Hij doet zijn best

Hij spreekt Frans, drinkt trappistenbier en is een workaholic. Negen maanden na de verkiezingen gaat Yves Leterme de Belgische winkel runnen.

De nieuwe premier van België Yves Leterme (links) tijdens de presentatie van zijn regering in het parlement, Brussel, 20 maart 2008 Foto Reuters Belgium's Prime Minister Yves Leterme launches the work programme of his newly appointed government at the Parliament in Brussels March 20, 2008. REUTERS/Thierry Roge (BELGIUM) REUTERS

Brussel, 19 maart 2008. Precies 283 dagen geleden heeft Yves Leterme de parlementsverkiezingen gewonnen. Nu is het zo ver. De Vlaamse christen-democraat Leterme (47) kan premier van België worden, eindelijk, áls zijn partij ermee instemt.

Leden van het CD&V – Christen Democratisch en Vlaams – vullen een theaterzaal in Brussel. Europarlementariër Ivo Belet is blij, zegt hij. „In Europa was het niet meer vol te houden om dagelijks te worden geconfronteerd met cynische opmerkingen over de Belgen. Die zouden het niet meer kunnen.”

Maar de kiezer begrijpt waarom het zo lang moest duren, zegt Johan Sauwens, burgemeester van Bilzen. In een peiling steeg de partij de afgelopen weken weer met twee procent. „Een op de drie Vlamingen heeft op ons gestemd. Dat kolossale vertrouwen mogen we niet beschamen. De Franstaligen weten dat we rekenen op een correcte uitvoering van de afspraken. Anders moeten we in juli onze verantwoordelijkheid nemen.”

Na de zoveelste nachtelijke onderhandeling kon Yves Leterme deze week vertellen dat er een regeerakkoord is. Maar over een aantal belangrijke zaken komt pas in juli duidelijkheid, zo is afgesproken. Sommige partijleden vinden het akkoord daarom te slap en willen opnieuw onderhandelen. Maar als aan het einde van de avond de handen moeten worden opgestoken, blijkt 87 procent Leterme te steunen. Terwijl partijvoorzitter Etienne Schouppe de leden bedankt, speelt Leterme al met zijn Blackberry. Er moet vanavond nog verder onderhandeld worden over de ministersposten.

Vandaag, zaterdag, zal Leterme ook het Belgische parlement om vertrouwen vragen. België krijgt een regering zoals het land die nog nooit had, met Franstalige en Vlaamse liberalen en christen-democraten én met Franstalige socialisten. Waarom onderhandelde Yves Leterme zo lang? Hoe werd een politicus die zo Belgisch is zo omstreden? En hoe zal het na vandaag verder gaan?

Ieper, 28 mei 2007. Yves Leterme wandelt door Bellewaerde, een pretpark in Ieper. Hij loopt alleen. Leterme wil graag gewoon zijn en dat gaat hem gemakkelijk af. Zo gemakkelijk dat je hem bijna niet ziet tussen de andere bezoekers.

Liesbet Peeters uit Wuustwezel is vandaag naar het pretpark gekomen omdat Yves Leterme daar zo zal spreken op de jaarlijkse gezinsdag van zijn partij. Een tijdje geleden, vertelt ze, zag ze hem op tv. Een interviewer vroeg hem wat zijn gsm-nummer was. Leterme gaf gewoon antwoord. Liesbet Peeters stuurde hem daarop een sms-je. Tot haar verbazing bleek niet alleen het nummer te kloppen. Ze kreeg ook snel een reactie.

Het is een kleine twee weken voor de verkiezingen. Yves Leterme zal zo spreken, tussen attracties met namen als Los Piratas en Casa Blanca. Maar eerst eet hij wat in het Buffalo Steak House. Hij is de zoon van een Waal, zegt hij, achter een bord garnalen met frieten. „Het Nederlands spreek ik pas sinds kort. Maar ik doe mijn best.”

Het is typische Leterme-humor, die door zijn critici niet altijd begrepen wordt. Hij groeide op in de omgeving van Ieper, waar hij nog altijd woont, vlakbij de taalgrens. Thuis was Frans de voertaal. Nederlands, de taal van zijn moeder, leerde hij pas op de kleuterschool. Op het schoolplein werd hij gescheiden van zijn zusje, omdat hij anders Frans met haar ging praten.

Letermes levensgeschiedenis lijkt hem tot de ideale premier van België te maken. Hij leidt de grootste partij van Vlaanderen, maar spreekt beter Frans dan veel Walen. Toch is hij niet populair ten zuiden van de taalgrens. „Men heeft er belang bij om vijandschap op te roepen, om zo af te leiden van de schandalen”, geeft hij zelf als verklaring. Hij doelt op de corruptie-affaires waar lokale bestuurders van de Franstalige socialisten op dat moment in zijn verwikkeld.

De wieg van Yves Leterme stond vaak in het duivenlokaal van café De Toekomst. Dat café was van zijn grootouders die op hem pasten, terwijl zijn vader en moeder werkten. „Af en toe staken ze een fopspeen in mijn mond, al dan niet gedrenkt in bier”, vertelde hij aan journalist Filip Rogiers van De Morgen. Die interviewde hem langdurig voor een boek, Leterme uitgedaagd.

De vader van Yves Leterme was schilder-behanger, net als zijn grootvader, zeven of acht ooms en één tante. Zijn moeder stopte met haar werk als verpleegster om te gaan werken in de verfwinkel van haar man. Zelf was Leterme te onhandig voor het schildersvak, zei hij later. Wel had hij vanaf zijn twaalfde diverse baantjes. Suikerbieten uit de grond halen bijvoorbeeld.

Eddy Merckx was zijn held, dus spaarde hij voor een racefiets. Toen hij die uiteindelijk kocht, reed hij er tien jaar op. „Dat heb ik van thuis meegekregen”, vertelde hij in een interview. „Alles wat je koopt of krijgt moet je waarderen. Gebruiken tot het op is. Ik heb dat nog, soms zelfs extreem. Ik gooi nooit een krant weg voor ik elke pagina even heb bekeken.”

Yves Leterme is in veel opzichten de tegenpool van zijn voorganger, Guy Verhofstadt. Verhofstadt dat is savoir-vivre – de liberaal laat zich bijvoorbeeld interviewen over zijn favoriete wijnen. Leterme drinkt graag bier, Westvleteren om precies te zijn. Hij kwam pas op latere leeftijd met de betere restaurants in aanraking, zegt Filip Rogiers. „Daar is hij Alice in Wonderland.”

Verhofstadt koos op jonge leeftijd helemaal voor de politiek. Leterme maakte een aantal omwegen. De behoefte aan zekerheid speelde daarbij volgens hemzelf een belangrijke rol. Vandaar dat hij de politiek combineerde met een baan bij het Belgische Rekenhof en later ging werken bij de Europese Commissie.

Yves Leterme houdt van getallen. Als Kamerlid zat hij in de commissie Begroting en Financiën. Hij heeft daar soms heimwee naar, vertelde hij eens in een interview. „Als ik ’s nachts niet kan slapen, lees ik soms de commissieverslagen. Financiën is een departement dat mij erg aanspreekt.”

Niet dat hij veel tijd heeft om te slapen. Wie in België politicus wil worden, moet een workaholic zijn. Dubbelmandaten zijn gewoon. De afgelopen maanden was Leterme al vice-premier én gemeenteraadslid in Ieper. Voor al wat niet nuttig is, heeft hij weinig tijd, zei hij ooit. „Het contact met de kinderen is er wat minder door. (…) Dat wringt bij momenten. Zoals toen mijn dochter Jan Becaus (een journalist van de VRT, red.) op tv zag en dacht dat ik het was. Of als men vraagt: ‘In welk schooljaar zitten uw kinderen?’ Dan moet ik het antwoord schuldig blijven. Dat is wel vervelend.”

Andere politici denken dat soort dingen misschien. Leterme zegt het. Zo is hij ook eerlijk over zijn band met de kerk – die is los. De leider van de christen-democratische partij noemt zich ‘een zoekende gelovige’.

Brussel, 21 juli 2007. Yves Leterme loopt de trap op van de Sint-Michiels en Sint-Goedelekathedraal in Brussel. Daar wordt traditioneel de nationale feestdag van België gevierd. Vlak voor het Te Deum wordt Leterme staande gehouden door een verslaggever van de RTBF, de publieke omroep van de Franstaligen. Of hij eigenlijk wel weet wat er vandaag precies wordt gevierd. „Ik denk dat dat de proclamatie van de grondwet is”, antwoordt Leterme. Dat klopt niet, zegt de journalist, 21 juli is de dag waarop Leopold I, de eerste koning der Belgen, de eed aflegde.

Dan vraagt de verslaggever aan Leterme of hij de Brabançonne, het Belgische volkslied kent.

„Een beetje”, antwoordt Leterme.

„Gaat uw gang”, moedigt de verslaggever aan.

Leterme begint te zingen: ,,Allons enfants de la Patrie, le jour de gloire est arrivé!” Het is het begin van de Marseillaise, het Franse volkslied

Die avond brengt de RTBF het als groot nieuws: Yves Leterme, „waarschijnlijk de toekomstige premier van België” heeft „een heel persoonlijke versie van de nationale hymne”. Hij heeft geen grap willen maken, zal later blijken, hij heeft zich vergist.

Het is niet de eerste keer dat Leterme kritiek krijgt van Franstalige media. Voor de verkiezingen gaat het al mis wanneer hij in een interview zegt dat Franstaligen geen Nederlands willen leren, óf dat ze er „intellectueel niet toe in staat zijn”. Typische Leterme-humor. Hij bedoelt te zeggen: Franstaligen willen het niet. Maar het beeld blijft hangen dat ze volgens hem te dom zijn.

Yves Leterme klaagt af en toe dat Franstalige media, in het bijzonder de RTBF, hem geen eerlijke kans geven. Het gaat opnieuw mis als hij daarover zegt: „De RTBF is een zender met een eigen politieke agenda, een relict uit het verleden. Weten jullie hoe men de RTBF ook wel eens noemt? Neen? Radio Mille Collines.” Radio Mille Collines is de hutu-zender die voorafgaand aan de genocide in Rwanda in 1994 opriep tot geweld tegen tutsi’s. Opnieuw moet Leterme zich verdedigen.

Franstaligen bekijken Leterme ook argwanend omdat zijn partij, het CD&V, een paar jaar geleden een verbond heeft gesloten met de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA). Dat is een Vlaams-nationalistische partij, die België graag ziet ‘verdampen’. CD&V en N-VA vormen samen één fractie in het parlement. Samen winnen ze ook de verkiezingen op 10 juni 2007. CD&V/N-VA wordt de grootste politieke formatie van Vlaanderen én van België. Daardoor is Yves Leterme kandidaat-premier nummer 1.

Er is slechts één regering mogelijk van vier partijen: CD&V/N-VA, CDH (Franstalige christendemocraten), MR (Franstalige liberalen) en Open VLD (Vlaamse liberalen). Alle andere combinaties zijn groter en ingewikkelder.

Twee keer wordt Yves Leterme tot formateur benoemd, twee keer biedt hij zijn ontslag aan omdat de partijen het niet eens worden. De emoties lopen een aantal keer hoog op. Als Vlaamse politici in de Kamer stemmen voor de splitsing van het omstreden kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde spreken Franstaligen van een daad van „ernstige politieke agressie”.

Het grootste probleem van de formatie is de ‘staatshervorming’. Vlaamse politici willen dat die er komt, zodat de regeringen van de gewesten (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) meer autonomie krijgen. Franstalige politici zijn bang dat daarmee de solidariteit tussen het rijke Vlaanderen en het armere Wallonië in gevaar komt. Vooral CD&V en N-VA hechten aan de staatshervorming.

„België blokkeert op tal van terreinen”, zegt Geert Bourgeois. „Er zijn niet alleen twee talen, maar ook twee culturen en publieke opinies.” Bourgeois is Vlaams minister voor Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme. Hij is ook één van de kopstukken van de N-VA.

In Wallonië werkt ongeveer 40 procent van de beroepsbevolking voor de overheid, zegt Bourgeois, in Vlaanderen is dat circa een kwart. De visies van Franstalige en Vlaamse politici zijn zó verschillend dat het moeilijk is om noodzakelijke maatregelen te nemen, stelt hij. De Vlamingen maken zich bijvoorbeeld veel meer zorgen over de gevolgen van de vergrijzing. „Vanaf 2010 gaan alle babyboomers met pensioen.”

Bert De Brabandere, voorzitter van de jonge Vlaamse christen-democraten, kent ook tal van voorbeelden van verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië. Hij heeft de cijfers paraat. In Wallonië staan 40 flitspalen, in Vlaanderen 750. In Vlaanderen daalde het aantal verkeersdoden sinds 2000 met 38 procent, in Wallonië met 9 procent. De schuld van de Vlaamse overheid daalde de afgelopen jaren van 8,5 miljard naar nul, de Waalse steeg van 8.8 naar 9,8 miljard. Bert De Brabandere citeert Gaston Geens, die in 1981 de eerste minister-president van Vlaanderen werd. Geens zei: „Wij zullen moeten bewijzen dat wij wat we zelf doen, beter doen.” De Brabandere zegt nu: „Die bewijzen zíjn er ook.”

Toen Yves Leterme een jaar geleden aankondigde dat hij premier wilde worden, zei hij dat hij zich verkiesbaar stelde „voor Vlaanderen”. Toch heeft hij niks met het Vlaams-nationalisme, zegt auteur Filip Rogiers, net zo min als hij iets heeft met andere grote idealen. „Het is voor hem echt een kwestie van goed bestuur, zoals hij vaak zegt. Hij is niet de man van de grote gedachten. Dat weet hij trouwens ook van zichzelf. Hij wil dat dingen werken. Zoals een kleine Vlaamse kruidenier: de winkel moet goed worden gerund.”

„Hij weet alles van alle spelers van zijn favoriete voetbalclub”, zegt Geert Bourgeois, minister in de Vlaamse regering die Leterme tot de verkiezingen leidde. „Hij weet wat ze technisch kunnen en wat niet. Maar – zo zegt hij zelf – hij overziet niet het geheel van het spel.” Leterme is trouwens supporter van Standaard Luik, een Waalse club. En hij doet geen moeite om dat te verbergen voor zijn Vlaamse achterban.

Wat Yves Leterme wel wil: zich bewijzen. Als hij te horen krijgt dat iets niet kan, dan gaat hij het tegendeel bewijzen. „Mijn boek heet niet voor niets Leterme uitgedaagd”, zegt Filip Rogiers. Op de middelbare school kregen de ouders van Leterme volgens Rogiers te horen: Yves zal geen universiteit kunnen doen. Vervolgens studeerde hij rechten (omdat je daar een goede baan mee kon krijgen) én politieke wetenschappen (omdat hij dat graag wilde). Terwijl hij afstudeerde, vervulde hij zijn dienstplicht.

Wanneer Leterme wordt uitgedaagd, reageert hij als een koppige boer, zegt Rogiers. In zijn boek voorspelde Leterme twee jaar geleden al moeizame regeringsonderhandelingen. „Als het aanbod ons niet zint, is het best mogelijk dat we als partij aan de kant blijven staan”, zei hij. „Ik ben 46 jaar, ik hoef niet te leven van de politiek. Ik kan morgen iets anders doen.”

Nadat Leterme zich had vergist in het volkslied stuurde Filip Rogiers hem een sms: „Schitterend gezongen”. Leterme antwoordde: „Yep!” Op zo’n moment ontbreekt het hem aan gevoel voor humor, zegt Rogiers nu. „Hij had bijvoorbeeld kunnen zeggen: de volgende keer zing ik De Internationale.” Leterme bood later wel zijn excuses aan voor zijn vergissing. In het Nederlands. Toen hem gevraagd werd hetzelfde nog een keer in het Frans te zeggen, weigerde hij.

Youtube, 2 maart 2008. Piep. Zo begint een filmpje op internetsite youtube. ‘Rec’ staat er linksboven in beeld, om te suggereren dat de opname is gemaakt met een webcam. Yves Leterme gaat zitten op een stoel en kijkt in de camera. „De afgelopen veertien dagen waren niet de makkelijkste”, zegt hij. Ruim twee weken eerder is hij met spoed opgenomen in het ziekenhuis in verband met bloedingen aan het maag-darm-stelsel. Ook zijn grootste politieke vijanden reageerden geschokt. Waren de nachtelijke onderhandelingen zelfs voor een harde werker als Leterme te zwaar geweest?

Leterme heeft nagedacht in het ziekenhuis, zegt hij in het filmpje waarin hij dat weekend zijn terugkeer aankondigt. „Wellicht zal ik vanaf maandag op een iets andere manier aan politiek doen, waarschijnlijk met een beetje meer evenwicht, wijsheid en rust, maar natuurlijk ook nog altijd met dezelfde gedrevenheid en inzet.”

Toen Leterme in het ziekenhuis lag, is er een eerste akkoord bereikt over de staatshervorming. Hij kan premier worden. Dat moet ook, want Guy Verhofstadt, die sinds kerst een tijdelijke regering leidt, heeft gezegd dat hij er voor Pasen echt mee ophoudt.

De regio’s krijgen er een aantal kleine bevoegdheden bij. Zo kan Vlaanderen de snelheid op sommige wegen verlagen. Ook worden de regio’s verantwoordelijk voor een deel van de huurwetgeving.

Voor de verkiezingen zei Leterme dat de regio’s ook verantwoordelijk moesten worden voor arbeidsmarktbeleid, gezondheidszorg en belastingen voor bedrijven. Over die belangrijke onderwerpen zijn Vlaamse en Franstalige politici het nog altijd niet eens. Ze hebben zichzelf daarom een nieuwe deadline opgelegd: voor 15 juli willen ze het eens worden over een tweede fase in de staatshervorming.

„Dit is absoluut niet wat wij wilden”, zegt Vlaams minister Geert Bourgeois over het eerste akkoord. De bevoegdheden die Vlaanderen erbij krijgt zijn te klein: zijn partij vroeg om een ‘vette vis’. Maar dit zijn ‘borrelnootjes’, vindt Bourgeois. Soms enkel het omhulsel daarvan. Er worden zelfs stappen achteruit gezet. En er zijn ook te veel zaken waarvoor verschillende overheden verantwoordelijk zijn.

Als voorbeeld noemt Bourgeois de verkeersovertredingen. Vlaanderen wordt bevoegd voor overtredingen in de eerste en tweede ‘graad’. De federale overheid blijft verantwoordelijk voor overtredingen in de derde ‘graad’. Tijdens het autorijden bellen met een gsm is een tweede-graadsovertreding. Dertig kilometer te snel rijden is derde graad. „Maar in de praktijk is er natuurlijk vaak sprake van een combinatie”, zegt Bourgeois. „Wat doe je wanneer iemand belt met een gsm terwijl hij dertig kilometer te snel rijdt?”

Komt er voor de zomer echt een groot, nieuw akkoord? Geert Bourgeois hoopt het. „Maar ik durf niet te zeggen dat het is wat ik verwacht.”

Straks is het een jaar geleden dat de verkiezingen werden gehouden. Nog even, en het is nog maar een jaar voordat er opnieuw verkiezingen zijn: voor de regionale parlementen. „Iedereen gaat zich daar stilaan voor warmlopen”, zegt Bourgeois. „Dan wordt het moeilijker en moeilijker.”

    • Jeroen van der Kris