In Fictie

De actualiteit is opvallend vaak een spiegel van de literatuur. Kijk deze week maar naar de misstanden in de vleesindustrie in het licht van The Jungle (1906) van Upton Sinclair.

Upton Sinclair: The Jungle. Verkrijgbaar in vele pocketuitgaven; niet in vertaling.

Halfdode varkens die door bakken met kokend water worden gesleept; onverdoofde kippen die verkeerd worden ‘aangesneden’ op de lopende band; beunhazen die het werk van officiële keurmeesters hebben overgenomen. Er is van alles mis in de Nederlandse vleesverwerkende industrie, zo bleek deze week. ‘Door geldgebrek is de ondergrens op het toezicht is bereikt, zo niet overschreden’, schreef de inspecteur-generaal van de Voedsel- en Warenautoriteit vorig jaar aan de ministeries van Landbouw en Volksgezondheid. Stratenmakers en andere ongekwalificeerde slachthuisassistenten hebben de taken van de keurmeesters overgenomen; het dier is het kind van de rekening.

Er is in een eeuw weinig veranderd. Honderdentwee jaar geleden schokte de Amerikaanse journalist-schrijver Upton Sinclair (1978-1968) de Verenigde Staten met zijn gruwelijke en misselijkmakende beschrijvingen van de industriële vleesverwerking in Packingtown (Chicago). Zijn medium was een roman, in die tijd de beste manier om misstanden aan de kaak te stellen – zeker als je een spannend verhaal vertelde. En dat deed Sinclair. Hij verpakte zijn aanklacht tegen de mens- en dieronterende massaslachterijen in een immigrantentragedie die nog steeds het lezen waard is. De Werdegangvan Jurgis Rudkus, met zijn familie vanuit Litouwen naar het land van de onbegrensde mogelijkheden gekomen, dompelt de lezer in een plaatsvervangende depressie, die niet verlicht wordt door het gekunstelde einde waarin de hoofdpersoon blijmoedig het socialisme omarmt. Er is dan al te veel gebeurd: Jurgis’ familie is vernederd en verarmd, zijn vrouw is verkracht, en later gestorven in het kraambed, zijn zoontje is verdronken in de modder van de straten van Chicago, en Jurgis zelf is werkloos en aan de drank geweest. Het lot van de Litouwers heeft een parallel in dat van de eens zo vrolijke varkens en koeien, die in de geïndustrialiseerde kapitalistische maatschappij geen schijn van kans hebben.

Net als zijn collega-pessimisten Thomas Hardy, W.F. Hermans en – in de moderne litatuur – J.M. Coetzee houdt Sinclair ervan om alle lichtpuntjes te doven. Maar hij had als zogeheten muckraker wel een missie: laten zien hoezeer de arbeiders in de vleesindustrie misbruikt werden. (En soms erger dan dat, getuige de scène in de roman waarin een man in een vetpot voor menselijke consumptie verdwijnt.) Het was dan ook een mooi succes dat de ophef bij de verschijning van Sinclairs roman zo groot was dat president Theodore Roosevelt zelf actie ondernam om strenge voedsel- en arbeidswetten door het Congres te krijgen.

Anno 2008 moeten rapporten van klokkenluiders en stukken in de krant vergelijkbare effecten sorteren. En dan blijkt er tóch wat veranderd. Maakte Sinclair zich druk om de mensen in de vleesindustrie, de huidige mestharkers bekommeren zich in de eerste plaats om de dieren.

Upton Sinclair: The Jungle. Verkrijgbaar in vele pocketuitgaven; niet in vertaling.

Rectificatie / Gerectificeerd

correcties en aanvullingen

Upton Sinclair

In de rubriek ‘In Fictie’ (Zaterdag &cetera, pagina 5) stond 1978 als geboortejaar van de schrijver van de roman The Jungle, Upton Sinclair. Sinclairs werd geboren in 1878, hij stierf in 1968.

    • Pieter Steinz