Eindelijk dirigeert Haitink de ‘Matthäus’

Voor het eerst van zijn leven dirigeerde Haitink de ‘Matthäus Passion’. In Boston. „Je moet jezelf in ieder geval één keer met dit werk confronteren.”

Haitink dirigeert bij het Boston Symphony Orchestra de ‘Matthäus Passion’ Foto Michael J. Lutch Lutch, Michael J.

De avond van Goede Vrijdag in Boston. Bernard Haitink (79) staat voor het Boston Symphony Orchestra en dirigeert de Matthäus Passion, Bachs toonzetting van Jezus’ lijdensverhaal, zoals opgetekend door de evangelist Mattheüs. Een dag eerder, op Witte Donderdag, deed hij dat ook – voor het eerst in zijn leven. Na afloop langdurig applaus. Haitink en zijn solisten moesten twee keer terugkomen. En vanavond staat hij er weer.

Bij het Concertgebouworkest, dat sinds 1899 een grote Matthäus-traditie heeft en waarvan Haitink van 1961 tot 1988 chef-dirigent was, leidde hij nooit een Matthäus. De passie werd in Haitinks tijd eerst gedirigeerd door Eugen Jochum en vanaf 1975 door Nikolaus Harnoncourt.

De ‘authentieke’ stijl van Harnoncourt was toen modern, het mocht niet anders. En zelfs als chef-dirigent kon Haitink dat niet veranderen. Nooit hoorde iemand hoe hij de Matthäus zou doen. Maar het publiek in Boston hoorde het nu wel – en was enthousiast over zijn krachtige, expressieve en theatrale uitvoering. Al na het eerste deel was er veel applaus. Na afloop was de bijval van de zaal reusachtig en luidruchtig.

Na de generale repetitie zei Haitink al erg dankbaar te zijn dat hij de Matthäus nu eindelijk een keer kon dirigeren. „Net als met de Missa solemnis van Beethoven, moet je jezelf in ieder geval één keer met dit werk confronteren. Dat hoort bij dit vak. Ik voelde het ontbreken van Matthäus als een vreselijk gemis. Maar de Matthäus is natuurlijk niet nieuw voor mij. Ik heb hem vaak gehoord, ik ben er mee opgegroeid, hij zit in mijn bloed.”

Bernard Haitink kwam er bij de Matthäus in het Matthäus-land Nederland nooit aan te pas. Eerst was hij te jong en onervaren. Later, toen Bach moest worden uitgevoerd op de ‘authentieke’ wijze, zoals in de tijd van de componist, was Haitinks stijl niet trendy genoeg, te conventioneel en ouderwets. In zijn vroege jaren dirigeerde Haitink bij het Concertgebouworkest wel veel andere muziek van Bach: 69 keer. Maar na Harnoncourts eerste Matthäus – klein bezet en snel – was er voor Haitink in Amsterdam nooit meer Bach, geen Matthäus, geen enkel ander stuk.

Maar nu was Haitink voor drie uitvoeringen van de Matthäus Passion uitgenodigd door het Boston Symphony Orchestra, het orkest waarvan hij van 1995 tot en met 2004 eerste gastdirigent was, en sindsdien ‘Conductor Emeritus’.

In Boston luisteren naar de Matthäus van Haitink lijkt een pelgrimage naar de profeet die in eigen land op dit gebied niet wordt geëerd. Niettemin, de Matthäus van Haitink mag er zijn. Kenmerkend is de grote en expressieve dramatiek. Er is meer aandacht voor de voortgang van het verhaal over het lijden van Christus dan voor het afzonderlijk en minutieus uitlichten van de zo geliefde beschouwelijke aria’s. In de opzet met twee kleine orkestjes lijkt de Matthäus van Haitink op de ‘authentieke’ uitvoeringspraktijk. Maar Haitink is theatraler. Het koor van 48 zangers is zeer present. Thomas Bauer is een stevige Christus. Fors aangezette hoogtepunten zijn Christus’ gevangenneming, veroordeling en kruisdood.

Vervolg Haitink: pagina 7

‘Grote zangers in kleine rollen’

Soms is er een echo van Mengelberg, in het massale ‘Barrabam!’ en ‘Ich bin Gottes Sohn’.

Een opzienbarende hoofdrol is voor de Engelse tenor Ian Bostridge. Als Evangelist is hij ongekend fel, luid en beeldend. Hij produceert schrikwekkende, extreem wringende dissonanten. Het is bijna onvoorstelbaar dat hij die telkens exploderende verontwaardiging over het lijden van Christus uit dat tengere lijf perst.

De aria’s worden in vlotte tempi gezongen door vier van de zes uitstekende solisten. Onder hen is de Nederlandse Christianne Stotijn, een favoriete mezzo van Haitink, die zeer bewogen zingt. Uniek en dramatisch zeer effectief is ook Haitinks gebruik van vijf extra solisten met grote stemmen voor de kleine rollen. Die worden in Nederland vrijwel altijd gezongen door koorleden.

„Ook in mijn operatijd in Engeland heb ik kleine rollen altijd belangrijk gevonden”, zegt Haitink daarover. „Hoe beter de kleine rollen zijn bezet, hoe beter ook de grote rollen werken. Een kleine rol betekent niet dat die niet belangrijk is. Het gaat om onder anderen Judas, Pilatus, de hogepriester en Petrus. Zonder echte grote zangers in die rollen verlies je het drama.”

Haitinks Matthäus is flitsend. Minder dan twee uur en drie kwartier duurt die, een vrijwel ‘authentieke’ tijdsduur. Dat is twintig minuten korter dan de veel bedachtzamer Matthäus die zijn generatiegenot Sir Colin Davis (80) onlangs in Amsterdam dirigeerde.

Haitink is zeer gehecht aan de Matthäus Passion. Als tienjarige hoorde hij op Palmzondag 2 april 1939 de Matthäus van Mengelberg. De uitvoering werd ook door de radio geregistreerd en is nu op cd het meest legendarische document in de Nederlandse Matthäus-historie. Haitink zat in het Concertgebouw achter het koor en kon zo Mengelberg in het gezicht kijken.

Het verhaal wil dat Haitink zich tijdens die Matthäus al afvroeg of hij dirigent wilde worden. Maar zelf ontkent hij dat. „Ik weet nog wel dat bij die Matthäus na het Erbarme dich een dame op dezelfde rij in tranen was. Toen dacht ik: „Dát kan muziek teweegbrengen.”

Eén keer dirigeerde Haitink in Amsterdam een deel uit de Matthäus, het slotkoor Wir setzen uns mit Tränen nieder. Dat was op 18 april 1959, bij de herdenking van zijn voorganger Eduard van Beinum, vijf dagen tevoren overleden op het podium van het Concertgebouw. Haitink: „Ik heb vaak de Matthäus onder Van Beinum gehoord, die was al veel lichter en doorzichtiger dan voorheen. Terwijl men altijd denkt dat Harnoncourt dat als eerste deed.”

Bernard Haitink heeft altijd een moeilijke verhouding gehad met de ‘authentieke’ uitvoeringspraktijk. Nikolaus Harnoncourt maakte bij het Concertgebouworkest ook internationaal furore met een nieuwe en fel-dramatische Mozartstijl. Tot 1978 dirigeerde Haitink in Amsterdam 380 maal Mozart, maar ook die componist moest hij steeds meer aan Harnoncourt overlaten.

In zijn laatste tien jaar in Amsterdam dirigeerde Haitink nog maar 48 keer Mozart. Zijn ongenoegen daarover liet hij op geheel eigen wijze blijken, nog altijd een anekdote in het orkest. Haitink sloeg eens af bij het begin van een repetitie en zei: „Dames en heren, kunt u Mozart eens spelen zoals het niet moet?”

In een interview in deze krant zei Haitink: „Harnoncourt heeft enorm belangrijk werk gedaan. Maar voor dat calvinistisch dwingende, ‘het moet zó, het mág niet anders’, ben ik allergisch. Chailly mocht in Amsterdam ook maar één keer de Matthäus dirigeren, bij het Matthäus-eeuwfeest in 1999. Daarna nooit meer.”

Haitinks Matthäus in Boston met zijn fameuze akoestiek in de Boston Symphony Hall sluit aan op een Matthäus-traditie die in Boston wel veel bescheidener is maar ook veel verder teruggaat dan in Amsterdam, waar de passie sinds 1899 elk jaar wordt uitgevoerd. Al in 1871 klonken bij de Händel and Haydn Society of Boston delen uit de Matthäus, in 1874 een bekorte versie en in 1879 een vrijwel complete. Haitink: „Ja, in Nederland denken we altijd dat de Matthäus alleen van ons is.”

De Amsterdamse première werd pas in 1891 gedirigeerd door Julius Röntgen. Mengelberg begon in 1899, maar dirigeerde altijd een bekorte versie. In totaal klonk de Matthäus in Boston in vijftien jaren, in 1976 zong Elly Ameling mee. De laatste Matthäus voor die van Haitink was in 1998 o.l.v. Seiji Ozawa.

Denkt Haitink ooit nóg eens een Matthäus te dirigeren? „Ik vraag nooit om iets te doen, het moet op me afkomen, ik moet worden gevraagd. Als het op mijn weg komt, graag.”

Rectificatie / Gerectificeerd

correcties en aanvullingen

Bernard Haitink

In het artikel Grote zangers in kleine rollen (22 maart, pagina 7) werd 1923 vermeld als het geboortejaar van Bernard Haitink. Dat moet 1929 zijn.

    • Kasper Jansen