te noemen. Hij is nu geen wethouder meer van Amsterdam, hij is staatssecretaris van heel Nederland.”

Tof Thissen, Eerste Kamerlid van GroenLinks en voorzitter van Divosa, de koepelorganisatie van sociale diensten, neemt Aboutaleb in bescherming. „Ik vind dat zo’n krachtige bestuurder het had verdiend om een wat bredere portefeuille te krijgen. Hij had meer betekenis kunnen hebben”, zegt hij. „Maar ja, zo zijn de blaadjes nu eenmaal gevallen bij de formatie. Zijn portefeuille is beperkt, omdat de uitvoering van de bijstand sinds 2004 is gedecentraliseerd.”

Aboutaleb zelf reageert verbaasd als hij hoort dat hem te weinig daadkracht wordt verweten, en begint meteen een reeks maatregelen op te sommen die hij het afgelopen jaar heeft genomen. Extra geld voor armoedebestrijding onder kinderen, maatregelen om te voorkomen dat mensen zich in de schulden steken, het ‘ontschotten’ van budgetten voor onderwijs, inburgering en integratie. Ook is hij er trots op dat hij voor een wet om de sociale werkvoorziening te moderniseren, de unanieme goedkeuring kreeg van de Eerste Kamer.

Maar is het niet waar dat hij minder zichtbaar is? En dat zijn portefeuille hem beknot? Aboutaleb verwijst naar een recente lezing die hij hield in Leuven, over integratie. „Daarin heb ik opnieuw gezegd dat de moslims in Nederland hun verantwoordelijkheid moeten nemen. En dat politici de angstgevoelens van burgers eerlijk moeten benoemen, ook al hebben ze geen pasklare oplossing.”

Als Wilders zijn film uitbrengt, wil hij best vragen uit Arabische hoek beantwoorden, zoals hij al eerder deed. Maar verder is integratie het terrein van collega’s, en die wil hij niet voor de voeten lopen. „Mijn taak op het gebied van integratie is om ervoor te zorgen dat meer mensen uit de armoede komen en aan het werk gaan.” Over zijn eigen politieke toekomst wil hij verder niet speculeren.

Maar als het aan Rob Oudkerk ligt, moet Aboutaleb snel uit de schaduw: „Ik zou hem liefst terugzien in Amsterdam, want Den Haag is het toppunt van bureaucratie. En als hij daar toch moet blijven, dan maar hopen dat hij bij de volgende verkiezingen wél een ministerspost krijgt.”

Toespraak Aboutaleb in Leuven via nrc.nl/binnenland