Guest from hell

Logees zijn hinderlijk. Een eigen hotelkamer maakt pas echt gelukkig. Carolijn Visser

Uitzicht vanuit hotelkamer Foto Carolijn Visser Visser, Carolijn

De computer van mijn Shanghainese gastvrouw is gecrasht. Met ontzetting kijken we allebei naar het zwarte scherm. Het apparaat is dood. „Wat heb je gedaan?”, vraagt ze vertwijfeld. „Ik was bezig iets uit te printen en toen heb ik de printer uitgezet.” „Daar kan de computer niet tegen!” Dat is duidelijk. De schade is niet te overzien, allemaal mijn schuld. En de avond was al niet goed begonnen.

Overdag had ik de rijstkoker uitgeschakeld, omdat ik er een verdacht lichtje in zag branden. Ik wist niet dat het ding was voorgeprogrammeerd. Toen mijn gastvrouw thuiskwam, was er geen gekookte rijst zoals ze had verwacht.

„I am a guest from hell”, zeg ik. Zij kan er niet om lachen.

De volgende ochtend meld ik dat ik een paar dagen naar Peking ga. Mijn gastvrouw reageert opgelucht. In werkelijkheid betrek ik een hotelkamer in de stad, Shanghai bevalt mij namelijk uitstekend. Ik breng het alleen niet meer op om logee te zijn. Niet nadat ik ook nog de schuifdeur van de douchecabine heb ontwricht.

Vanuit mijn hotelkamer kijk ik uit op de drukke winkelstraat Nanjing Lu. Een neonreclame voor Coca Cola werpt warm rood licht binnen en een intens tevreden gevoel doorstroomt me. Even niemand tot last. Ik heb een spoor van vernielingen achtergelaten. Maar, bedenk ik, het kan nog erger. Ooit probeerde een logee mijn laptop open te maken met een schroevendraaier.

En wat te denken van het stel dat een paar weken bij mij op de grond sliep in de tijd dat ik slechts één kamer tot mijn beschikking had? Zodra het licht uitging klonk er een vreselijk gesmak, geslurp en gesabbel op van het matras naast mijn bed. Het leek alsof ze een schaap geroosterd hadden en dat met een hongerig gezelschap aan het verslinden waren. Elke nacht weer! Zelfs als ik luidruchtig langs hen heen naar de wc stampte, werd het niet rustig.

Daarna streek jarenlang New Yorkse S. in september neer. Een omvangrijke dame. Om op gezond gewicht te komen, zei ze zelf, zou ze de helft van zichzelf moeten verliezen. Maar dat deed ze niet. Rond twaalf uur 's middags begon ze te koken. Vervolgens peuzelde ze zeker negen uur achter elkaar. Met haar handen, want bestek vond ze een uitvinding voor burgerlijke types. Terwijl ze at, keek ze naar mijn tv. In de kieren van mijn bank vond ik na haar vertrek altijd veel voedsel. Op een dag zat ik tegenover haar terwijl ze wijdbeens een van haar favoriete soaps volgde en zichzelf volpropte. „Heerlijk, moet je ook proeven”, moedigde ze me aan. Toen viel haar peignoir open. Daaronder was ze poedelnaakt.

Hier in mijn Shanghainese hotelkamer heb ik alles zelf in de hand, maar mijn eigen woning in Amsterdam zal ik weer moeten delen. Daar bivakkeert op het moment een bevriend Australisch echtpaar. Perfecte gasten weet ik nog van voorgaande keren, een en al voorkomendheid. Ik heb beloofd met ze naar Marken, Volendam en de Zaanse Schans te gaan, maar bij nader inzien geloof ik toch dat ik daar niet zo’n zin in heb. Het bevalt me hier in Shanghai juist zo uitstekend in mijn eentje. Op de begane grond heb ik een heerlijke noedelsoep gegeten voor ontbijt. Daarna zat ik even lekker rustig te lezen in een Starbucks. Ik hoor mezelf thuis in Amsterdam al gemaakt vrolijk vragen : „En, wie heeft er trek in koffie?” „Maak je om ons niet druk, wij zorgen wel voor onszelf”, zullen ze zeggen, want zo zijn ze. Ze willen niemand tot last zijn. „Hebben jullie er bezwaar tegen dat ik zelf een kopje zet?”, zal ik vragen. Nee natuurlijk. Mag ik dan misschien even bij mijn aanrecht? Tegen het avondeten roepen ze: je gaat voor ons toch niet moeilijk doen!? Koken, bedoelen ze daarmee. Wat verwachten ze dan dat ik ga serveren? Een oude krant?

Tegenwoordig hebben logees digitale foto- en film camera’s bij zich, mobiele telefoons, blackberries, i-pods en usb-sticks. Alles moet voortdurend geladen, gedownload en ingelogd worden. Iedereen is steeds zijn codes kwijt, gebruiksaanwijzingen zijn thuis blijven liggen, aansluitingen passen niet. De gastvrouw weet vast de oplossing wel!

Ik kijk naar het heerlijke bureau waar ik in mijn hotelkamer over beschik. Geen mens die me hier in Shanghai stoort. Zo direct ga ik een nieuwe tentoonstelling bekijken in een galerie. Wat is de dag lang als je voor niemand hoeft te zorgen. Vanavond nog rustig wat schrijven. De tv heb ik helemaal voor mijzelf alleen. Als ik wil, kan ik een uur in bad gaan zitten, ik hoef met niemand rekening te houden. Wat ben ik gelukkig hier. Ik ga nog lang niet naar huis.

Dit is de laatste aflevering van Over de wereld

    • Carolijn Visser